Bern kleurt helemaal Oranje

Het Nederlands elftal speelt tijdens het EK voetbal drie wedstrijden in Bern.

Dus is er een oranje lijnbus, een Oranjecamping, en kreeg de burgemeester tulpen.

Supermarktmedewerker Hans Jakob Burkhalten, alias „Hans der Holländer”, loopt dagelijks in knaloranje rond. Foto Stefan Walter hans j. burkhalter in front of the swiss federal parliament building Walter, Stefan

„Kijk”, wijst Teddy Wass-mer, „hier komt onze camping voor Nederlandse voetbalfans.” Wassmer is een 31-jarige Nederlandse Zwitser. Met zijn gekreukte hemd en oranje verfvlekken op broek, schoenen en alpinopet, staat hij midden op een enorm veld met onduidelijke beplanting, omzoomd met bomen. Aan de ene kant staan borden met cijfers; dit is een schietterrein voor dorpelingen. Aan de andere bosrand hoor je een beek ruisen.

Een prachtige plek van liefst 55.000 vierkante meter. Met vijf anderen, „onder wie gelukkig vier Zwitsers, want o, o, wat zijn er veel regeltjes en procedures”, gaat Wassmer ervoor zorgen dat Nederlandse voetbalsupporters voor het Europees kampioenschap een slaapplaats hebben.

Niet alle 30.000 Nederlanders die voor één of meer wedstrijden van het Nederlands elftal in juni in Bern worden verwacht, kunnen namelijk een duur Zwitsers hotel betalen. En veel hotels zijn vol. Voor negentien euro per nacht – tent zelf meenemen – kunnen ze op dit veld staan dat Wassmer en zijn kompanen in Flamatt (vlak onder Bern) hebben gehuurd.

Er zijn al duizenden overnachtingen door Nederlanders geboekt. Wc’s, douches en een bar voor dit ‘Oranjedorp’ worden op het laatste moment geïnstalleerd. Er wordt (gratis, door het leger) een brug gebouwd, die over de beek naar een reusachtig tv-scherm voert waarop fans de wedstrijden kunnen zien.

Het veld in Flamatt ligt in het Franstalige kanton Fribourg. Het scherm staat in Neuenegg, in het Duitstalige kanton Bern. „Lastig”, zucht Wassmer: „We hebben te maken met twee brandweren, twee politiediensten, ik weet niet hoeveel vergunningen. Bij die brug moest zelfs de minister eraan te pas komen.”

Wassmer werd in Zuid-Afrika geboren. Hij woont sinds zijn zeventiende in Zwitserland. Toch beschouwt hij zichzelf „als een ambassadeur van Nederland”, tenminste als er gevoetbald wordt. Waarom weet hij zelf ook niet – hij heeft maar een paar jaar in Nederland gewoond.

Tijdens het WK in Duitsland, in 2006, verhuurde hij omafietsen in Bern. Dat viel op. Op Oranjefeestjes van de ambassade zijn hij en zijn zussen geen onbekenden – hoewel niet zo bekend als Hans Jakob Burkhalten, alias „Hans der Holländer”, die bij de Coop-supermarkt werkt en dagelijks in knaloranje rondloopt. Wassmer zit in de video- en filmbusiness, maar komende maand vindt hij het voetbal belangrijker.

Nederland is het enige land dat drie wedstrijden in Bern speelt – en de mensen zullen het weten. Zo rijdt er een oranje lijnbus door Bern met ‘Welkom Holland’ erop. Als er vips komen, mag de ambassade (die vol hangt met voetbalfoto’s) deze bus gebruiken. Ook zijn er elfduizend tulpen aan de burgemeester van Bern aangeboden. Die staan langs de route naar het stadion, waar Oranje op 9, 13 en 17 juni speelt. Burgemeester Alexander Tschäppät, een voetballiefhebber, vindt alle aandacht heerlijk. Zelfs drie Oranjesupportersfeesten op de Bundesplatz, pal voor het parlements- en regeringsgebouw, vindt hij geen probleem. Ingewijden zeggen: „Alles kan in Bern.”

Onlangs was er een groot Hollandfeest in Theater National. Deze week houdt een groot winkelcentrum Hollanddag. Er worden bijvoorbeeld Hollandfietstochten georganiseerd en ook bij Interlaken is een Oranjecamping (maar dan met comfort, excursies en artiesten). Op diverse plekken in Bern kun je meedoen aan een quiz met vragen als „Hoeveel Zwitserse en Nederlandse Bondgirls zijn er?” en „Hoeveel bier/wijn consumeert de Zwitser/Nederlander?”

Zelfs de carnavalsvereniging van Tegelen heeft een delegatie afgevaardigd. Die kwijt zich zo goed van haar taak dat lokale kranten onlangs berichtten dat koningin Beatrix overkomt voor Nederland-Frankrijk, om vervolgens op een balkon van het monumentale Kornhaus een uurtje te wuiven. Dit bleek, zoals overheidsinstanties aan beide kanten na hectische telefoontjes ontdekten, een broodjeaapverhaal.

Wat wel klopt, is dat de Zwitsers bomkelders onder een kazerne gereed houden om Nederlanders hun roes te laten uitslapen. Ze hangen dat alleen niet aan de grote klok, omdat ze denken dat ook broodnuchtere Nederlanders zich dan, op zoek naar een koopje, spontaan aanmelden.

Ook zonder koningin gebeurt er zoveel Hollands in Bern dat Wassmer zijn omafietsen binnenhoudt. „Die vallen niet op.” De koe die hij oranje heeft gespoten, gaat wél opvallen. Het beest moet burgemeester van de camping worden.

Wassmer legt net uit wat het verschil is tussen Nederlands en Zwitsers feestvieren – „Wij zijn ludieker hè, Zwitsers zijn stug” – als er over het zandpad langzaam een auto komt aanrijden met een ouder echtpaar erin. Wassmer kijkt of zijn auto ver genoeg in de berm staat, maar het echtpaar kan er gemakkelijk langs. Hij vertelt dat er in Flamatt en Neuenegg petities zijn gehouden tégen de camping. Natuurlijk hadden dorpelingen vragen over geluidshinder, verkeersopstoppingen en dronkenmansgelal.

Na een informatieavond werden de petities ingetrokken. „Er stonden kindernamen op”, zegt Wassmer. „Dat was flauw. Het is moeilijk om het Oranjegevoel door te geven aan de Zwitsers. Maar als het EK begint en iedereen in de stemming komt, gaat het vast beter lukken.”

Het echtpaar komt langszij. De auto stopt, raampjes worden opengedraaid. De man en de vrouw beginnen te schelden. Wassmer kuiert erheen en probeert ze te kalmeren. Maar het gescheld houdt pas op als de ‘Oranje-indringers’ hun auto verzetten. „Zie?” zegt Wassmer als ze zijn doorgereden. „Stugge Zwitsers. Maar op den duur krijgen we ze wel los, hoor.”