RWE stoot gasnet af onder druk EU

Het Duitse energiebedrijf RWE verkoopt zijn netwerk van gaspijpleidingen in Duitsland, onder druk van eurocommissaris Neelie Kroes (Mededinging). Ze was vorig jaar april een onderzoek gestart naar mogelijke concurrentievervalsing door RWE. Het energiebedrijf zou concurrenten de toegang tot zijn gasnetwerk hebben ontzegd, met name in de deelstaat Nordrhein-Westfalen.

Het is het tweede grote Europese energiebedrijf dat onder druk van Brussel besluit te splitsen. Eon zette begin dit jaar eenvijfde van zijn energiecentrales in Duitsland te koop evenals zijn 10.000 kilometer lange elektriciteitsnetwerk in het thuisland.

Brussel werkt al jaren aan regelgeving die Europese energiebedrijven dwingt hun transportnetwerk te splitsen van hun productie- en leveringstak. De verwachting is dat het de concurrentiedruk vergroot en uiteindelijk tot lagere energieprijzen voor de consument leidt. Duitsland en Frankrijk maken echter grote bezwaren tegen de verplichte splitsing. Onderzoek naar concurrentievervalsing is een alternatieve manier om individuele bedrijven tot splitsing te krijgen. Indien schuldig bevonden zou de boete voor RWE kunnen oplopen tot ruim 4 miljard euro – het bedrijf had vorig jaar een omzet van 42 miljard euro.

Volgens RWE is de overeenkomst met Brussel „geen schuldbekentenis”. Het bedrijf is er nog steeds van overtuigd te hebben gehandeld volgens de juridische eisen van de gassector. Het concern zal zijn 4.100 kilometer lange netwerk binnen twee jaar verkopen aan een onafhankelijke partij.

Brussel heeft laten weten het voorstel van RWE te „verwelkomen”. Als na een markttest blijkt dat het afstoten van het gasnetwerk voldoende blijkt, stopt Kroes het onderzoek.

Vorige maand is de eurocommissaris een onderzoek gestart naar mogelijke concurrentievervalsing door het Franse energiebedrijf Gaz de France.

In Nederland heeft het voormalige gasbedrijf Gasunie zich eerder al vrijwillig gesplitst. Elektriciteitsbedrijven zoals Nuon en Essent zijn nog niet gesplitst. De regering verplicht hen ertoe dat alsnog te doen, uiterlijk voor 2011.