Een pragmatisch jurist die emoties niet schuwde

Ben Asscher was een inventieve kortgedingrechter en jarenlang het gezicht van de Amsterdamse rechtbank.

Ben Asscher Foto NRC Handelsblad, Leo van Velzen Velzen, Leo van

Hij was jarenlang met afstand Nederlands bekendste rechter. Met dank aan de Mediawet. Als president van de Amsterdamse rechtbank was mr. Ben Asscher tien jaar lang (1983-1993) exclusief verantwoordelijk voor alle publiciteitsgevoelige mediazaken. De ‘mediarechter’ uit Haarlem genoot gaandeweg eenzelfde bekendheid als de ‘Bekende Nederlanders’ die van hem een uitspraak verlangden.

Asscher overleed maandag, op 83-jarige leeftijd in zijn woonplaats Baarn. „Een eigenzinnige en bevlogen jurist, die tot mijn niet geringe verbazing na een vonnis zomaar op je af kon stappen met de vraag: en, wat vonden uw cliënten ervan?” herinnert media-advocaat Germ Kemper zich. In tegenstelling tot sommige van zijn collega’s regeerde Asscher niet „vanuit de ivoren toren”. Omdat hij van mening was dat de president van de rechtbank meer moest zijn dan een manager op de achtergrond, zegt Kemper. „Hij was het gezicht van de Amsterdamse rechtbank, en wilde dat ook per se zijn. Een zekere ijdelheid was hem daarbij niet vreemd.”

Jurist werd Asscher min of meer bij toeval. Hij wist na de Tweede Wereldoorlog vooral wat hij niet wilde, vertelde hij ooit in de Groene Amsterdammer, en dat was in de voetsporen treden van zijn vader, een ingenieur. Verder dan de bevrijding was zijn denken niet gegaan in zijn jeugd, stelde hij.

Asscher, in 1952 begonnen als advocaat in Alkmaar, bouwde een reputatie op als inventieve ‘kortgedingrechter’. Hij stimuleerde deze verkorte vorm van rechtspraak als juridisch instrument, al was het maar om langdurige bodemprocedures te voorkomen. „Waarom zou ik een voorhamer gebruiken als de vlieg ook met de vlakke hand onschadelijk gemaakt kan worden”, vroeg hij zich twintig jaar geleden af in een vraaggesprek met deze krant.

Asscher liet zich daarbij volgens Kemper ook leiden door pragmatische overwegingen. „Bij gebrek aan personeel stelde hij zich op het standpunt dat als één rechter het werk kon doen van drie rechters dat het kort geding dan het aangewezen juridische instrument was.”

Emoties schuwde Asscher niet, ook niet in de rechtszaal. Ook dat maakte hem tot een uitzondering. „Als je je van je eigen emoties bewust bent, kun je de uitwerking ervan uitsluiten”, zei hij vlak na zijn aantreden als rechtbankpresident in 1983 tegen Het Parool. Eerder was hij werkzaam geweest in Arnhem en Zutphen.

Critici verweten Asscher vooral dat hij consequent weigerde een verschil te maken tussen roddelpers en meer serieuze pers. Kemper herinnert zich de zaak die actrice Liz Snoyink en haar echtgenoot, de schrijver Tim Krabbé, in 1988 aanspanden tegen het weekblad Privé na een ongewenste fotoreportage tijdens een premièreparty. Asscher stelde het paar in het ongelijk. „Privé drukte dat vonnis later volledig af, en noemde Asscher daarbij ‘een eminent jurist’. Daar kwam hij sindsdien met enige regelmaat en de nodige zelfspot op terug.”

Asscher stond ook aan de wieg van het fenomeen persrechter: de rechter die journalisten tekst en uitleg kan geven over juridische zaken. Ook schreef hij juridische columns voor NRC Handelsblad. In 1996 aanvaardde Asscher de Cleveringa-leerstoel van de universiteit in Leiden. In zijn oratie hekelde hij het Nederlandse integratiebeleid en waarschuwde hij voor de afnemende tolerantie.