Rechter: vervolging publicisten gaat te ver

De Europese Kamer van de rechtbank Amsterdam vindt dat het Openbaar Ministerie (OM) te ver is gegaan bij de vervolging van publicisten en columnisten. Bij de vervolging van twee publicisten heeft justitie volgens de rechtbank onvoldoende rekening gehouden met jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

De twee, een columnist van studentenblad Havana en een anonieme publicist op de website Polinco (Politiek Incorrect), werden gisteren, mede op basis van die Europese jurisprudentie vrijgesproken. Het OM, dat passages in het studentenblad „onverdund antisemitisch” had genoemd, had 900 respectievelijk 800 euro boete geëist.

De columnist van het studentenblad had volgens de rechtbank beledigende teksten gebezigd, maar wel in een satirische column „die als het ware een uitzonderingspositie verschaft”. De scribent heeft een agressief-kritische schrijfstijl, aldus de rechtbank, en hij richt zich op een lezerspubliek van „onafhankelijk denkende jonge mensen van wie een kritische instelling mag worden verwacht”.

Ook de internetpublicist geniet volgens de rechtbank bescherming op basis van het Europese recht. Zijn beledigende en discrimineren teksten aan het adres van homo’s, allochtonen en joden getuigen volgens de rechtbank niet „van enig gevoel voor medemenselijkheid of respect”, maar omdat ze op een „semi-openbare internetsite” stonden met een select lezerspubliek mag het wel.

De verdachte had volgens de rechtbank niet de opzet zijn uitlatingen in volle openbaarheid te doen. Daarom is zijn recht op vrijheid van meningsuiting belangrijker dan een veroordeling wegens belediging.

De uitspraak van de Europese Kamer, ingesteld om het vervolgingsbeleid van het OM te toetsen aan Europese regelgeving, kan gevolgen hebben voor de vervolging van de cartoonist Gregorius Nekschot, bevestigt een woordvoerster van justitie. De cartoonist zat vorige maand enige tijd vast voor verhoor op verdenking van productie en publicatie van discriminerende tekeningen.