Die Indianenpijlen waren ook op ons gericht

Houtkappers zijn de grote vijand van de indianen die wij vorige week op de foto zagen.

Maar ons zullen ze ook geen warm hart toedragen.

Illustratie Milo Milo

De nieuwe indianenstam die ontdekt is in het grensgebied van Brazilië en Peru, richtte zijn pijlen op een vliegtuig. De angst voor vreemdelingen is zeker terecht: op allerlei plekken in de tropen zijn er conflicten tussen bosbewoners en ‘indringers’ – de multinationals die de leefomgeving van de bosbewoners willen exploiteren.

Bosbewoners zijn jagers en verzamelaars. Alle levensbenodigdheden halen zij uit het woud: vlees of vis, fruit, kruiden, geneesmiddelen, huisvesting en vuur. Geen bos betekent voor hen geen voedsel. Houtkappers zijn daarom hun grootste vijanden.

In zowel Peru als Brazilië is de meeste houtkap illegaal, maar aan beide kanten van de grens wordt op grote schaal gekapt: mahoniebomen aan Peruaanse zijde, tropisch hardhout in Brazilië. Jaarlijks verdwijnt in Brazilië een oppervlakte aan regenwoud zo groot als België.

Ons koopgedrag moedigt de houtkap aan. In 2004 zag ik in de Amazonehaven Santarem in Brazilië hoe de kades volstonden met hardhout, klaar voor de export per vrachtschip naar voornamelijk Europese havens. Weinig houtstapels hadden een keurmerk als FSC (Forest Stewardship Council, Raad voor Goed Bosbeheer).

Niet alleen de houtkap leidt tot ontbossing van het leefgebied van de indianen. In de Amazone verdwijnt regenwoud voor de vleesindustrie. Bos maakt plaats voor veeteelt of om er veevoer als soja te verbouwen. Brazilië is behalve de grootste rundvleesproducent ook ’s werelds grootste soja-exporteur geworden. Amerika, de tweede vleesproducent, is de voornaamste afnemer. Nederland, met zijn omvangrijke varkensindustrie, de tweede.

Er is in Nederland ook weinig terechtgekomen van het ooit zo ambitieuze ‘Regeringsstandpunt Tropisch Regenwoud’ (RTR) uit 1991, dat inhoudt dat alleen hardhout uit beschermde en duurzaam beheerde bossen geïmporteerd mag worden. Anno 2008 geldt dat voor minder dan 20 procent, en slechts ten dele als gevolg van overheidsbeleid. Het Nederlandse en Europese plan om in de toekomst alleen nog legaal hout in Europa te importeren is ook niet gebaseerd op duurzaamheidcriteria.

Zolang wij in Nederland en Europa illegale en niet-duurzame tropische grondstoffen of producten kopen, zijn wij betrokken bij de ontbossing en het uitsterven van zowel de inheemse bevolking als talloze dieren. Tropische bossen kennen immers een extreme biodiversiteit. Zij vertegenwoordigen 6 procent van het aardoppervlak, maar herbergen meer dan de helft van alle dier- en plantensoorten.

Uiteraard is de ontbossing van de tropen ook niet in ons eigenbelang. Veel medicijnen komen bijvoorbeeld oorspronkelijk uit het biodiverse regenwoud. Met het verdwijnen van regenwoud en bijzondere planten- en dierensoorten, dreigt hetzelfde voor potentiële medicijnen. Ontbossing is bovendien verantwoordelijk voor 20 procent van de CO2-uitstoot, met Indonesië als de derde CO2-uitstoter van de wereld, na China en de VS. Ontbossing is hiermee een mondiaal vraagstuk geworden.

Om inheemse volken en tropische bossen te behouden, is een duurzaam beleid vereist. De officiële EU-uitgangspunten moeten daadwerkelijk worden geïmplementeerd. Laten we beginnen met een importstop op illegaal hout, wat wel degelijk mogelijk is, in tegenstelling tot wat wordt beweerd. Implementatie van het Regeringsstandpunt Tropisch Regenwoud (RTR) uit 1991 zou een mooie volgende stap zijn.

Burgers die intussen een bijdrage willen leveren, kunnen dat doen via hun koopgedrag, bijvoorbeeld door minder vlees en industrievoedsel te consumeren en uitsluitend duurzaam hout te kopen. Pas dan worden de gefotografeerde Amazone-indianen minder in hun voortbestaan bedreigd.

Dr. Tim Boekhout van Solinge doceert criminologie aan de Universiteit Utrecht waar hij onderzoek doet naar ‘eco-crime’.