Verkiezingen Macedonië getekend door geweld

Geweld, intimidatie en onregelmatigheden hebben gisteren de parlementsverkiezingen in Macedonië verstoord. Bij een schietpartij in de stad Aracinovo, nabij de hoofdstad Skopje, viel één dode. Ook in andere plaatsen in het noordwesten van het land, waar voornamelijk ethische Albanezen wonen, vonden schermutselingen plaats. Minstens twintig stemlokalen moesten na onregelmatigheden of intimidatie worden gesloten. Dertien personen werden gearresteerd.

Het verloop van de Macedonische verkiezingen werd in Brussel gezien als een belangrijke test voor de gereedheid van het land om toe te treden tot de Europese Unie. Een woordvoerster van de Europese Commissie gaf gisteren aan „zeer bezorgd” te zijn over het geweld. Macedonië kreeg in december 2005 de formele status van EU-kandidaat-lidstaat.

Twee rivaliserende etnisch Albanese partijen, de Democratische Unie voor Integratie (DUI) en de Democratische Partij van Albanezen (DPA), gaven elkaar en de politie de schuld van het geweld. DUI-leider Ali Ahmeti hield de DPA verantwoordelijk voor „provocaties, geweld en psychologische terreur”. Ahmeti was vorige maand tijdens de verkiezingscampagne het doelwit van een mislukte moordaanslag, die hij ook toeschreef aan de DPA.

De schietpartij in Aracinovo ontstond volgens de politie na een melding van een man die voor verschillende mensen tegelijk wilde stemmen. Toen de politie bij het stembureau arriveerde, zou zij door gewapende mannen onder vuur zijn genomen. Maar volgens de DUI opende politie in burger het vuur.

In 2001 vochten etnisch Albanese rebellen een gewapend conflict uitmet de Macedonische regering. Na het Ohrid-vredesakkoord van 2001 hebben zowel de DUI als de DPA deel uitgemaakt van coalitieregeringen, maar onderling bestaan grote spanningen. Peilingen voorspelden dat de centrum-rechtse VMRO-DPMNE van premier Nikola Gruevski de verkiezingen zou winnen. (AP, Reuters)