Spaanse badgast winnaar in Italië

Een maand geleden wist Alberto Contador niet dat hij aan de Giro mocht meedoen.

Gisteren won de Spaanse renner zijn tweede grote ronde, na de Tour vorig jaar.

Winnaar Contador rijdt zijn laatste meters in de Giro. Foto Reuters Overall leader Alberto Contador of Spain celebrates crossing the finish line at the end of the 21st and last stage of the Giro d'Italia cycling race 28.5-km time-trial from Cesano Maderno to Milan June 1, 2008. REUTERS/Alessandro Garofalo (ITALY) REUTERS

De Spaanse grootheid Miguel Indurain, El Rey, was in 1993 de laatste wielrenner die een jaar na een Tourzege ook de Ronde van Italië won. Zijn landgenoot Alberto Contador deed het hem gisteren na. Minder oppermachtig dan Indurain, zonder ritzege, maar even onverstoorbaar. In de door de Italiaan Marco Pinotti gewonnen slottijdrit naar Milaan vergrootte de 25-jarige Spanjaard zijn voorsprong op Riccardo Riccò, nummer twee in het eindklassement, tot 1.57 minuut.

De 91ste Giro d’Italia was een van de spannendste grote wielerrondes van de laatste jaren. Geen van de favorieten stak ver boven de anderen uit, zoals Ivan Basso in 2006. Geen van de topploegen was in staat de wedstrijd te controleren, zoals de ploeg van Lance Armstrong jarenlang tot in de perfectie deed in de Tour. Contador, pas op het laatste moment met zijn ploeg Astana toegelaten tot de Giro, stond bij de start van de slottijdrit slechts vier tellen voor op Riccò. Na een solide race tegen de klok werd hij de eerste buitenlandse eindwinnaar sinds de Rus Pavel Tonkov in 1996.

Het spectaculaire koersverloop bleek goed voor de kijkcijfers. Meer dan drie miljoen mensen zagen op de Italiaanse zender Rai hoe Danilo Di Luca, de winnaar van vorig jaar, en Riccò afgelopen vrijdagmiddag een adembenemende aanval plaatsten op Contador. Aantallen die sinds de hoogtijdagen van Marco Pantani, toen doordeweeks vijf miljoen Italianen keken, nauwelijks meer waren voorgekomen. In de weekeinden lagen de kijkcijfers nog hoger.

De renners beklaagden zich in de eerste dagen over de lastige verplaatsingen, met name die van Sicilië naar het vasteland, en over de lange etappes. Vicenzo Torriani, organisator van 1948 tot en met 1992, dacht vooral vanuit het belang van de renners. Zijn opvolgers Carmine Castellano en vanaf 2005 Angelo Zomegnan kiezen voor spektakel. Toch kortte de organisatie dit jaar de langste etappe van 247 kilometer met dertig kilometer in. Sommigen, onder wie wielerlegende Eddy Merckx, plaatsten vraagtekens bij de bizarre klimtijdrit naar Kronplatz. Maar de organisatie ervan, met helikopters en al, verliep vlekkeloos. De toppers voerden mooie duels op in de zware bergritten. Het Italiaanse financiële dagblad Il Sole 24 Ore becijferde dat de Giro een stijgende omzet genereert, die nu ongeveer 100 miljoen euro bedraagt.

Koersdirecteur Zomegnan zal geen spijt hebben van zijn late beslissing om de Astana-ploeg van Contador alsnog uit te nodigen. De Franse wedstrijdorganisatie ASO weigerde dit jaar het Kazachstaanse team, omdat dopingaffaires rond de inmiddels ontslagen kopman Aleksandr Vinokoerov de afgelopen twee jaar het imago van de Tour zouden hebben aangetast. De Italianen volgden de boycot aanvankelijk, maar om een andere reden. Zomegnan vreesde dat Astana de Giro niet serieus zou nemen. Ploegleider Johan Bruyneel lobbyde volop achter de schermen en plukte zelfs op het laatste moment kopman Contador van het strand. Dat bleek een week voor de start de sleutel om toch te mogen meedoen.

Na zeges in de Vuelta a Castilla y Leon en de Ronde van Baskenland wilde Contador eigenlijk uitrusten voor de Ronde van Spanje, zijn hoofddoel dit jaar. In de Giro bleek zijn conditie niet aangetast. Op de venijnige klimmetjes in de eerste week handhaafde hij zich voorin, om na een sterke tijdrit in het voorlaatste weekeinde in de Dolomieten de roze trui te veroveren. Contador toonde zich niet verrast door de situatie, net zomin als zijn ploeg. Twee dagen later reed de leider naar Kronplatz met roze remgrepen. Ploegleider Bruyneel, die al acht keer de Tour (zeven keer met Armstrong, één keer met Contador) en één keer de Giro (met Paolo Savoldelli) won, heeft de organisatie op orde.

Zijn kopman toonde in de slotweek rust en tactisch inzicht. Vrijdag raakte Contador niet in paniek na aanvallen van Di Luca en Riccò, hoewel hij bijna het roze kwijtraakte. Een dag later liet hij anderen op de gevreesde Gavia en Mortirolo slim het zware werk opknappen. Zijn naaste belager Riccò wist het toen al. „Contador is waarschijnlijk sterker in de tijdrit.”

Het was een van de weinige niet-controversiële uitspraken van de 24-jarige kopman van Saunier Duval, die met zijn verbale geweld in het peloton geen vrienden maakte. In de slotweek miste hij ook zijn ervaren ploeggenoot Leonardo Piepoli, die na een val opgaf. Desondanks was Riccò met twee ritzeges en de tweede plaats in de eindstand een van de smaakmakers van de Giro.

Zijn landgenoot Emanuele Sella won zaterdag zijn derde bergrit en ook het bergklassement. Met de 55 kilo lichte klimmer blonk ook diens ploeg CSF uit. Het met een Ierse licentie rijdende ‘procontinentale’ team won het ploegenklassement, vóór alle ProTourploegen. Opvallend was verder de zevende plaats in het eindklassement van de 25-jarige Belg Jurgen Van den Broeck, die afgelopen winter zes kilo afviel en met trainer Marc Lamberts, afkomstig uit de triatlon, grote progressie maakt. De Raboploeg kon tevreden zijn met de vijfde plaats van de Russische kopman Denis Mentsjov, die zich in de Giro voorbereidde op de komende Tour.

    • Maarten Scholten