Daar lig je dan, met een haastige arts aan je bed

Nederlandse vrouwen vinden vaak dat hun bevalling niet goed is verlopen.

Gynaecologen en verloskundigen zouden beter moeten samenwerken.

Kind (niet van cover) wordt met keizersnee geboren. Foto Frank Muller/ HH Nederland, Nijmegen, 2006, Een kind wordt door middel van een keizersnede geboren. Foto: Frank Muller/HH Hollandse Hoogte

Wat vrouwen graag anders hadden gezien bij hun bevalling:

„De verloskundige moest direct weg naar de volgende bevalling en de kraamhulp vertrok direct. Daar zat ik toen: met het huis in puinhoop en bebloede lakens in een vuilniszak.”

„Niet met negen centimeter ontsluiting in eigen auto naar ziekenhuis.”

„De eerste bevalling was zo vreselijk, met 42 weken ingeleid en dan tangverlossing en uiteindelijk een keizersnee, dat ik blij was dat de tweede bevalling meteen een keizersnee was.”

„Ik voelde me echt een nummer bij de gynaecoloog. Hij legde totaal niets uit en deed maar gewoon alles, zodat ik niet meer wist waar ik aan toe was.”

Onderzoekers van TNO wilden dit soort dingen weten, van 1.300 vrouwen in acht verloskundigenpraktijken. Die vertelden in 2004 hoe ze hun bevalling in 2001 hadden ervaren en de resultaten verschenen gisteren voor het eerst in het Amerikaanse toonaangevende wetenschappelijk tijdschrift Birth.

Er was al eens eerder onderzocht hoe Nederlandse vrouwen hun bevalling ervaren, maar nooit heel uitgebreid en altijd in de eerste zes weken na de geboorte, als de nieuwe moeders nog euforisch zijn – de bevalling is voorbij, het kind is gezond, zoiets.

Een Engels onderzoek had laten zien dat als je vrouwen drie jaar later nog eens vraagt hoe ze hun bevalling hebben ervaren, ze er kritischer over zijn. Ze hebben dan over de bevalling kunnen praten en verhalen van anderen kunnen horen. Zo fantastisch vinden ze het dan niet meer. Een op de negen Engelse vrouwen ziet het dan als een negatieve ervaring.

Dat doen we in Nederland beter, dachten TNO-onderzoekers Marlies Rijnders (voorheen verloskundige) en Simone Buitendijk.

Nederland is het enige westerse land waarin vrouwen niet automatisch in het ziekenhuis bevallen. Als ze niet ouder zijn dan 35 jaar, gezond zijn, en als hun zwangerschap zonder complicaties verloopt, mogen ze onder begeleiding van een verloskundige thuis bevallen. Ze mogen dan staand, liggend of zittend bevallen, in een bad, onder de douche of op een baarkruk. Veertig van de honderd bevallingen zijn thuis, terwijl in Engeland bijvoorbeeld drie op honderd bevallingen thuis plaatsvindt.

En als ze graag willen, mogen zelfs die jonge en gezonde Nederlandse zwangeren naar het ziekenhuis. Ze krijgen er niet automatisch een ruggenprik of medicijnen om de weeën op te wekken. De harttonen hoeven niet constant te worden gemonitord, maar het kán allemaal wel.

Het onderzoek van TNO werd op dezelfde manier opgezet als het Engelse. Wat blijkt: één op de zes Nederlandse vrouwen is negatief over de zorg bij de bevalling en zelfs bijna een kwart van de vrouwen die voor het eerst bevallen. Grootste klacht: ze worden niet gehoord in hun wensen.

Rijnders: „We hebben de resultaten wel twintig keer nageteld. Ik was in shock.” Dat Nederlandse vrouwen in de eerste zes weken na de geboorte van hun kind kritischer waren over hun bevalling dan Belgische vrouwen, was wel al bekend.

Hoe kan het dat in een land waar vrouwen zelf mogen kiezen hoe ze bevallen, ze er het meest ontevreden over zijn?

Ooit, in de jaren zestig en zeventig, bevielen zeven van de tien zwangere vrouwen thuis. Maar sindsdien worden ze steeds vaker tijdens de bevalling naar het ziekenhuis verwezen. Bij een eerste kind bevalt de helft van de vrouwen die thuis begint alsnog in het ziekenhuis.

