De vader-god Farthan was biseksueel

Bouke van der Meer schreef de eerste grote analyse van de langste Etruskische tekst, 1.300 woorden uit de tweede eeuw voor Christus. Het levert nieuwe inzichten in religie en taal.

De mummie waarin het als windsel gebruikte Liber Linteus werd teruggevonden. Foto’s L.B. van der Meer Meer, L.B. van der

Rotterdam, 3 juni. - Vaste rituelen op vaste dagen van het jaar. Uitgevoerd buiten een stad bij heilige waterstromen en in heilige bosjes en graven. Offers van dieren, wijn, water, olie en meel. Goden die Nethuns en Farthan heten. Priesters die belangrijker waren dan de politieke autoriteit. Een processie voor enkele hoofdgoden met een versierde draagbaar.

Dat is de Etruskische wereld die oprijst uit het onlangs gepubliceerde commentaar van Bouke van der Meer op de Liber Linteus Zagrabiensis, het linnen boek met de langste Etruskische tekst, met 1.300 woorden. De Etrusken zijn een door de Grieken beïnvloed volk dat van de negende tot de eerste eeuw voor Christus het huidige Toscane bevolkte. Ze hadden op hun beurt grote invloed op Rome, dat zelfs een tijdje door Etruskische koningen werd geregeerd. Hun kennis en kunde was al in de Romeinse tijd met een zweem van geheimzinnigheid omgeven. Ze hielden zich veel bezig met waarzeggerij en spraken een nog altijd nauwelijks opgehelderde taal.

Het commentaar bundelt voor het eerst alle tot nu toe bekende interpretaties van deze belangrijke Etruskische tekst uit het eind derde, begin tweede eeuw voor Christus. Hij is geschreven op een in twaalf bladzijden gevouwen linnen doek die ooit werd teruggevonden in de windsels van een Egyptische mummie. Van der Meer, archeoloog en etruskoloog aan de Universiteit Leiden, komt ook met nieuwe inzichten. „Het gaat om een rituele kalender met een kosmologisch karakter. Het jaar wordt door de solstitia en de equinoctes in vier seizoenen verdeeld. De hemel is verder verdeeld in zestien delen, net als op de bekende Lever van Piacenza, een bronzen model van een lever dat waarschijnlijk is gebruikt om haruspices, leverzieners, te onderwijzen. En een afbeelding op de binnenkant van een bronzen lepel uit Pyrgi vormt volgens mij een aanwijzing dat de in de tekst genoemde god Farthan een combinatie van Gorgo en Silenus was en dus een biseksueel karakter had.”

Van der Meer houdt zich al meer dan twintig jaar bezig met de Etruskische religie. „Ik wil in hun hoofden kijken. Hoe keken ze tegen de wereld en de kosmos aan?” In grote lijnen is dat nu bekend. De Etrusken kenden ruim veertig goden. De belangrijkste goden in de Liber Linteus zijn goden van het licht en de duisternis en verder een god die te maken heeft met Tin (de met Jupiter te vergelijken oppergod), Nethuns (Neptunus) en Farthan, de Vader. Grieksachtige godennamen zoals Ap(u)lu (Apollo), die elders wel voorkomen, ontbreken. Van der Meer: „Een aanwijzing dat het hier om de kern van de Etruskische religie gaat.”

De Etrusken geloofden sterk in voortekenen en voorspellingen. Belangrijke beslissingen namen ze niet zonder bijvoorbeeld de lever van een offerdier of de inslaande bliksem te bestuderen. De leer, de disciplina etrusca, was vastgelegd in heilige boeken. De Romeinse redenaar en filosoof Cicero heeft er bijvoorbeeld in de eerste eeuw voor Christus over geschreven in zijn De Divinatione.

Probleem is dat maar weinig Etruskische religieuze teksten bewaard zijn gebleven. De Liber Linteus is een van de weinige. Een ander beletsel is het feit dat van veel woorden in de intussen ongeveer 11.000 bekende, meestal erg korte Etruskische teksten (van rechts naar links geschreven in Griekse letters) de betekenis nog niet bekend is.

„Daarom blijven ook archeologische vondsten belangrijk voor nieuwe inzichten”, zegt Van der Meer. Dat bleek vorige week tijdens een internationaal colloquium in Leiden over de ‘materiële aspecten van de Etruskische religie’. Een soort talud en trappen op zevende- en zesde-eeuwse graftombes bij Pisa, Cerveteri en Cortona vormen bijvoorbeeld een aanwijzing voor dodenoffers op de graven. En in de Etruskische stad Marzabotto bij Bologna, met zijn exact noord-zuid en oost-west lopende straten, kun je een diagonaal trekken tussen een steen voor vogelschouwen op de akropolis en een steen met een groot ingekrast kruis, die op het snijpunt van de hoofdwegen onder de grond was begraven. Die lijn valt samen met het wintersolstitium. „De bouw van de stad was dus kosmologisch verankerd.”