Vechtjas wijst de jongeren graag de weg

Handbalster Monique Feijen neemt in het nationaal team de jongeren bij de hand.

De hoekspeelster wil bij het EK in Macedonië afscheid nemen als international.

De glimlach van handbalster Monique Feijen (31) is veelbetekenend als haar rol in het Nederlands team ter sprake komt. Ze voelt zich een beetje als de klokhen die haar kuikens de weg moet wijzen. Een mooie taak, vindt ze. En vooral zinvol, omdat het jonge grut nog veel van haar kan leren, zoals zaterdag bleek bij de EK-kwalificatiewedstrijd tegen Servië. De hoekspeelster was met zes doelpunten topscorer in het duel dat Nederland met 24-23 won.

Met 245 interlands achter haar naam voelt Feijen zich allerminst te groot om de jonge meiden bij de hand te nemen. Integendeel, ze ziet het als haar plicht en doet het graag. Het Nederlandse team mag talentvol zijn, zonder routine is het vooralsnog stuurloos. Dat bleek tegen Servië, waar Feijen en de andere ‘oudjes’, Diane Lamein en Silvia Hofman, samen goed waren voor vijftien treffers. Of dat toereikend is voor deelname aan het EK, eind dit jaar in Macedonië, moet blijken in Servië, waar de handbalsters komend weekeinde hun voorsprong naar verwachting in een zeer vijandige omgeving moeten verdedigen.

Feijen zal de jongeren vertellen wat hun te wachten staat. Ze heeft het al zo vaak meegemaakt, die wedstrijden in een agressieve ambiance, waar de speelsters munten naar hun hoofd krijgen gegooid en niet moeten opkijken van een fluim in hun nek. Feijen wordt er niet meer warm of koud van. „Natuurlijk speel ik voor mezelf, maar ik wil ook een voorbeeld voor de jongeren zijn, zodat ze niet helemaal van onder af aan beginnen. Ik weet hoe ze zich voelen in een volle hal; daar word je knap onzeker van. Dat moeten ze zien te voorkomen. Hoe? Vertrouwen in jezelf blijven houden en doorgaan als een actie mislukt. Je zag het vanmiddag aan Laura van der Heijden, die haar eerste schot op doel miste, maar vervolgens drie keer scoorde. Sterk optreden van een zeventienjarige. Daar geniet ik van.”

Het heeft Feijen geen moeite gekost na een afwezigheid van twee jaar terug te keren in een sterk verjongd Nederlands team. De generatie waarmee zij opgroeide is grotendeels verdwenen en bij elke trainingsstage van de nationale ploeg moet Feijen zich aan nieuwe speelsters voorstellen. „Nee, ik mis mijn oude vriendinnen niet. Ik kijk altijd vooruit; alleen op die manier kom je verder. De periode bij het nationale team met mijn leeftijdgenoten is afgesloten. De meesten zijn gestopt, maar mijn honger naar de bal is nog niet gestild; daarom sta ik hier nog.”

Maar Feijen heeft nóg een reden zich met het Nederlands team te manifesteren. De speelster heeft als gevolg van twee gescheurde kruisbanden twee jaar niet kunnen spelen. Ze is er op gespitst op waardige wijze afscheid te nemen en niet als oud vuil te worden afgedankt, zoals haar is overkomen bij haar oude Deense club GOG. Feijen had na twee jaar blessureleed op enig mededogen in plaats van ontslag gerekend. Het stak haar, maar maakte de routinier vooral strijdlustig. „Ik ben altijd in mijn terugkeer blijven geloven, al was het maar om het ongelijk van de mensen bij GOG aan te tonen. Op momenten van tegenslag blijkt wie je werkelijk bent: een vechtjas of iemand die vindt dat het mooi is geweest. Bij mij komt dan de vechtlust naar boven.”

Feijen maakt er geen geheim van dat ze bij het EK haar internationale carrière wil afsluiten. Nog één keer een kunstje flikken om zich dan tevreden terug te kunnen trekken in Denemarken, waar de speelster haar toekomst ziet. Als ze het seizoen met haar huidige club Horsens HK heeft afgemaakt, wil ze zich richten op een nieuw leven. Ja, ze blijft in Denemarken, daarvoor is ze intussen te goed ingeburgerd. Feijen heeft een Deense vriend en werkt op een Deense school als lerares lichamelijke opvoeding. Bovendien sluit de international niet uit dat ze trainster wordt. In dat geval heb je in een toonaangevend handballand als Denemarken meer te zoeken dan in Nederland.

Om haar gewenste afscheidsscenario werkelijkheid te zien worden, moet eerst Servië worden verslagen. Geen onoverkomelijke opgave, meent Feijen, die denkt dat Nederland zaterdag in de eerste van de twee wedstrijden onder zijn niveau heeft gepresteerd. „We kunnen stukken beter, daar houd ik me aan vast. Als we de combinaties minder via de zijkant en meer door het midden uitvoeren, zijn we aanzienlijk gevaarlijker. Dat hebben we vanmiddag nagelaten. En als we dan ook de strafworpen beter benutten – we misten er vier van de zeven – heb ik vertrouwen in de goede afloop. Het is vooral zaak in Servië in een hoog tempo te combineren. Dat is onze kracht en daarvan hebben we, vooral in de tweede helft, te weinig gebruikt gemaakt.”