En juist die vrouwen, blijkt nu, zijn veel negatiever over hoe hun bevalling is verlopen dan vrouwen die thuis bevallen – gecorrigeerd voor de nare dingen waarvoor ze naar het ziekenhuis gaan.

Het begint er al mee dat de vrouwen niet altijd goed zijn voorbereid. Sommige verloskundigen vertellen liever niet te gedetailleerd over wat allemaal tijdens de bevalling zou kunnen misgaan.

Ook zo ontstaat onvrede. Bij TNO zeggen ze dat wanneer Engelse vrouwen zelf mogen bepalen hoe ze bevallen, ze dat heel bijzonder vinden en dat Nederlandse vrouwen het vanzelfsprekend vinden en het zien als falen als het anders loopt. Zoiets stond ook in het Engelse onderzoek: vrouwen die in Nederland een keizersnee hadden ondergaan, zouden wel ontevredener zijn dan keizersneevrouwen in Engeland, omdat het in Nederland minder vaak voorkomt en ze er dus minder op rekenen.

Maar er is meer. Als vrouwen vanuit een thuisbevalling naar het ziekenhuis gaan, blijkt vaak dat ze er alleen naar binnen moeten. Buitendijk: „De verloskundige gaat negen van de tien keer niet mee naar het ziekenhuis. De case load is enorm. Nederlandse verloskundigen doen 110 bevallingen per jaar, in Groot-Brittannië doen ze er 70.”

Eenmaal in het ziekenhuis, zo zeggen de geïnterviewden in het TNO-onderzoek, voelen ze zich „een nummer”. Er wordt hen niet verteld hoe het gaat, of wat er gebeurt. Waarom kijkt de arts zo zorgelijk? Waarom wordt de baby meteen weggehaald? De gynaecologen en arts-assistenten in het ziekenhuis worden „gehaast” of „niet-empathisch” genoemd.

Wellicht moeten zorgverleners beter luisteren naar wat barende vrouwen willen. Zo kijken vrouwen die kunnen kiezen voor pijnstilling met meer plezier op hun bevalling terug dan vrouwen die die keuze niet hebben. Dat is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Vrouwen die pijnstilling krijgen zijn niet per se tevredener dan vrouwen zonder pijnstilling.

Ze willen vooral kunnen kiezen.

Bij TNO denken ze dat veel van de onvrede kan worden weggenomen. Het belangrijkste is dat gynaecologen en verloskundigen beter moeten gaan samenwerken. Verloskundigen – bijna altijd vrouwen – vinden dat vrouwen op een zo natuurlijk mogelijke manier zouden moeten bevallen. Gynaecologen – vaak mannen – grijpen eerder medisch in. Rijnders: „Ze beredeneren ieder vanuit hun eigen positie. Het is een verschil in visie. Maar het is ook een kwestie van wie de baas is, en van broodnijd.”

De discussie over de kwaliteit van het Nederlandse systeem van bevallen, begon in 2003. Er kwam toen een onderzoek uit waaruit bleek dat in Nederland meer baby’s overlijden rondom de geboorte dan in veertien andere Europese landen. De cijfers kloppen niet, werd eerst gezegd. En toen: het is de thuisbevalling! En ook al bleek dat niet zo te zijn – we registreren niet beter en de meeste baby’s waren aan het eind van de zwangerschap overleden – de toon was gezet. Uit het onderzoek nu blijkt dat Nederlandse vrouwen die thuis bevallen veel tevredener zijn dan anderen.

Simone Buitendijk: „We moeten investeren in het verbeteren van de hele keten van zorg rondom de bevalling.” Marlies Rijnders: „Als vrouwen verkeerde verwachtingen hebben, moeten we ze óf vooraf beter informeren, of proberen beter aan die verwachtingen te voldoen.”

Zeuren Nederlandse vrouwen misschien gewoon meer dan anderen?

Bij TNO hebben ze dat niet onderzocht. Heel waarschijnlijk vinden ze het niet.

Willen vrouwen nog wel thuis bevallen? Discussieer mee op nrcnext.nl/opinie