Een embryo is maar een klomp cellen

De ChristenUnie wil niet dat embryoselectie te ver wordt doorgevoerd.

Terwijl God niet anders doet dan embryo’s ‘selecteren’.

De woordvoerder van staatssecretaris Jet Bussemaker (Volksgezondheid, PvdA) zei dat het geen kwade opzet was geweest om minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, CU) niet te betrekken bij het voorstel om selectie van embryo’s toe te staan bij vrouwen met ernstige vormen van erfelijke kanker. Jammer. Was het maar wél kwade opzet geweest. Had de staatssecretaris maar eens een gezond gebrek aan respect voor gevoeligheden van religieuze aard aan de dag gelegd.

Is Jet Bussemaker gezwicht voor religieuze onzin? Jazeker. Een embryo kwalificeren als ‘beginnend menselijk leven’ is volslagen absurd. Een embryo is geen mens, maar een klomp cellen. Het kent geen pijn, heeft geen ervaringen en kan niet denken. Het ontbeert, kortom, alles wat een levend wezen aanspraak geeft op morele rechten. Een embryo lééft, dat zeker. Maar alle cellen leven, ook die van planten. En geen christen zal gebukt gaan onder gewetensbezwaren als hij sla eet. Dus waarom wordt hij dan wel sentimenteel bij de vernietiging van embryo’s?

Waarschijnlijk omdat een embryo de potentie heeft om een mens te worden. Dat klopt. Maar verdient het daarom bescherming? Dan is het einde zoek. Want dan zouden al die miljoenen spermacellen die bij iedere zaadlozing verloren gaan en al die onbevruchte eitjes die vrouwen maandelijks verliezen, voortaan ook morele verontwaardiging moeten oproepen, omdat er ‘potentieel menselijk leven’ wordt verspild. Het potentieargument heeft gewoonweg een te breed bereik om ons morele handelen op af te stemmen.

Bovendien is er nog een reden waarom aan de morele waarde van een embryo kan worden getwijfeld: ‘God’ zelf lijkt er ook nogal kwistig mee om te springen. Het lot van de meeste embryo’s is namelijk een voortijdige dood. Van alle eitjes die op natuurlijk wijze worden bevrucht, sterft 75 procent nog voor de zwangerschap is voltooid. Feitelijk zou de ChristenUnie de vernietiging van embryo’s dus toe moeten juichen; daar is de hand van de Schepper in te herkennen. Zouden ze koste wat kost toch alle embryo’s willen beschermen, dan moeten ze er voortaan maar van afzien elkaar op natuurlijke wijze te bevruchten. Daarmee gaan immers talloze embryo’s verloren.

Nu speelt in de discussie over het voorstel van staatssecretaris Bussemaker vooral een rol dat het niet 100 procent aantoonbaar is dat afwijkende genen tot borst- of darmkanker zullen leiden. Maar is 80 procent kans niet genoeg voor de ChristenUnie? De eis van 100 procent aantoonbaarheid komt tamelijk ridicuul over, alsof 80 procent niet een enorm risico betekent. Daarbij baseren ze alle andere bezwaren ook nog eens op het bestaan van iets of iemand waarvan de aantoonbaarheid nul komma nul is.

Het argument dat we ‘niet voor God mogen spelen’ heeft dan ook geen enkele grond. We zullen in de menselijke genenkaart niets ontdekken dat de verwezenlijking is van een goddelijk plan. Onze genenkaart is het resultaat van selectie. Al sinds hun ontstaan hebben mensen geselecteerd op gezond nageslacht. En er is geen enkele reden om daar nu niet mee door te gaan, gebruikmakend van de moderne technieken die ons daarvoor ter beschikking staan.

Het is namelijk niet alleen een ethische kwestie, maar ook een democratische. In een kwart eeuw is Nederland veranderd van een christelijke natie in een land waarvan de overgrote meerderheid van de bevolking zichzelf ietsist, agnost of atheïst noemt. Toch is dit kabinet het meest christelijke dat we sinds Colijn IV hebben gehad. Dit anachronisme is de prijs die de sociaal-democraten van de PvdA hebben betaald om aan de macht te blijven. Een prijs die te hoog wordt wanneer een kleine, christelijke splintergroepering het streven naar vermindering van ziekte en lijden eigenhandig gaat belemmeren. Staatssecretaris Bussemaker mag hier niet voor zwichten.

Marcel Zuijderland heeft filosofie en culturele antropologie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam.