Luchtvaartcrisis vooral Westers

De hoge olieprijs drukt de burgerluchtvaart dit jaar in de rode cijfers. Dat leidt waarschijnlijk tot faillissementen. Maar niet iedereen in de branche is even pessimistisch.

„Wie van u zal het niet overleven, wie van u zal volgend jaar niet meer hier zijn?”, vraagt panelvoorzitter Nik Gowing onheilspellend aan de leden van IATA, de associatie van luchtvaartmaatschappijen – dezer dagen bijeen in Turkije. Dit jaar zijn al 24 kleine en middelgrote maatschappijen failliet gegaan. De bestuursvoorzitters van de overgebleven 230 leden van IATA – vrijwel alle topmannen zijn present – kijken elkaar aan. Wie is het volgende slachtoffer?

Eén kandidaat ligt op ieders lippen: Alitalia. De Italiaanse nationale luchtvaartmaatschappij is al zo ernstig ‘ziek’ dat de bestuursvoorzitter verstek laat gaan in Istanbul. Door de scherpe stijging van de olieprijs, de afgelopen maanden, tot een niveau rond de 130 dollar per vat, verwacht IATA dat de sector dit jaar een verlies zal lijden van zeker 1,5 miljard euro. In 2007 boekten de maatschappijen samen nog 3,6 miljard winst.

Grote vraag onder de bestuurders: wat gebeurt er verder met de olieprijs? Jean-Cyril Spinetta, topman van Air France-KLM zegt geen voorspelling meer te durven doen. „Wat ik wel weet is dat je niet moet vertrouwen op wat de zogenaamde experts zeggen. Die hebben er al zo vaak naast gezeten.” Air France-KLM betaalt nu relatief weinig voor zijn brandstof omdat het bedrijf veel kerosine van te voren inkoopt tegen een vaste prijs (hedgen). Maar Spinetta relativeert dit: „Hedgen is een illusie, want je koopt voor een beperkte periode in. Daarna moet je toch de hogere prijs betalen.”

Bestuursvoorzitter Willie Walsh van British Airways: „We zullen ermee moeten leven. De brandstofprijs gaat misschien nog verder omhoog. Meer maatschappijen zullen verdwijnen en alleen de sterksten overleven.”

Maar niet iedereen in de industrie is pessimistisch. „De problemen in de luchtvaart liggen vooral in de Verenigde Staten en Europa. In China, India en het Midden-Oosten gaat het nog steeds heel goed”, zegt Tim Clark, de topman van Emirates uit het emiraat Dubai. Terwijl vrijwel alle maatschappijen een terugloop in passagiersaantallen verwachten (door hogere ticketprijzen) en daarom hun stoelcapaciteit willen inkrimpen, doet Emirates precies het omgekeerde. Tim Clark: „Ik weet dat ik niet representatief voor de industrie ben, maar wij gaan uit van een groeiplan van 20 tot 25 procent. We breiden ons netwerk verder uit en zullen geen capaciteit inleveren.” Clark klaagt ook niet over de hoge olieprijs.

Andere maatschappijen, waaronder Air France-KLM ‘verdenken’ Emirates er al langere tijd van olie en luchthavendiensten voor een prikje te krijgen. Een geïrriteerde Clark: „Voor de honderdste keer zeg ik het: wij ontvangen geen enkele vorm van subsidie.” Spinetta: „Vast staat dat de luchthaventarieven in de grote Europese steden zeven keer zo hoog zijn als in Dubai.”

Volgens Josef Ackermann, bestuursvoorzitter van Deutsche Bank, is een verschil in ontwikkeling tussen maatschappijen heel goed denkbaar. „Bedrijven die er goed voor staan, met een gezonde balans, zullen in staat zijn meer klanten aan te trekken.”

De luchtvaartindustrie heeft te veel medelijden met zichzelf, zegt Steve Udvar-Hazy, de topman van het Amerikaanse ILFC, het grootste vliegtuigleasebedrijf ter wereld. „Overal gaan de prijzen omhoog, niet alleen in de lucht. Ook aan de benzinepomp betaalt de consument nu veel meer dan voorheen. Maar ik denk niet dat de vliegreis een sluitpost is geworden. Het is een noodzakelijkheid en deel van een vast uitgavenpatroon.” Door faillissementen moest ILFC dit jaar tientallen geleasde vliegtuigen terugnemen. Udvar-Hazy: „Het opvallende is: we hebben alle toestellen bij nieuwe klanten kunnen plaatsen, tegen aanzienlijk hogere leasetarieven.”

De meeste leden van IATA zijn het erover eens dat consolidatie in de industrie geboden is, maar luchtvaartmaatschappijen verschillen van mening in welke mate. De grote Europese bedrijven gaan het verst: zij willen volledige liberalisatie met grensoverschrijdende overnames. In Azië zal dat „van zijn levensdagen” niet gebeuren, zegt Anthony Tyler, topman van Cathay Pacific uit Hongkong. Een Japanse maatschappij die een belang neemt in een Chinese, of een Indiaas bedrijf dat een Pakistaanse concurrent overneemt? Ondenkbaar, zegt Tyler.