Eerste zwarte kandidaat

Als opbouwwerker leerde Obama om met verzoening sociale ongelijkheid te bestrijden. Nu draagt hij die boodschap uit om president te worden.

‘Renegade’, afvallige, is de codenaam die de Amerikaanse geheime dienst vorig jaar gaf aan Barack Obama (46), die vannacht werd gekozen tot de eerste zwarte presidentskandidaat in de geschiedenis van de VS.

Obama, zoon van een zwarte vader uit Kenia en een blanke moeder uit Kansas, overviel het politieke establishment het laatste half jaar met een agenda van politieke vernieuwing en nationale verzoening. Zijn campagne was uitzonderlijk goed georganiseerd.

In december vorig jaar had zijn opponent Hillary Clinton in de peilingen nog een voorsprong van ruim 20 procentpunt. Zij wist tweemaal zoveel geld op te halen en had de steun van 70 procent van de supergedelegeerden. Maar sinds Obama met hulp van een groot leger (internet)vrijwilligers in Iowa won, gaf hij zijn kleine voorsprong niet meer uit handen.

Obama was pas twee jaar als senator in de nationale politiek actief toen hij zich voorjaar 2007 kandidaat stelde. In 2004 trok hij de aandacht met een toespraak op de partijconventie, waar zijn pleidooi voor nationale verzoening hem een staande ovatie opleverde.

Obama, geboren op Hawaii, opgegroeid in Indonesië, werd begin jaren 80 politiek geschoold in een relatief progressief milieu in Chicago. Hij nam een baan als opbouwwerker in een arme buurt, waar zijn mentoren het standaardwerk van criminoloog Saul Alinsky, ‘Rules for Radicals’, als hun werkbijbel beschouwden. Volgens Alinsky zijn polarisatie en agitatie de beste instrumenten om achterstandsgroepen te mobiliseren.

Obama nam na enkele jaren afstand van dat denken. Hij ging naar Harvard, werd er de eerste zwarte hoofdredacteur van het juristenblad en keerde begin jaren 90 terug naar Chicago in de overtuiging dat religie en verzoening de beste middelen zijn om sociale ongelijkheid te bestrijden.

Hij bleef zich omringen met radicale figuren, waaruit onder meer zijn relatie met zijn omstreden dominee voortkwam. In zijn omgeving was in 2002 verzet tegen de oorlog in Irak eerder regel dan uitzondering. De redevoering die hij in 2002 tegen de oorlog hield, werd zijn sterkste wapen.

Vanaf het begin van de campagne kreeg hij beveiliging. Zijn vrouw Michelle gaf begin dit jaar inzicht in de dreigingsanalyse: een gevoelig punt in de zwarte gemeenschap sinds de moord op Martin Luther King. „Het gaat niet alleen om angst, mensen. Het gaat ook om liefde. Ik weet dat mensen ons willen beschermen tegen teleurstelling en mislukkingen.”