Ook onder dit kabinet krimpt het Rijk niet

Dit kabinet zou het aantal ambtenaren verminderen door ‘intelligente’ analyses. Toch was er een toename van 3,4 procent. Dat moet worden gezien als ‘afname’.

Deze keer zou het wel lukken, zei minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) vastberaden toen ze aantrad. Dit kabinet zou niet dezelfde fouten maken als al zijn voorgangers – die ook beloofden ministeries kleiner te maken, om er elk jaar weer achter te komen dat het ambtenarenapparaat onstuitbaar groeide.

Dit kabinet zou niet de kaasschaafmethode hanteren. Een intelligente analyse zou bepalen waar de bezuinigingen terechtkomen. Ministeries mochten geen taken overdragen aan (semi)private organisaties of externe adviseurs om hun ambtenarenaantallen omlaag te krijgen. Bezuinigen en krimpen was onontkoombaar.

Wie naar de resultaten tot nu toe kijkt, denkt niet direct aan het woord krimp – het aantal rijksambtenaren steeg het afgelopen jaar volgens het Sociaal Jaarverslag Rijk met 3,4 procent. De uitgaven aan ‘externen’ namen toe met 62 procent, naar bijna 1 miljard euro.

Die cijfers staan niet in de gisteren gepubliceerde eerste voortgangsrapportage over de bezuiniging. Die 60 bladzijden staan wel vol plannen die over vier jaar een slanke, digitale en flexibele rijksoverheid moeten opleveren. In een interview met het Financieele Dagblad zei Ter Horst afgelopen zaterdag dat bezuinigen natuurlijk heel belangrijk was. Maar: „Veel, veel belangrijker dan de vermindering van het aantal ambtenaren is een betere manier van werken.”

Toch heeft het kabinet zelf het verbeteren van de kwaliteit gekoppeld aan een ambitieuze bezuiniging: binnen vier jaar moeten er 12.800 ambtenarenfuncties verdwijnen bij het Rijk. Dat moet vanaf 2011 een jaarlijkse besparing van 630 miljoen euro opleveren. Kosten: 538 miljoen euro.

De ambtenarengroei van afgelopen jaar moet je eigenlijk zien als een afname, schrijft minister Ter Horst. Eind 2007 waren er 175.541 ambtenaren. Dat zijn er 4.500 minder dan het aantal „had kunnen en mogen zijn”. Het vorige kabinet had tenslotte groei ingepland van politie, inlichtingendienst, gevangeniswezen en de Belastingdienst. Dus, concludeert de minister nu: „Wanneer er rekening wordt gehouden met de geaccordeerde groei, is er sprake van een lichte krimp.” Dat is dus de winst van 2007: dat de overheid minder hard groeit dan het vorige kabinet voor ogen had.

In werkelijkheid zijn er ambtenaren bij gekomen. Volgens de voortgangsrapportage waren dat er 956, een toename van 0,6 procent. Het Sociaal Jaarverslag ziet een groei van 2.761. Het verschil komt doordat de rapporten – die op hetzelfde ministerie worden geschreven – niet met dezelfde organisatieonderdelen rekenen.

Wat de toename ook is, de trends die eraan ten grondslag liggen zijn zorgelijk – of ‘verdienen aandacht’, in de taal van het voortgangsrapport. Neem de toename van ondersteunend personeel met 1,7 procent. De omvang van de ondersteunende diensten moet van het kabinet binnen vier jaar juist met een kwart afnemen. Ook inspectie-, toezichts- en uitvoerende diensten groeien licht, hoewel ze in 2011 substantieel kleiner moeten zijn. De enige uitzondering is de afname van 3,2 procent van het aantal beleidsambtenaren. Het streven is een krimp van 20 procent van deze groep in 2011.

De minister ziet deze afname als bewijs dat de goede weg is ingeslagen. De groei op alle andere onderdelen is geen reden tot „grote zorg”. Dit jaar hoefde nog helemaal niet te worden bezuinigd, schrijft Ter Horst. Maar wat er nu bij komt, moet er later wel weer af.

Een andere zorg is dat zo’n 14 procent van de bezuinigingen moet worden opgebracht door zogenoemde zelfstandige bestuursorganen (zbo’s). Die voeren overheidstaken uit, maar gaan zelf over hun bedrijfsvoering. Zoals de minister zelf schrijft: „Soms blijkt het moeilijk greep te krijgen op de ontwikkelingen bij een zbo.” De Algemene Rekenkamer is minder diplomatiek. Denken dat de zbo’s kunnen bijdragen aan de bezuinigingen is „niet realistisch”.

Andere fundamentele kritiek op de plannen komt in het voortgangsrapport helemaal niet aan de orde. Volgens de Rekenkamer is het niet duidelijk wie politiek verantwoordelijk is. Geen garantie voor succes op het Binnenhof.

Ambtenaren kunnen volgens het Centraal Planbureau 1,3 procent efficiënter werken. Het grootste deel van de plannen van het kabinet is gebaseerd op de aanname dat efficiënter werken een bezuiniging van 5 procent oplevert. De Rekenkamer vraagt zich af waar dat optimisme vandaan komt.

Het kabinet ziet automatisering – van werkplek, personeelsbeleid, inkoopbeleid en wetgeving – als een uitgelezen mogelijkheid om met minder ambtenaren hetzelfde werk te kunnen doen. Een dappere keuze, gezien de slechte ervaringen die diverse ministeries hebben opgedaan met automatiseringsprojecten. De Rekenkamer is niet enthousiast. Het is „zorgwekkend dat de verwachtingen op ICT-gebied zo hooggespannen zijn”.

Ambtenaren zijn er niet zomaar. Ze bestaan omdat politici willen dat de overheid zich ergens mee moet bemoeien. Het mantra bij aankondiging van deze bezuiniging was dan ook: zonder politieke keuzes om dingen níét te doen, is bezuinigen kansloos.

Van die essentiële cultuuromslag is weinig te zien. De Rekenkamer: „De meeste ministeries hebben nog nauwelijks fundamentele keuzes gemaakt”. Ook dit kabinet heeft ambities waarvoor ambtenaren nodig zijn. En de Tweede Kamer, die weinig ‘visie’ in de bezuinigingen ontdekt, bezwijkt zelf regelmatig voor de lokroep van overheidsingrijpen.

Of er binnenskamers zorgen over de haalbaarheid van de plannen bestaan, is niet duidelijk. Voor de buitenwacht wordt gedaan alsof er niets aan de hand is. Minister Ter Horst: „Conclusie is dat op hoofdlijnen sprake is van een ontwikkeling volgens plan.”

Meer over de bezuinigingen op nrc.nl/binnenland