Abortus vermijden door embryocheck

Preïmplantatie genetische diagnostiek (PGD), waarvan de ChristenUnie nu de uitbreiding wil tegenhouden, is een techniek die vooral wordt omarmd door mensen die de last van een abortus niet kunnen dragen, vanwege geloofsovertuiging, of door eerdere ervaringen. Het zijn mensen met een kinderwens, die zónder abortus te laten plegen geen gehandicapt kind willen. Daarom accepteren ze een voor de vrouw belastende ivf-procedure, want die is onlosmakelijk aan PGD gekoppeld.

De geaccepteerde vermijdingstechniek voor alle vormen van erfelijke ziekten – ook de ziekten waar de ChristenUnie nu geen PGD voor wil toestaan – is prenatale diagnostiek: een vrouw die zwanger is, laat tijdens de zwangerschap wat celmateriaal van de foetus uit het vruchtwater halen. Die cellen worden onderzocht op een erfelijke ziekte die in de familie zit. Blijkt de foetus het ziekmakende gen te hebben, dan laat de vrouw abortus plegen.

Dankzij preïmplantatie diagnostiek kan de belasting van abortus worden omzeild. PGD begint met een ivf-procedure. De aanstaande moeder krijgt een hormoonkuur waardoor er in haar eierstokken meerdere eicellen tegelijk rijpen. Die worden gewonnen en in het lab bevrucht. Uit de embryo’s die zich dan ontwikkelen haalt de PGD-laborant één cel weg als de embryo’s een dag of drie zijn. Het embryo kan daar tegen. Die cel wordt onderzocht op de genetische afwijking die in de familie voorkomt. Is het ziekmakende gen er, dan wordt het embryo vernietigd. De andere embryo’s hebben de familieziekte niet en kunnen bij de moeder worden teruggeplaatst.

Alleen het klinisch genetisch centrum van de Universiteit Maastricht heeft op het ogenblik een vergunning van het ministerie om PGD uit te voeren. Die vergunning bepaalt dat PGD alleen mag voor ziekten die zéker ontstaan, direct na de geboorte (bijvoorbeeld erfelijke spierziekten), of op latere leeftijd (bijvoorbeeld de ziekte van Huntington). Het politieke meningsverschil is nu ontstaan over PGD voor erfelijke ziekten die níet zeker tot uiting komen. PvdA-staatssecretaris Bussemaker gaf toestemming voor PGD op genen die erfelijke borstkanker veroorzaken. Ongeveer 80 procent van de vrouwen met het ziekmakende gen krijgt borstkanker. Eén op de vijf ontsnapt eraan. De oorzaak daarvan is nog onopgehelderd.