Rappen, trommelen en zingen met Moessorgski

Het muziekonderwijs stelt niet veel meer voor. Het Concertgebouw ontvangt daarom dezer dagen duizenden kinderen om te musiceren.

De kinderen van de Shri Laksmi-basisschool klappen mee bij het concert in het Amsterdamse Concertgebouw. Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Educatieproject van Holland Symphonia en het Concertgebouw met kinderen van oa de Shri Laksmi Basisschool Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 080602 Boyer, Maurice

Bijna eerbiedig kijken drie jongens van een jaar of elf naar de sofa in de gaanderij van het Concertgebouw in Amsterdam. „Man, moet je voelen”, zegt een van hen en legt zijn hand op de zware stof. Dan gaan ze alle drie aarzelend zitten en kijken vervolgens triomfantelijk rond.

In het Concertgebouw traden gisteren 2.400 kinderen uit groep zeven op in drie concerten met een professioneel orkest. In totaal zullen 5.600 kinderen van basisscholen in en rond Amsterdam zo kennismaken met de concertzaal. „We willen de kinderen nu een mooie herinnering geven, zodat ze later kunnen kiezen voor klassieke muziek”, zegt Marga Wobma-Helmich, hoofd educatie bij het Concertgebouw.

Terwijl het tachtig leden sterke orkest Holland Symfonia aan het stemmen is, gaan de honderden kinderen wat verlegen zitten. Tegen het rode velours van de stoelen steken helblonde haardossen en hoofddoekjes af. Weken hebben de kinderen geoefend op De schilderijententoonstelling van Moessorgski, dat in deze bewerking is verrijkt met raps, liedjes, getrommel en ritmisch geklap.

Zo hebben de kinderen op de hindoeïstische basisschool Shri Laksmi in Amsterdam Zuidoost een week eerder hun generale repetitie.

„Sssss hoehoe”, klinkt het zachtjes in het lokaal.

„Ik wil nu een heel hard ‘hoehoe’ horen, anders worden de mensen straks niet bang”, zegt muzieklerares Elke Berkvens. Een oorverdovend ‘hoehoe’ trekt door het lokaal.

Als de kinderen een lied zingen, sluipt Berkvens rond en legt haar oor bij vele monden. „Iets harder”, fluistert ze tegen Romano.

Zijn klasgenoot Puja heeft geen aanmoediging nodig. Als zij zingt, lijkt ze op te stijgen naar een andere wereld. Thuis krijgt ze zanglessen van haar oom, vertelt ze even later: „Ik leer Surinaamse liedjes. En één Nederlands liedje, Schatje, ik vind je lief.” Chatainya zegt fel: „Dat is een Surinaams liedje, met één Nederlandse zin.”

Met haar soepele zwanenhals oogt Chatainya als een ballerina; en zo beweegt ze ook tijdens de dansjes in de voorstelling. „Ik download Engelse liedjes voor mijn iPod”, vertelt ze.

Ook haar klasgenoten kennen vooral Engelstalige popmuziek. Alleen Rivalino hoort wel eens klassieke muziek, via de tv. „Soms ben ik aan het zappen en blijf ik hangen bij een concert – dan hoor ik een mooie speciale toon.”

Kinderen krijgen tegenwoordig niet veel muziekonderwijs, constateert Marga Wobma-Helmich van het Concertgebouw: „Hun leerkrachten hebben op de pabo zestien uur muzieklessen gehad. Op scholen worden nog nauwelijks liedjes gezongen. Thuis trouwens ook niet. En dat terwijl kinderen graag zingen, kijk maar naar een tv-programma als Idols.”

Om kinderen in elk geval één keer in hun leven de schoonheid van klassieke muziek te laten ervaren, heeft het Concertgebouw dit grote project opgezet. Financiers zijn de gemeente Amsterdam, de Vanden Ende Foundation en ongeveer vijftig particulieren van het Concertgebouw. Muziekdocenten als Berkvens hebben tien weken lang met de kinderen gerepeteerd.

De kinderen van Shri Laksmi zijn zeer geconcentreerd en enthousiast aan het zingen, dansen en ritmisch klappen. „Dat is het leukst.”

Drie jongens mogen trommelen. Berkvens: „Hoe doen ze het?” De klas: „Slecht!” Berkvens lacht: „Zij doen het heel goed!”

Dan zegt Berkvens: „Er komt bij het concert ook een prinses, dat hoort bij het sprookje.” Iemand vraagt: „Komt Máxima?” Berkvens: „Nee, Máxima komt niet. Wel een mooie prinses. Meer zeg ik niet. Dat is een verrassing.”

Bij het concert verschijnt een week later inderdaad een prinses, een sneeuwprinses uit de Russische sprookjes. De honderden kinderen die dan al bijna een uur hebben gezongen, gedanst en geklapt, vallen stil. Als de bevroren prinses wordt bevrijd met luid getrommel, juicht de zaal.

„Dat was het mooiste, het verbreken van de betovering met de trommels”, zegt Rivalino. Hij heeft al die tijd als in een trance gezongen en geklapt.

Puja heeft steeds gezongen met een haast devote uitdrukking op haar gezicht. Nu luistert ze heel stil naar de finale, waarin de strijkers en blazers Moessorgski nog eens oppoetsen. „Dit was het mooiste”, zegt Puja: „Deze muziek aan het einde.”