Huishoudelijke hulp kan weer in vaste dienst

Staatssecretaris Bussemaker (VWS, PvdA) wil thuiszorgondernemingen tijdelijk subsidiëren om zelfstandige alfahulpen weer in dienst te nemen of vaste krachten in dienst te houden.

Dit heeft de staatssecretaris gisteren aan de Tweede Kamer laten weten in een tussenbalans van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) die vorig jaar is ingevoerd.

Bussemaker heeft dit jaar 40 miljoen euro en de komende jaren telkens 10 miljoen euro beschikbaar om de gevolgen op de arbeidsmarkt van de aanbesteding van huishoudelijke hulp door gemeenten weer op te vangen. Die aanbesteding leidde afgelopen jaar tot een tarievenslag, waardoor thuiszorgaanbieders hun werknemers in veel gevallen uit dienst lieten gaan om ze als goedkopere alfahulpen verder te laten werken. Bussemaker kondigde enkele maanden geleden al een wijziging in de WMO aan, waarbij cliënten kunnen kiezen of zij een alfahulp of een vaste kracht van de zorgaanbieder willen.

De staatssecretaris gaat ervan uit dat de meeste cliënten voor het laatste kiezen. Daarom ook wil zij zorgaanbieders tijdelijk financieel tegemoetkomen. De verwachting is dat de tarieven volgend jaar omhoog zullen gaan, waardoor financiële steun aan zorgaanbieders niet meer nodig is. Bussemaker is er voorstander van aanbieders wettelijk te verplichten tot overleg over overname van elkaars personeel. Uiteindelijk vielen vorig jaar volgens haar slechts 546 ontslagen in de sector, mede dankzij financiële steunmaatregelen.

De staatssecretaris constateert in haar brief dat cliënten in het algemeen tevreden zijn over de huishoudelijke hulp die zij hebben kregen. Waardering heeft ze voor de „vernieuwende manier” waarop gemeenten invulling geven aan de bredere bedoeling van de WMO door samenwerking met maatschappelijke organisaties als woningcorporaties en welzijnsinstellingen. Bussemaker wil vernieuwing van het welzijnswerk stimuleren, onder meer door extra geld (2,8 miljoen euro per jaar) uit te trekken voor het opleiden van beroepskrachten.