Verlangen naar een kampioen

Vijf Franse tennissers bereikten dit jaar de laatste zestien op Roland Garros . Supporters hopen dat zich snel een opvolger voor Yannick Noah aandient.

‘Het Franse tennis zoekt wanhopig naar een kampioen’. Met die kop opende Le Figaro vorige week zijn sportkatern. Roland Garros was nog geen week onderweg, constateerde de krant. Maar van de 34 Franse tennissers die het hoofdtoernooi wisten te bereiken, waren er nog maar een paar over. „Vijfentwintig jaar nadat hij Roland Garros won wordt Yannick Noah nog altijd op een voetstuk geplaatst”, klaagt de auteur. „Waarom lukt het die zeven Fransen in de top-50 toch niet in zijn voetsporen te treden?”

Het Franse tenniscontingent kampte de afgelopen weken met flink wat tegenslagen. Zo meldde kopman Richard Gasquet zich op het laatste moment af met een blessure aan de linkerknie. Jo-Wilfried Tsonga, finalist op de Australian Open van 2008, trok zich terug wegens meniscusproblemen. En subtopper Sebastien Grosjean heeft last van een pijnlijke rechterschouder.

Is het toeval? Of heeft Guy Forget, de Franse Davis-Cupcaptain, gelijk als hij zegt dat de Franse tennissers geen winnaarsmentaliteit hebben. „Dit land laat te weinig ruimte voor zelfexpressie”, concludeert Forget in Le Figaro. „Wij leren al vanaf jonge leeftijd in de pas te lopen.”

Dat kan zo zijn. Maar wie Michael Llodra, Paul-Henri Mathieu, Jeremy Chardy, Gael Monfils en Julien Benneteau dit weekeinde zag tennissen, ziet ook reden voor optimisme. Alleen Monfils en Benneteau wisten de kwartfinales te bereiken na zwaarbevochten zeges op respectievelijk Jurgen Melzer en Robin Soderling. Maar ook Llodra, Mathieu en Chardy imponeerden met goed tegenspel. Niet voor niets waren Court Philippe Chatrier en Court Lenglen tot de nok toe gevuld. Frankrijk moest het tennismirakel met eigen ogen aanschouwen: voor het eerst sinds 1971 bereikten vijf landgenoten de laatste zestien in Parijs.

Vooral Chardy werd door zijn landgenoten in het hart gesloten. De nummer 145 van de wereld was gisteren niet opgewassen tegen het krachtige baselinespel van de Spaanse gravelspecialist Nicolas Almagro, die volgens sommigen de meeste kans maakt om Rafael Nadal van zijn vierde titel af te houden. Maar Chardy’s zeges op de Argentijn David Nalbandian en de Rus Dmitry Tursunov, eerder in het toernooi, doen de hoop op een nieuwe Franse grandslamwinnaar herleven. Chardy (21) is twee jaar prof. Sinds zijn debuut klom hij vierhonderd plaatsen op de wereldranglijst.

Maar vandaag zijn alle ogen gericht op kwartfinalisten Monfils en Benneteau. Benneteau neemt het op tegen ranglijstaanvoerder Roger Federer, Monfils speelt later op de dag tegen Ivan Ljubicic. Volgens de (niet verrassende) voorspellingen maakt Monfils de meeste kans om de halve finales te bereiken. Want hoewel Ljubicic zich zaterdag tegen Nicolai Davidenko knap terugvocht na een 2-0 achterstand in sets, lijkt de 29-jarige Kroaat zijn beste tijd te hebben gehad. Twee jaar geleden was hij de nummer drie van de wereld. Nu staat hij ternauwernood in de top-30. Alleen in Oost-Londen wist hij eerder dit jaar een challenger op zijn naam te schrijven.

„Ik ben de grote favoriet”, zei Federer zaterdag na zijn overtuigende zege op Kroaat Mario Ancic. „Maar Benneteau is een goede speler en hij heeft het thuisvoordeel – dat maakt het altijd een beetje tricky.” Verbaasd over de goede prestaties van de Franse deelnemers was de Zwitserse ranglijstaanvoerder allerminst. „Kijk naar de Davis Cup. Daarin spelen de Fransen al jaren op het hoogste niveau. Ze hebben zo’n twintig goede spelers. Als er één wegvalt, zijn er altijd een paar anderen om het gat te vullen. Dat is de reden waarom Franse tennissers het goed doen.”

Volg het tennis in Parijs via www.rolandgarros.com