Het gaat erom de mannelijke mens bezig te houden

Arnon Grunberg is in Irak. Deel 15 van een serie.

Op deze prachtige dag – de temperaturen komen weer ruimschoots boven de veertig graden uit – gaan we speelgoed uitdelen aan kinderen in het dorpje Ali Hamid.

Deze operatie vindt plaats voor het huis van de sjeik van Ali Hamid, hij heet Hussein Ali Hamid al-Lehebi. Ook krijgen wij steun van het Iraakse leger.

De kinderen van Ali Hamid stellen zich onder leiding van het Iraakse leger op in rijen van twee en komen dan speelgoed en chocolade in ontvangst nemen. Wegens de temperaturen smelt de chocolade snel, maar dat mag de feestvreugde niet bederven.

Hier in de buurt zijn de ‘Zonen van Irak’ actief, of in het Arabisch ‘Sahwa’, wat zoveel betekent als ‘Awakening,’ waarover de Amerikanen voortdurend spreken.

De zonen van Irak zijn voornamelijk Iraakse soennieten die eerst tegen betaling de Amerikanen bestreden en vervolgens tegen betaling daarmee zijn opgehouden.

Nu lopen ze wacht, staan bij checkpoints of verrichten andere nuttige taken.

Niettemin kom je in een dorp als Ali Hamid nog wel groepjes mannen tegen die niets te doen hebben en voor hun huis staan in afwachting van iets.

Winst lijkt op een plek als deze slechts een bijgedachte van de economie. Het gaat er om de mens, en dan vooral de mannelijke mens, bezig te houden. Waarbij het er nauwelijks toe doet of we het over de Amerikaanse man of de Iraakse man hebben en ongetwijfeld geldt iets soortgelijks voor de Nederlandse man.

Als het speelgoed is uitgedeeld en alle chocolade gesmolten is, nodigt de sjeik ons uit voor een maaltijd.

We krijgen kebab, Iraakse augurken, tomatensalade, en een soort van pita’s. Het eten in de legerkampen kan er niet tegenop. De militairen smullen. Zonen van de sjeik zetten blikjes Fanta op tafel.

De sjeik zelf eet niet, hij kijkt hoe zijn gasten eten.

„We moeten de weg laten asfalteren”, zegt luitenant Kaness. „Zullen we zeggen dat we een kilometer gaan asfalteren?”

De sjeik knikt.

„Welke kant van de weg zullen we asfalteren?” wil de luitenant weten. „De linker- of de rechterkant?”

De sjeik denkt even na, maar besluit dan voor de rechterkant.

We gaan het dorp in. We hebben nog meer cadeautjes uit te delen.

Ons ‘platoon’ wandelt de kruidenierszaak van Ali Hamid binnen.

„Wat hebben jullie nodig?”, vraagt de luitenant aan de eigenaar. „Waaraan hebben jullie gebrek?”

De luitenant kijkt rond. „Nieuwe vrieskasten?”, vraagt hij.

De eigenaar knikt.

De luitenant maakt een aantekening.

Met het royale gebaar win je vrienden.