Vanuit het cybercafé hengelen naar geld

Internetzwendel is allang niet meer het exclusieve domein van Nigerianen. Vanuit Ivoorkust, Ghana en Benin worden Westerlingen opgelicht. ‘Een goede grazer is een kunstenaar.’

Bezoekers van een internetcafé in Lagos, Nigeria worden gewaarschuwd voor internetfraudeurs. Veel oplichters gebruiken de inkomsten om hun status te bewijzen. Foto AP Nigerians surrounded by warning signs about sending fraudulent e-mail wait to use the Internet in an Internet cafe in Lagos, Nigeria Sunday, July 17, 2005. Nigerian police say they've scored results in a crackdown launched by President Olusegun Obasanjo's government in the past three years on such crime - which had grown to the point that it is associated with Nigeria all over the world - but new scammers are appearing and evolving new ruses to both trap victims and evade detection. (AP Photo/Sunday Alamba) Associated Press

Het begon met de Igbos uit Nigeria. Ze zetten hun eigen internetcafés op, ze gaven tactieken aan elkaar door, ze namen nieuw aangekomen landgenoten die werkloos rondzwierven in de leer.

De Igbos vormen een hechte gemeenschap, ook hier in Ivoorkust. Van pottenkijkers houden ze niet. Probeer maar eens dat cybercafé binnen te komen met dat blauwe zonnescherm, daar, honderd meter verderop, zegt Ben (27) in Abidjan, de commerciële hoofdstad van Ivoorkust. „Als jij daar wilt internetten, zeggen ze geheid dat er geen plek is.” Maar de Ivorianen zijn ook niet op hun achterhoofd gevallen. „De Igbos hadden ons nodig want wij zijn over het algemeen hoger opgeleid”, zegt Ben. „We hebben de kunst afgekeken.”

Brouteurs heten ze in straattaal: ‘grazers’. Dit zijn de jongens die de wereld bestoken met e-mails die een fortuin, een hoofdprijs, een voordelige diamantdeal in het vooruitzicht stellen. Brouteurs grazen het internet af naar mensen die ze geld afhandig kunnen maken. Die noemen ze geen slachtoffers, maar klanten. En hoewel het in West-Afrika goed zakendoen is, zitten de beste klanten in Europa en Amerika. Zwendelaars worden zelden geplaagd door schuldgevoelens. „Wij zeggen: jullie blanken zijn het slachtoffer van je eigen technologie”, grinnikt Ben.

Ben is een tengere jongen met een sympathiek gezicht en een loodzwaar Breitling-horloge waarvan hij zweert dat het geen namaak is. Hij doet zijn verhaal in een bar in een dichtbevolkte migrantenwijk. Als de ober op een belendende stoel ploft, vraagt Ben of de jongen buiten gehoorafstand gaat zitten. „Ik ben business aan het doen, snap je.” Tegen mij: „Hij denkt dat ik jou op internet heb opgepikt.”

Internetzwendel, of advance fee fraud, is allang niet meer het exclusieve domein van Nigerianen. In cybercafés in Kameroen, Benin, Ghana en Ivoorkust zinnen stadsjongeren iedere dag op nieuwe trucs om geld te verdienen. E-mails waarin de aangeschrevene wordt gesmeekt te helpen bij het veiligstellen van het fortuin van een Afrikaanse big man zijn „passé”, zegt Ben. Scams zijn er in alle soorten en maten.

Europeanen die via internet hun huis of auto verkopen, zijn doelwit. De koper belooft een aanbetaling te doen en meldt vervolgens dat er belasting betaald moet worden op geldovermakingen tussen Europa en West-Afrika. De verkoper wordt vriendelijk gevraagd de helft van het bedrag voor zijn rekening te nemen en per Western Union over te maken. Of er wordt zogenaamd geld overgeschreven. De auto wordt opgehaald door een ‘broer’ van de koper, waarna de overboeking ongeldig blijkt.

