‘We moesten een statement maken’

Met een omstreden advies wist de kunstraad het Rotterdamse stadsbestuur te overtuigen meer geld vrij te maken. Een terugblik met voorzitter Micky Teenstra.

Teenstra Foto Carel van Hees Hees, Carel van

De ene na de andere felicitatie mocht Orhan Kaya vorige week in ontvangst nemen op het Rotterdamse stadhuis. Het was de wethouder Cultuur en Participatie (GroenLinks) toch maar mooi gelukt om tijdens het informele collegeberaad 40 miljoen euro extra veilig te stellen voor de noodlijdende kunstsector in zijn stad. Dat was een schouderklop waard, vond menig raadslid.

Maar Kaya is niet de grootste morele winnaar van het verbeten gevecht om de subsidiegelden, dat vorige maand ontbrandde in de tweede stad van Nederland. „Je mag mij ook feliciteren”, lacht voorzitter Micky Teenstra-Verhaar van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC). Onder haar leiding stelde het kunstadviesorgaan voor om fors te snoeien in de culturele basisinfrastructuur (Kunsthal, Gergjev-festival en Zomerfestivals) van de stad. Zo geschrokken bleek het college dat alsnog extra financiële middelen werden vrijgemaakt.

U heeft een meesterzet gedaan.

Teenstra: „Het doel heiligt de middelen. Het was een noodgedwongen keuze, eentje die wij met dertien leden unaniem hebben gemaakt, zij het met pijn in het hart. We waren met handen en voeten gebonden aan het in onze ogen te beperkte jaarbudget (75 miljoen euro, red.) dat we wel een strategie moesten verzinnen om de politiek wakker te schudden. Als we het onszelf makkelijk hadden gemaakt en dus de kaasschaaf hadden gehanteerd, was consternatie uitgebleven en hadden de moeilijkheden zich de komende vier jaar gaandeweg geopenbaard.”

U heeft geen moment geaarzeld?

„Twijfel was niet aan de orde. Twee eerdere noodbrieven van onze hand zijn niet beantwoord door het college. We moesten een statement maken. Vandaar de introductie van die inmiddels beruchte zaaglijn.”

U heeft wel de geloofwaardigheid van de RRKC op het spel gezet, zeggen sommige betrokkenen.

„Die geluiden heb ik ook gehoord. Maar doet dat ertoe? Het gaat niet om ons. Onze inzet was en is het levendig houden van de culturele sector. Dat is gelukt. Rotterdam mag niet verder afzakken. Het economisch adviesorgaan van de stad benadrukt dat ook al jaren. Zowel de wethouder als het college heeft zich altijd op het standpunt gesteld dat voor goede plannen altijd geld is. Wie a zegt, moet ook b zeggen. Dat is nu gebeurd, mede dankzij onze marsroute.”

Ook de vrouw van burgemeester Opstelten pleitte openlijk voor meer geld. Hoe groot is haar rol geweest?

„Moeilijk te zeggen. Maar feit is dat mevrouw Opstelten kunstliefhebber is en lid van de raad van toezicht van de Kunsthal. Zij is dus niet alleen ‘de vrouw van de burgemeester’, zij is ook zichzelf: een geëmancipeerde vrouw.”

Persoonlijk bent u ook beschimpt, onder anderen door Kunsthaldirecteur Wim Pijbes die u neerzette als ‘de vrouw van de dokter die ook in kunst is geïnteresseerd’.

,,Dat hij terugbokst, begrijp ik. Maar boksen kent ook regels. Dit was onder de gordel. Wim is een goeie museumdirecteur, maar van de nieuwe baas van het Rijksmuseum had ik iets meer fatsoen verwacht. Dit was geen beslissing die je op een achternamiddag neemt, waarna je fluitend het gras gaat maaien. Dat zal hij ook moeten beseffen. Ik hoop binnenkort met Wim de lucht te kunnen klaren.”