Lief, Muze, mooiste ooit

Driehonderd woorden heb ik gekregen om je te zeggen dat ik van je hou. Dat is krap. Driehonderd, dat is de woordenschat van een tweejarige. Maar altijd nog beduidend meer dan het vocabulaire van een verliefde.

Ik hou van je, ik mis je. Tel je even mee? Ik tel er vijf. De vijf die er toe doen. Jij zult er tegenin brengen, want dat doe je altijd, ik ken je, dat dat niet kan omdat ik je niet ken. Het zal.

Ik schrijf je omdat ik je niets te zeggen heb, dat is volgens de Franse komiek Roland Barthes zo’n beetje de portee van elke liefdesbrief. Weet dat ik aan je denk, Im Westen nichts neues. Zoiets. Franse filosofen, je hoorde er vroeger veel goeds over.

Drieduizend boeken moet ik volgende week verhuizen, om en nabij. Nabij vooral, driehonderd meter schuin de straat over, maar dat schijnt niets te schelen. Ik zou me ermee bezig moeten houden, maar jij wemelt door mijn hoofd. „En verhuizen is ook haast niet te doen / met al die boeken” schrijft Max de Jong in Heet van de naald.

Ach hoe kan ik nu ook schrijven / zij is getrouwd met een ander / en heeft kinderen / zoals het moet”.Die Max. Noem me Max, ik noem jou Emma.

Weet je, Adembenemende, zoals Emma met haar minnaar in een geblindeerd rijtuig door Rouen rijdt, zo sta je naast me als ik je gedichten voorlees. Dat geloof ik. Zo geloven lijken die nog bloeden. Claus, maar dat weet je. Omdat ik het je voorlas. Weet je nog dat ik je sms’te dat je mijn Emma Bovary was? En dat je terugschreef: maar dan zonder arsenicum. Er zindert iets tussen ons. Daarom geloofde ik je toen je schreef dat je niet wil dat ik flessen wijn leegdrink om ze te kunnen vullen met mijn tranen. Dat ik mijn nachten doorwaak met drank, dichters, dwaze liedjes en denken aan jou. Dat ik averij oploop, nachtschade opdoe.

En dus stond je voor me, vorige week, en je ging weg, je bent zo godvergeten goed in weggaan, en ik zei: „Je ziet er mooi uit, maar ook moe en ongelukkig.” Jij: „Ik ben ook niet gelukkig.” Zoiets zeg je niet, dat hoor je niet te zeggen, dat is… meedogenloos. Meedogenloos, van mij, van jou. Want zoiets zeg je niet. Tegen je moeder niet, tegen je vrienden niet, tegen niemand niet. Wij zeggen het, als we elkaar zien wankelt de wereld.

Lief, Muze, mooiste ooit, ik ken je niet, je kent mij niet, het zal. Het zal. Maar je raakt me waar het pijn doet, je snijdt tot op de nerf. Je wemelt door mijn hoofd. Je ontroert me.

Wekelijks schrijft iemand op uitnodiging een brief aan de next-generatie. Jan-Hein de Nobel (40) is boekverkoper

    • Jan-Hein de Nobel