Gelovig pionieren in Berlijn

De 33-jarige Jantine Nierop werkt parttime als dominee in een kerk voor alle gezindten in de wijk Halensee. Dat vindt ze mooi, maar moeilijk. Aflevering in een onregelmatig verschijnende serie over Nederlanders in Berlijn.

De Nederlandse dominee Jantine Nierop. Foto Job Janssen Janssen, Job

Jantine Nierop (33) is dominee in Berlijn. Toen ze begin vorig jaar als predikante voor Nederlanders in de Duitse hoofdstad bevestigd werd, had ze geen kerk en was het de vraag hoe groot de gemeente eigenlijk zou zijn. Het kerkgebouw heeft ze zelf moeten regelen. En aanvankelijk zaten er ’s zondags maar tien of elf mensen in de banken van de hugenotenkerk aan de Joachim Friedrich Strasse in de Berlijnse wijk Halensee. Nu zijn dat er gemiddeld 25. Dat is een verdubbeling waar ze trots op is.

„Het was pionieren in het begin, een beetje te vergelijken met de zending”, zegt ze. Ze noemt haar werk een experiment: mooi, maar moeilijk. Ze heeft een contract voor vier jaar en is inmiddels in contact gekomen met zo’n beetje alle Nederlandse gezindten die er in Duitsland zijn: hervormd, gereformeerd, vrijgemaakt, rooms-katholiek, etcetera.

De Nederlandse kerk in Berlijn is oecumenisch van aard. Hetgeen een beroep doet op de fijngevoeligheid van de dominee. Samen met de kerkenraad beslist Nierop over de koers. En dan nog kan het wel eens fout gaan. „De geloofsbelijdenis, het aantal psalmen dat we tijdens de dienst zingen, kinderen aan het avondmaal – dat zijn zaken waar ik af en toe stevige kritiek op krijg”, zegt ze.

De Nederlandse kerk in Duitsland, en daarmee Nierops parttime baan als dominee in Berlijn, wordt gefinancierd uit giften, collectes en een belangrijke bijdrage van de Evangelische Kirche in Duitsland. Een vetpot is het niet. Door gebrek aan mankracht – koster, organist – kan bovendien maar één keer per vier weken een dienst worden gehouden: iedere derde zondag van de maand.

In Berlijn wonen en werken ettelijke duizenden Nederlanders. Dat Jantine Nierop er maandelijks slechts tientallen van in haar kerk krijgt, deert haar niet. Allereerst zit er groei in. En dan: „Nederlanders in Berlijn zijn net als de Nederlanders thuis – geseculariseerd. Ze moeten een flinke stap doen om bij ons in de kerk te komen.”

Dat verschijnsel kent ze uit eigen ervaring. Nierop komt uit een gezin waar niets aan het geloof werd gedaan. Tot verbazing van haar familie ging ze theologie studeren, een studie waarin voor haar alles samenkwam wat haar interesseerde: oude teksten, Hebreeuws en een onderwerp van eeuwen.

Het geloof kwam later pas, met als belangrijke inspiratiebronnen de theologen Barth en Miskotte. In Leiden volgde ze een predikantenopleiding, om daarna vanuit het Duitse Heidelberg aan haar proefschrift te gaan werken. Nierop leerde in die stad haar man kennen, een theoloog die momenteel in Hamburg werkt. Ze hebben samen een dochter van bijna drie.

„Duitsland is mijn land, Berlijn is mijn stad”, zegt ze stellig. Ze voelt zich er thuis en heeft nooit last van heimwee. In het begin waren er wel taalproblemen. „Ik kon dogmatische teksten in het Duits lezen, maar had moeite met het bestellen van een brood bij de bakker.” Door haar jarenlange verblijf in Duitsland is dat laatste veranderd. Ze roemt Berlijn als „een stad waar door gewone mensen echt wordt geleefd”.

De Nederlandse oecumenische gemeente in Berlijn is decennialang het werkterrein geweest van de gedreven en (later) omstreden dominee Bé Ruys. Die heeft in haar tijd veel voor de kerk en de gelovigen in de DDR gedaan. Critici noemen haar een cryptocommuniste. Hoe dit ook zij, Ruys’ kerkdiensten gingen eind jaren zestig over in het Duits. Pas drie jaar geleden werd er voor het eerst sinds lange tijd weer een Nederlandse kerkdienst in Berlijn gehouden.

Jantine Nierop wil de Nederlandse gemeente in de hoofdstad „op de kaart zetten als een plaats waar mensen welkom zijn, van welke gezindte ook.” Ze hoopt dat de kerkgangers een beetje plezier in het experiment hebben. De eerste moeilijke fase is voorbij, maar haar kleine gemeente blijft een kwetsbaar bouwsel. „Als twee mensen stoppen, is dat een ramp.” En toch, zegt ze, „is dit in wezen een droombaan”.