Vademecum voor de loonslaaf

Remco Ensel schreef een boekje dat een kantoorbediende kan gebruiken bij het beoordelen van zijn lot. Hij rekent af met de illusie dat een kantoorbaan de ultieme vorm van ontplooiing is.

Een kantoorklerk kan zich afvragen: „Is dit kantoorgebouw voor mij, of ben ik er voor het gebouw?” Fotoarchief NRC Handelsblad NRC Handelsblad

Eenieder die in een modern kantoorgebouw werkt, zal het zich wel eens hebben afgevraagd: is dat kantoorgebouw er voor mij of ben ik er voor het gebouw? De Amsterdamse redactie van NRC Handelsblad is gevestigd in een gebouw met toegangspoortjes die een mens soms wel toelaten, en soms ook niet. De zonwering op de Rotterdamse redactie is volautomatisch en lijkt te reageren op gedachten. Hij gaat althans naar beneden op het moment dat je opkijkt van je computerscherm en verheugd constateert dat buiten de zon schijnt.

Als wetenschapper Remco Ensel zich tien minuten niet beweegt in zijn kantoor in de Erasmustoren van de Radboud Universiteit Nijmegen, dooft automatisch het licht in zijn kamer. Al is dat vermoedelijk uit overwegingen van energiebesparing, het laat ook zien dat Kafka op kantoor nooit heel ver weg is.

Ensel wil ‘niet al te zwaar doen’ over het kantoorbestaan, zegt hij op zondagavond, buiten werktijd, door de telefoon. Al heeft hij zich beziggehouden met organisatieantropologie en werkt hij nu als docent cultuurgeschiedenis. Zijn boekje Alleen tijdens kantooruren. Kleine cultuurgeschiedenis van het kantoorleven is vooral een handig vademecum voor de loonslaaf.

Het plaatst het lot van de werknemer in perspectief. Dat blijkt terug te gaan van jasje-dasje tot de eerste witte boorden, van computer naar ponskaartenmachine en van elektronisch pasje naar prikklok. Intussen zijn sommige dingen, aldus Ensel, helemaal niet veranderd, en dat is Kafka op kantoor. Sinds in de negentiende eeuw door de uitbreiding van overheden en ondernemingen de kantoorrevolutie plaatsvond en er een nieuwe lower middleclass ontstond van hoofdwerkers, kregen de nieuwe schaal en efficiency ook iets angstaanjagends. De nieuwe wereld bracht behalve bevrijding – een eerste stap naar emancipatie van vrouwen die als typiste gingen werken bijvoorbeeld – vooral disciplinering.

Het ‘kantoorregiem’ kenmerkt zich door eentonig werk, vaste, soms absurde gedragsregels en hiërarchische verhoudingen. Mens en werk in tijd en ruimte samengeperst, ‘van kerkklok naar werkklok’. Ensel: „Dan heb ik het vooral over de onderknuppels, niet over de bazen.” Het handboek voor het ultieme gareel blijkt Scientific Office Management (1917) een boek van William Henry Leffingwell. Hij verzamelde weggegooide vlakgummetjes en potloodstompjes. Verspilling! In een metalen houder gaat zelfs een stompje van twee centimeter nog lang mee, rekende hij voor.

Geen wonder dat de cultuurgeschiedenis van de werkplek een rode draad heeft: ontsnapping. Ensel voert de hedendaagse klerk langs het werk van lotgenoten als, natuurlijk, Kafka en in eigen land A. Alberts, J.J. Voskuil en Nescio, ‘geheimschrijvers’ die het leven overdag draaglijk maakten door het buiten werktijd literair vorm te geven. Films als Fight Club, Working Girl en Being John Malkovich, tv-series als The Office en Jiskefets Debiteuren-Crediteuren verbeelden de fantasieën van de loonslaaf, of juist diens onmacht om een ontsnapping te realiseren. Onderknuppels ontsnappen door lijdzaam verzet, stagnatie en vooral door dagdromerij. „To space out”, noemt de hoofdpersoon uit de film Office Space (Mike Judge, 1998) dit. „Ik staar slechts naar mijn bureaublad, maar het is net alsof ik aan het werk ben.” „Ambtenaar. Ik ben het jarenlang zelf geweest. Soms als schim, soms als gedaante, soms als mens”, schreef A. Alberts.

Vroeger keek Remco Ensels Nijmeegse kantoor uit over de stad, tegenwoordig kijkt hij uit over sportvelden. Zijn bureau staat voor het raam en zijn kantoor is kaal. „Om posters op te hangen kon je eenmalig een aanvraag indienen, en daarmee was ik te laat.”

De illusie van werk als ultieme ontplooiing wordt in Alleen tijdens kantoorurengrondig teniet gedaan. Om met dichter en essayist Joseph Brodsky te spreken: „I sit at my desk / My life is grotesque.”

Remco Ensel: Alleen tijdens kantooruren. Kleine cultuurgeschiedenis van het kantoorleven. Vantilt, 176 blz., € 14,95.