Sommige scammers hebben voldoende aan de bankgegevens van de verkoper. Anderen jagen op serienummers van auto’s en de bijbehorende autopapieren.

Onder beginners zijn datingsites populair. Je zoekt contact met mannen in Europa, chat met hen. Vraagt een man of je een webcam aanzet, dan pluk je een meisje van de straat dat graag met een blanke wil trouwen. Zij gaat voor de camera zitten, jij achter het toetsenbord. Voor sekscontacten heb je speciale cybercafés, discreet, met gordijntjes. Na een paar weken begint het hengelen. Het leven is zo duur, de huurbaas dreigt met uitzetting. Met een beetje geluk maakt zo’n man dan een paar honderd euro over.

„Kinderspel”, zegt Ben laatdunkend. Zijn specialisatie is de loterij. Een e-mail meldt de ontvanger dat hij de loterij heeft gewonnen. Voordat de hoofdprijs uitgekeerd kan worden, moet hij evenwel administratiekosten betalen. „Je stuurt vijfduizend e-mails, honderd mensen sturen een antwoord, en twintig trappen erin”, zegt Ben, en hij peutert een Engelse sim-kaart uit zijn portemonnee. „Hiermee word ik een advocaat in Londen die de klant bevestigt dat hij een prijs heeft gewonnen.” Wil de klant een notaris bellen? „De notaris, dat ben ik ook.”

Een dag voor het gesprek met Ben is de kettingrokende informaticus Konan (24) bereid tot een ontmoeting. Hij is argwanend, maar anders dan in Nigeria, waar de autoriteiten op papier de oorlog hebben verklaard aan internetfraudeurs, slaat de Ivoriaanse regering nauwelijks acht op het fenomeen. Soms wandelt de politie een internetcafé binnen. „Dan geef je zo’n man vijftig euro. Iedereen is hier corrupt.” Ook het personeel dat achter de loketjes van transactiekantoren zit. Zij krijgen commissie van de brouteur die geld ophaalt met valse identiteitspapieren of op naam van een niet bestaand persoon. De netwerken vertakken zich tot over de oceaan. Zakkenrollers in Parijs verkopen creditcardnummers aan handlangers in West-Afrika.

Natuurlijk is het illegaal wat we doen, zegt Konan. „Maar daarom zijn we nog geen zware criminelen.” Grazen vindt hij opwindender dan voor een hongerloontje computers repareren. „Een goede grazer is als een kunstenaar. Je moet helemaal in de huid van je klant kruipen. Je moet je hersens gebruiken. Dat is het mooie.”

De eerste keer deed Konan het voor het geld. Nu is hij verslaafd aan de adrenaline. „De huisbaas hijgt in je nek want je hebt huurachterstand, er is geen korrel rijst meer in huis, je hebt de hele nacht liggen piekeren. ’s Ochtends check je je e-mail en wat zie je: een klant zegt dat hij 1.000 euro gaat overmaken. Wat er dan door je heen gaat, is niet te evenaren.”

In de achterbuurten van Ivoorkust maakt het niet uit hoe je aan je geld komt – rijk zijn, geld uitgeven, dat is het enige dat telt. Ben zit acht jaar in het vak. Hij heeft geen cent gespaard. „Zodra ik geld krijg overgemaakt, huur ik een auto, ga ik uit en zorg ik ervoor dat de DJ de hele avond mijn naam zingt. Als het alweer een maand geleden is dat je je in een nachtclub hebt vertoond, ben je een nobody.”

Onderweg naar het kruispunt waar een taxi wacht, gaat Bens telefoon. Een kennis trakteert zijn vrienden op een avond uit om te vieren dat hij een auto heeft gekocht. „Een collega-brouteur”, grijnst Ben. En dan, verontschuldigend: „Het beeld dat veel mensen onbewust hebben van een slachtoffer van oplichterij, is dat God niet veel van zo iemand houdt. En dat hij zijn geld vast oneerlijk heeft verdiend.”