Tegendraads en desnoods kansloos, maar altijd in beeld

Pas op 1 juli wordt Frankrijk voor een half jaar voorzitter van de Europese Unie. Maar de regering van president Nicolas Sarkozy kan niet wachten om ermee te beginnen.

De Russische premier Poetin was vorige week op bezoek, president Bush komt later deze maand. Uit Den Haag kwam minister Verhagen gisteren even langs, tegelijk met een delegatie van linkse europarlementariërs. En vandaag vieren kunstenaars uit alle hoeken van Europa in Parijs de opening van een ‘Europees cultureel seizoen’.

Maar op de website eu2008.fr die gisteravond werd gelanceerd, staat het echt: Frankrijk wordt pas op 1 juli een half jaar voorzitter van de Europese Unie. Nog een maand – tot die tijd mag Ljubljana, in Slovenië, en niet Parijs zich de hoofdstad van Europa voelen.

Zoveel geduld is te veel gevraagd van president Nicolas Sarkozy en zijn ministers. Het Franse staatshoofd reisde de afgelopen week naar Polen en Oostenrijk, waar hij een plan presenteerde voor een Europees ‘immigratiepact’, om immigratiestromen te beheersen. Frankrijk wil daarmee scoren tijdens zijn voorzitterschap – onder meer door een Europese afspraak om nergens nog een generaal pardon toe te kennen.

Hij speelde ook opzichtig in op de protestgolf in een reeks lidstaten – van Britse boeren tot Spaanse vissers en Italiaanse transporteurs – tegen de hoge brandstofprijzen. Sarkozy opperde dat er een Europese fiscale tegemoetkoming moet komen. Een „verkeerd signaal” vond de Europese Commissie.

Het proefballonnetje toont hoe Sarkozy werkt: hij komt met opvallende, tegendraadse, desnoods ogenschijnlijk kansloze voorstellen, en sorteert gegarandeerd effect. Ze geven hem het politieke initiatief en ze blijven hangen in de Europese publieke opinie.

Maar Sarkozy kan ook pragmatisch zijn. Bijvoorbeeld wanneer het gaat om een van de spannendste politieke EU-onderwerpen het komende half jaar: het aanwijzen van de poppetjes voor de nieuwe topbanen van president van de Europese Raad van regeringsleiders en van Europees minister van Buitenlandse Zaken. Aanvankelijk mikte Sarkozy op een vaste Raadsvoorzitter met presidentiële statuur, de Britse ex-premier Blair. Maar toen duidelijk werd dat andere lidstaten hiermee nooit zouden instemmen, draaide hij bij. Ook Parijs schermt nu met de namen die in het Europese circuit de lijstjes aanvoeren, onder wie de Luxemburgse premier Juncker.

Als Sarkozy in december daarover consensus bereikt, heeft hij misschien niet zijn zin gekregen, maar wel succes geboekt. En dat telt. Want sinds hij ruim een jaar geleden als beginnend president de Franse terugkeer in Europa heeft aangekondigd, maakt Sarkozy geen geheim van zijn ambities: hij wil een leider op Europese schaal zijn. Het EU-voorzitterschap moet daarvan de bekroning worden – en daar kan niet vroeg genoeg mee begonnen worden.

Temeer daar Sarkozy veel wil veranderen: vorig jaar al zei hij lessen te hebben getrokken uit de malaise in Europa die in 2005 tot uiting kwam in het ‘nee’ per referendum van de Fransen en de Nederlanders tegen de Europese grondwet. De les: in plaats van te fungeren als liberaal breekijzer tegen gevestigde belangen in de lidstaten, moet Europa zich toeleggen op protectie. Het komt terug in alle Franse voorstellen voor Europa, of ze nu gaan over de wereldeconomie, migratie, energie, defensie of landbouw: Europa is er volgens Sarkozy om zijn inwoners te beschermen.

