Poëzie rond de put

De reiziger die van en naar het Centraal Station in Rotterdam loopt, valt het te midden van alle bouwdrift niet op: poëzie.

De bouwput bij het CS R’dam.

De bouwput van het nieuwe Centraal Station in Rotterdam drukt de bezoekers meteen met de neus op de clichés over de stad: hier wordt gewerkt, hier wordt gebouwd. Voor de heel opmerkzame reiziger zijn de afgelopen dagen in en rond de bouwput bijna ongemerkt lichtpuntjes verschenen die het beeld wat verzachten. Al moet je blik er toevallig wel aan blijven haken. Dichtregels hebben de bouwput verrijkt. Ze zijn te lezen op de zijkant van een bouwkeet of op het staal van een van de buizen die de wanden rond de 38 meter diepe bouwplaats in bedwang houden. Aan het Weena prijkt opeens Paul van Ostayen:

zijn alle steden zo

zijn zij alle zo

zo zijn zij alle

En even verderop valt het oog op poëzie van Mirjam Van hee:

zo gaat het altijd in stations:

wij hadden plots tijd en geen woorden

het regende harder en ginder was ver

Opvallen doen de regels in hun schreefloze lettertype nauwelijks, maar daarover is nagedacht. „Het mag niet te opvallend zijn”, zegt beeldend kunstenaar en coördinator van Thuis langs het Spoor Jan Grolleman. Hij is tevens initiatiefnemer van het kunstproject ‘De bouw’ in en om de bouwput, waarvan de dichtregels deel uitmaken. „Je kunt er ook aan voorbij lopen. Ik hoop natuurlijk dat het meer mensen opvalt. Poëzie is per definitie niet schreeuwerig. Het moet meer respecteren wat er gebeurt dan dat het zich prominent over de hele bouw uitspreidt.”

Om dit project tot stand te brengen zocht en vond Grolleman samenwerking met Poetry International, waarvan de 39ste editie op 7 juni begint, met als thema Stad en Land. Poetry leverde 25 dichtregels die met stedelijkheid te maken hebben en afkomstig zijn van dichters die ook tijdens Poetry optreden. Negen fragmenten prijken nu op muren, buizen en barakken op het bouwterrein.

„De dichtregels verbinden de bouw met de stad, de poëzie met de dagelijksheid”, zegt Jan Grolleman. „De bouwput is een betoverende wereld, een wereld van techniek, vooral wanneer je ziet wat er onder de grond schuilgaat, ongemerkt voor wie hier langskomt. Poëzie verwacht je hier niet. Ze werkt licht vervreemdend. Tegelijk zet de poëzie aan tot nadenken. Over het bouwproces, maar ook over de betovering van wat er allemaal aan de hand is.”

Juist de werkzaamheden rond Rotterdam Centraal lenen zich voor een kunstmanifestatie als deze, vindt Grolleman. „Gebieden waar iets gebeurt, die onaf en rafelig zijn, daarmee kun je wat als kunstenaar. Je kunt het klimaat veraangenamen, voor de reizigers en voor de bouwers. Dat nieuwe station moet toch gebouwd worden, dat gaat niet zonder overlast. Bouwvakkers en reizigers hebben elkaar nodig om een goed resultaat te bereiken. Dit is een bescheiden bijdrage daaraan.”