Bos gaat zijn eigen gang met superdividend

De ideologische keuze van minister Bos om anders met staatsdeelnemingen om te gaan, blijkt ook een prettige stroom van meevallers op te leveren voor de minister van Financiën.

Onderhoud aan de Aalsmeerbaan van Schiphol. De luchthaven keert, in twee stappen, in totaal 1 miljard euro aan ‘superdividend’ uit, waarvan driekwart naar de staat gaat. Foto WFA WFA05:ONDERHOUD AALSMEERBAAN:AMSTERDAM;15MEI2007- (foto 14 mei) De Aalsmeerbaan op Schiphol is vanwege grootonderhoud tot en met 29 mei 2007 geheel buiten gebruik zijn Naast vervanging van de asfaltlaag en het aanbrengen van een anti-skid laag zal bij het groot onderhoud de verlichting gecheckt worden, de afvoer van hemelwater (regenafvoer) bekeken worden en zullen er enkele infrastructurele aanpassingen plaatsvinden. WFA/wc/str. Fotoburo Dijkstra WFA WFA

Het gerucht deed al een tijdje de ronde, maar het was toch nog schrikken voor Kamerleden en Amsterdammers, die de Voorjaarsnota van minister Wouter Bos (Financiën, PvdA) lazen. Bos gebruikt de honderden miljoenen euro’s, die Schiphol dit jaar aan de Nederlandse overheid uitkeert, voor de lopende begroting – dezelfde begroting waarin 300 miljoen extra voor de wijken van Ella Vogelaar wordt uitgetrokken.

Schiphol keert tweemaal een buitengewoon dividend uit van 500 miljoen euro aan zijn aandeelhouders, waarvan driekwart naar de Nederlandse staat gaat. De meevaller voor de overheid gaat niet, zoals was afgesproken, naar investeringen in infrastructuur in de regio Amsterdam, de zogeheten Noordvleugel waarmee de infrastructuur rondom de hoofdstad wordt bedoeld.

„De extra opbrengsten uit het overheidsaandeel in Schiphol zullen bij voorrang worden aangewend voor ontsluiting van de Noordvleugel”, staat er in het coalitieakkoord van de stad. Op 14 november vorig jaar bevestigde Bos die afspraak nog in een Kamerdebat. Hij zegde toe eventuele alternatieve besteding van die meevaller met de Tweede Kamer te zullen bespreken.

Maarten Haverkamp (CDA) voelt zich gepasseerd door de Voorjaarsnota waar het Schiphol-geld zonder overleg al aan andere doelen is besteed. Dat geld loopt minister Camiel Eurlings (Verkeer, CDA) mis. Haverkamp kan zich daar alleen in vinden als Eurlings het geld niet meer nodig heeft – op het eerste gezicht een wat curieuze voorwaarde. Een minister van Verkeer kan altijd geld gebruiken. Eurlings zoekt bijvoorbeeld nog steeds een paar miljard euro om zijn ambitie waar te maken 4,5 miljard in het spoor te investeren.

Eurlings lijkt niet het type bewindsman dat zich zo de kaas van het brood laat eten. En volgens het ministerie van Financiën is dat ook niet het geval. Het kabinet heeft „in het najaar besluiten genomen waardoor al voldoende middelen zijn gereserveerd” voor infrastructuur rond Amsterdam, laat het ministerie weten: verdubbeling van de A6 en verbetering van de A9. Het Schiphol-geld was niet meer nodig. Discussie over het Schiphol-geld is volgens de woordvoerder „een non-discussie”.

Maar waarom wist de Kamer hier niets van? Curieus blijft dat Bos op 14 november ondanks de aangekondigde investeringen rond Amsterdam vasthield aan het regeerakkoord. De Voorjaarsnota was het eerste geëigende moment om dit te laten weten, luidt de reactie van Financiën.

Eurlings heeft volgens ingewijden geen probleem met de gang van zaken. Hij heeft weliswaar afstand gedaan van de 400 miljoen euro van Schiphol, maar heeft er een miljard euro voor teruggekregen uit het FES-fonds (Fonds Economische Structuurversterking), een potje dat gevoed wordt door de aardgasbaten.

Tweede Kamerlid Ewout Irrgang (SP) kan het zich voorstellen: „Ken je het bruggetje van De Graaf? Dat is een trucje dat door de D66-politicus in een vorig kabinet werd geïntroduceerd. Als je heel veel opbrengsten uit de aardgasbaten hebt, kan je projecten uit het Infrastructuurfonds van Verkeer naar het rijke FES-fonds overhevelen. Zo creëert de verkeersminister ruimte op zijn begroting.”

Kortom, een boekhoudroute met twee winnaars. Eurlings regelt meer geld buiten de reguliere begroting om en Bos heeft meer inkomsten voor zijn begroting. Tweede Kamerlid Frans Weekers (VVD) vindt het niet kies dat Bos het superdividend zo gebruikt. „Ik wil nu opheldering van Bos over alle dividendverhogingen bij staatsbedrijven, bijvoorbeeld van de NS.”

Het grote voordeel van een superdividend is dat het in de lopende begroting mag worden gebruikt, terwijl de opbrengst van de verkoop van staatsdeelnemingen aan aflossing van de staatsschuld dient te worden besteed. Zo was het onder Zalm en zo is het onder Bos. Met één kardinaal verschil: Bos wijzigde het staatsdeelnemingenbeleid. De koerswending, die Bos eind vorig jaar aankondigde, is een ideologische. Bos wilde breken met het privatiseringsbeleid. Het blinde geloof in de heilzame werking van de markt is voorbij.

Tegelijkertijd legt de koerswijziging – voortaan geldt ‘publiek, tenzij’ in plaats van ‘privatiseren, tenzij’ – de minister bepaald geen windeieren. Voor het dividendbeleid geldt immers de vuistregel dat het deel van de jaarlijkse winst dat aan aandeelhouders wordt uitgekeerd, van staatsdeelnemingen „ten minste 40 procent” moet zijn. En als de vermogenspositie van een staatsdeelneming ruimer is dan noodzakelijk – zoals bij Schiphol – zal de staat als aandeelhouder een eenmalige speciale dividenduitkering opeisen, ook wel bekend als de Brede Operatie Superdividend (BOS).

Zo levert de ideologische keuze van minister Bos om op een andere manier om te gaan met de staatsdeelnemingen in combinatie met het BOS-beleid een prettige inkomstenstroom voor de minister van Financiën.