SER: Globalisering niet lijdzaam ondergaan

De SER bracht vorige week advies uit over ‘duurzaam globaliseren’. Ondernemers gaan verantwoording afleggen over de situatie bij hun buitenlandse toeleveranciers.

De globalisering kent winnaars en verliezers. Bouwbedrijf BAM is naar eigen zeggen een winnaar. Algemeen directeur Halbe Veenstra van BAM-dochter Interbeton liet vorige week op een conferentie over globalisering in Amsterdam trots de projecten de revue passeren die zijn bedrijf in verschillende landen heeft gerealiseerd: de 200 meter hoge All Bidda-toren in het emiraat Qatar, een voetbalstadion in Zuid-Afrika voor het wereldkampioenschap voetbal in 2010 en een haven in Oman.

Maar globalisering kent ook vele verliezers. Denk aan de ontslagen werknemers van sectoren die uit Nederland verdwenen, zoals de textielsector en de schoenenindustrie, omdat er in andere landen goedkopere arbeidskrachten te vinden waren. Denk aan de kinderen in lagelonenlanden die onder erbarmelijke omstandigheden werken.

Werkgevers en werknemers discussieerden het afgelopen jaar in de Sociaal-Economische Raad (SER) over de positieve en de negatieve effecten van de globalisering. Vorige week presenteerde SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan het resultaat: een ontwerpadvies van bijna 300 pagina’s aan het kabinet over ‘duurzaam globaliseren’. Staatssecretaris Frank Heemskerk (Economische Zaken, PvdA) had daarom gevraagd. Hij maakte zich zorgen om het toenemende negativisme in Nederland over de globalisering.

„Er is in Nederland nog steeds een groot draagvlak voor de globalisering”, zegt Rinnooy Kan. „Toch hoor je bij burgers en politieke partijen in toenemende mate zorgen over dit fenomeen. Men vreest dat Nederland zijn beslissingsbevoegdheid verliest, de globalisering lijdzaam moet ondergaan en zelf geen beleid meer kan voeren dat nog invloed heeft. Dit SER-advies strijdt zeer krachtig tegen dat idee. Dat is wat mij betreft ook meteen de belangrijkste boodschap van het advies: Nederland heeft wel degelijk ruimte om eigen beleid te voeren. En dat geldt ook voor de Europee Unie.”

Nederland moet zich dus actief opstellen om ervoor te zorgen dat de economie en de burgers de globalisering kunnen bijbenen, zegt Rinnooy Kan. Hij somt een aantal maatregelen op die het kabinet kan nemen. Zo moet er volgens de SER extra worden geïnvesteerd in kennis en innovatie: 1 miljard euro per jaar. Want de globalisering heeft ervoor gezorgd dat landen zich specialiseren en Nederland wil graag tot de kenniseconomieën behoren.

De SER vindt ook dat het kabinet nu echt eens werk moet gaan maken van zaken als sociale innovatie, waardoor de arbeidsproductiviteit kan stijgen, en ‘een leven lang leren’, want Rinnooy Kan ziet op dat terrein de laatste jaren weinig vooruitgang.

Er moet ook iets gebeuren om het vestigingsklimaat te verbeteren. De afgelopen tijd besloten verscheidene internationale ondernemingen hun hoofdkantoor naar een ander land te verplaatsen, niet alleen wegens de discussie over de topinkomens, maar ook wegens het mobiliteitsprobleem in de Randstad.

Tot slot stelt de SER voor om het stelsel van de inkomstenbelasting weer eens tegen het licht houden. Dat is ook alweer tien jaar geleden. De werkgevers hopen op invoering van een ‘vlaktaks’ – een uniform belastingtarief – maar Rinnooy Kan wil daar niet op vooruitlopen. „Wij geven daar graag opnieuw advies over”, zegt hij.

De vakbeweging vindt het advies vooral belangrijk omdat de werkgevers „voor het eerst hebben erkend dat er ook verliezers van de globalisering zijn”, zegt Peter Gortzak, voorzitter van FNV Mondiaal. Tegelijkertijd erkent de vakbeweging dat de globalisering ook positieve effecten kan hebben voor werknemers.

Interbeton bijvoorbeeld houdt zich naar eigen zeggen wereldwijd aan de hoogst mogelijke normen voor veiligheid. „Ook als de nationale of plaatselijke overheid een lagere standaard hanteert”, zegt Halbe Veenstra. BAM heeft een overeenkomst met de internationale vakbeweging over het niveau van de arbeidsomstandigheden, ook als daar lokaal geen regels voor bestaan. In Oman bijvoorbeeld, waar Veenstra werkt, zijn vakbonden en cao-onderhandelingen zelfs verboden.

Hoe ver gaat de verantwoordelijkheid van ondernemingen voor goede arbeidsomstandigheden in hun toeleveringsketen? In de Tweede Kamer werd daarover vorige maand discussie gevoerd. De regeringspartijen dienden een motie in waarin het kabinet wordt aangespoord bedrijven die subsidie krijgen, een verklaring te laten ondertekenen waarin staat dat hun toeleveranciers geen gebruik maken van kinderarbeid. Minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) wil daarmee aan de slag.

Maar misschien is dat niet meer nodig. Werkgevers hebben in het SER-advies toegezegd dat zij in hun jaarverslagen verantwoording gaan afleggen over de arbeidsomstandigheden bij hun toeleveranciers. Maken die gebruik van kinderarbeid, dan moet dat aan het licht komen. De SER neemt het voortouw om richtlijnen voor deze verslaglegging op te stellen. Eind dit jaar moet er een document liggen waaraan het bedrijfsleven zich committeert. Vervolgens willen de ondernemers de uitvoering zelf controleren.

Dat doet denken aan de code- Tabaksblat, die door het bedrijfsleven is opgesteld om wetgeving te voorkomen. Dat is nu ook de bedoeling, zegt Rinnooy Kan. „In 2012 willen we een evaluatie af hebben. Ons advies aan het kabinet is om tot die tijd af te zien van wetgeving.”

Lees het ontwerpadvies van de SER op www.ser.nl