ChristenUnie is gewend aan tegenwind

Als oppositiepartij kon de ChristenUnie vrijelijk haar principes volgen. In de regering moet ze compromissen sluiten. Een verre van ideale status-quo.

Fractievoorzitter Arie Slob (ChristenUnie) staat in de wandelgang van de Tweede Kamer media te woord over de controverse binnen het kabinet, evenals zijn PvdA-collega Mariëtte Hamer. Foto WFA WFA47:POLITIEKE SPANNING ROND EMBRYOZAAK IN KABINET:DEN HAAG:03JUN2008- Er is sprake van politieke spanning in Den Haag rond de PvdA en de ChristenUnie over de scheiding van de embryo's zaak. Foto: Slob (ChrsitenUnie) en Hamer (PvdA) worden gelijktijdig door de media opgevangen. WFA/fvr/str. Frank van Rossum WFA WFA

Een roeping. Zo ervaart vicepremier André Rouvoet de regeringsdeelname van de ChristenUnie. En een taak die, aldus de gedragscode waar elke ChristenUnie-politicus zich aan dient te houden, in overeenstemming met „de Bijbel, het gezaghebbende woord van God” dient te worden volbracht.

Hoe lastig dat is, werd pas vorige week duidelijk, toen de kleinste van de drie regeringspartijen het gevoerde beleid rechtstreeks zag indruisen tegen de eigen principes. Staatssecretaris Bussemaker (Volksgezondheid, PvdA) stuurde een brief naar de Kamer waarin stond dat de bestaande praktijk van embryoselectie in bepaalde gevallen kon worden uitgebreid. Aan een kabinet dat dit soort verruimingen op z’n conto schrijft, kan de ChristenUnie niet deelnemen zonder haar geloofwaardigheid bij de achterban te verliezen. De ‘C’ uit het CDA mag dan zijn verwaterd, het ‘Christen’ uit de ChristenUnie moet duidelijk worden uitgedragen; dat is het unique selling point waarmee de partij haar aanhang werft, onder verschillende orthodox-protestantse richtingen en onder een kleine groep jonge katholieken.

De ChristenUnie is tegen embryoselectie, tegen abortus, tegen euthanasie, tegen gokken, tegen veel roken en drinken, tegen huwelijkse ontrouw en tegen het homohuwelijk. Zolang ze in de oppositie zat, leidde dat tot een natuurlijk ‘nee’-stemmen tegen alles wat niet strookte met de eigen principes. Nu geeft de partij mede leiding aan een land waarin bovengenoemde zaken tot de dagelijkse praktijk behoren. Het podium van een kabinet biedt enerzijds de kans het christelijke gedachtengoed op veel grotere schaal uit te dragen, maar noodt anderzijds tot het accepteren van een verre van ideale status-quo.

Bij de coalitiebesprekingen met PvdA en CDA in januari 2007 was de grote angst van de ChristenUnie ‘een tweede D66’ te worden: om net als die partij in Balkenende III als kleine, derde deelnemer te worden vermalen tussen twee grote, met het verlies van eigen kleur en vervreemding van de achterban als desastreus gevolg. Dat nooit, aldus Rouvoet eerder in deze krant: „Ik wilde er met echte CU-resultaten uit komen.”

Die kwamen er in concrete vorm met onder meer een ministerie voor Jeugd en Gezin en het kindgebonden budget, en, meer impliciet, met de erkenning dat bij medisch-ethische kwesties rekening zou worden gehouden met de ideologische verschillen binnen het kabinet. Euthanasie- en abortuswetten bleven intact, maar werden niet verruimd.

De vriendendag van de ChristenUnie was op een zaterdag in mei. Er heerste een uiterst gemoedelijke en optimistische sfeer. De sfeer van een klein, intiem clubje ook: van de vijfhonderd ‘vrienden’ (donateurs van de partij, niet allemaal lid) die zich hadden aangemeld, keerde het merendeel na het uitdelen van de lunch in beige papieren zakjes alweer huiswaarts. Gezinnen met kinderen, van overal uit het land.

In een speeddate-gesprek met een schuchtere bewonderaar van in de twintig noemde Tweede Kamerlid Ed Anker zijn huidige baan een „jongensdroom die was uitgekomen”, met het debat over godslastering op 13 maart als „allermooiste moment”. „Na afloop ben je liters zweet verder, maar dan heb je wel de bodem geraakt”, zei Anker, en hij herhaalde zijn standpunt van destijds: de tijd is er rijp voor om religies in het algemeen te beschermen.

Naast hem lichtte Kamerlid Esmé Wiegman het Europese standpunt van de ChristenUnie toe aan een vader en zijn zoontje, dat de hele dag stilletjes op handtekeningen aasde. De partij was tegen het Europees Verdrag, kon leven met de geratificeerde vorm die na de conferentie in Lissabon op tafel kwam, maar het bleef, aldus Wiegman, „deksels hard oppassen”.

Tijdens een imitatie-vragenuurtje in de plenaire zaal pareerde fractieleider Arie Slob een klacht van een ‘vriend’ dat de ChristenUnie „meehobbelde” met het kabinet nog met een verdediging van Balkenende IV: het moest „de harten van de mensen nog voor zich moet zien te winnen”, maar daar was nog drie jaar de tijd voor. Zijn fractie moest soms wel „kritisch op het kabinet zijn”, aldus Slob: bij de 40 miljoen euro bezuinigingen op de kosten van lokaal en provinciaal bestuur bijvoorbeeld, zei hij ‘no way’. „Zo staat het niet in het coalitieakkoord.”

Over de verruiming van embryoselectie staat helemaal niets in het coalitieakkoord. Het valt onder de medisch-ethische kwesties waarvan vooraf alleen is vastgesteld dat ze precair lagen. Daarom was Bussemakers brief volgens de ChristenUnie een dubbel onaangename verrassing: er stonden onacceptabele dingen in, én André Rouvoet was er niet in gekend.

Wat de ChristenUnie sinds vorige week zowel in politiek Den Haag als in de rest van het land aan discussie heeft losgemaakt, had de partij zelf niet voorzien, bezweren betrokkenen. Van een uitgekiende regie, met het partijcongres op 16 juni als mooi moment om even de tanden te laten zien, is volgens hen geen sprake. „Wie dat denkt, kent ons niet”, zegt er een.

Tot nu toe leverde het meeregeren de ChristenUnie winst op: ze kreeg duizend nieuwe leden, in de provincies ging de partij van nul naar zes gedeputeerden en in de peilingen staat ze ook nu nog op acht zetels, een winst van twee. Dat is belangrijker dan tijdelijke, felle kritiek in de media, en belangrijker dan de pamfletten die maandagnacht door een man op de auto en het Woerdense huis van Rouvoet werden geplakt uit protest tegen zijn standpunt over embryoselectie. Wie een minderheidsstandpunt verkondigt, is wel aan wat tegenwind gewend.