In Europa wordt al maandenlang met argwaan en vol verwachting uitgekeken naar een voorzitter met zoveel ambitie. Iedereen wist dat Frankrijk zich sneller als voorzitter zou gaan gedragen dan voorzien. Niet alleen ging Frankrijk Slovenië meteen adviseren, ook liepen Franse ministers zich opzichtig warm om de agenda naar hun hand te zetten. Dat bleek bijvoorbeeld toen Slovenië er aanvankelijk niet in slaagde – door het verzet van Nederland – tot een samenwerkingsakkoord te komen met Servië. Het lukte Slovenië uiteindelijk toch, maar al in februari had de Franse minister voor Europese Zaken, Jean-Pierre Jouyet, gezegd dat het tijdens het Franse voorzitterschap wel zou lukken.

Intussen groeide het wantrouwen bij de andere EU-lidstaten, vooral bij Duitsland. Op bijeenkomsten maakte de Duitse europarlementariër Martin Schulz, leider van de socialistische fractie, cynische opmerkingen over het liefdesleven van de man die zo graag belangrijk wil zijn in Europa. Had Sarkozy het niet veel te druk met zijn Carla om zich met serieuze zaken bezig te houden?

Om de onrust weg te nemen, meet Frankrijk zich allure aan van een klassieke voorzitter, die belooft zich bescheiden te gedragen, zoveel mogelijk te luisteren en ‘neutraal en evenwichtig’ te zijn. Er is een al even klassiek prioriteitenlijstje geproduceerd, dat zich keurig aan de allang vastgelegde Europese agenda houdt. Onderaan staat het moeilijkste: overeenstemming over de afgesproken tussenbalans van het Europese landbouwbeleid. Frankrijk kan hier nauwelijks neutraal zijn: van oudsher is het de meest fervente verdediger van het gemeenschappelijke landbouwbeleid.

Bovenaan het lijstje staan de klimaatplannen. Landen zullen proberen uitzonderingsposities te krijgen voor hun industrie en de EU-voorzitter zal beslissingen moeten afdwingen. Om journalisten in Brussel te laten beseffen dat het dit jaar niet alleen om Frankrijk gaat, organiseerde Duitsland anderhalve maand geleden een persreis naar Berlijn. Meestal organiseren aanstaande EU-voorzitters zulke reizen. De boodschap ging over de auto-industrie. Het is niet eerlijk, vindt Duitsland, om vooral zware auto’s te belasten voor de milieuvervuiling. Zo’n maatregel treft de Duitse industrie harder dan de Franse.

Dit is geen onschuldig gekissebis. Vorig jaar hielp Sarkozy Merkel – toen dienstdoend EU-voorzitter – nog bij het verzekeren van overeenstemming over een nieuw Europees verdrag.

Maar sindsdien heeft Sarkozy zich vaak een Europese einzelgänger betoond. Hij wordt gezien als een buitenbeen die de boventoon wil voeren. Alleen voor meer Europees protectionisme tegen de gemondialiseerde economie (zie ook de brandstofprijzen). Op eigen houtje bereid Turkije de wacht aan te zeggen als kandidaat-EU-lid. In zijn eentje begonnen aan de oprichting van een Mediterrane Unie (naar voorbeeld van de Europese Unie, zegt hij zelf). Steeds waren er anderen – leiders uit het Verenigd Koninkrijk, Spanje, de Europese Commissie – en vaak Duitsland voor nodig om Parijs in het gareel te krijgen. De Mediterrane Unie is zo onder aanvoering van Berlijn omgevormd tot Europees project.

Zonder schade ging het allemaal niet. Vooral in de Frans-Duitse relatie – ooit de motor van de Europese samenwerking – doet zich dat gelden. In maart werden de gebruikelijke gezamenlijke Frans-Duitse ministerraden tot na het begin van het Franse voorzitterschap verdaagd. Van alle Europese leiders heeft juist de machtigste Parijs nog niet aangedaan dit voorjaar: Merkel staat voorlopig niet ingeroosterd in het Elysée.