Roeping

Helaas, het weekeinde is weer voorbij. Vandaag weer met frisse tegenzin aan de slag. Maar ja, werken moet. Wie niet werkt, zal niet eten, vindt ook de regering. Zoveel mogelijk Wajongers moeten aan een baan worden geholpen en 65-plussers krijgen van Donner meer AOW als ze langer doorwerken. Werken is weliswaar noodzakelijk om in leven te blijven, maar het is vooral zwoegen en zweten, schrijft de Leidse professor Gerrit de Kruijf in zijn boek Ethiek onderweg, acht adviezen, dat afgelopen vrijdag werd gepresenteerd. Het is meegenomen als je leuk werk hebt, maar daarin ligt de roeping van de mens niet. „Ga niet op in je werk”, adviseert hij.

Roeping was een woord dat vanouds gebruikt werd voor het geestelijk ambt. Je voelde je geroepen om het klooster in te gaan of priester te worden. Door de Reformatie in de zestiende eeuw is het begrip ‘roeping’ geseculariseerd en gedemocratiseerd. Luther verliet het klooster. Calvijn vond dat elke baan een roeping was. Je vervult een taak in de samenleving. En met het geld dat je verdient, kun je in je onderhoud voorzien. Bovendien kun je wat opzij leggen voor de armen of voor later. Het protestantisme gaf arbeid een meerwaarde die zeker het noordwestelijk deel van Europa geen windeieren legde.

Ethicus De Kruijf schudt die positieve protestantse kijk op werk af. Het kwam hem vrijdag op tegenspraak te staan van psychotherapeute Marisa Donner. Niet alle werk is even leuk, maar bijna elke vorm van arbeid biedt kans op zelfontplooiing. Dat is echt geen romantisch idee, zei ze. Mensen kunnen iets van zichzelf kwijt in hun werk. En zo zijn ze dienstbaar aan anderen. Pas als je werk een obsessie wordt, als je je hele identiteit investeert in je baan, gaat het mis. In dat geval heb je – zoals Marisa haar echtgenoot citeerde – geen ethicus nodig, die de mens goed maakt, maar een psychotherapeut die je beter maakt.

Meer lezen over dit onderwerp? Koop dan het boek van Gerrit de Kruijf, ‘Ethiek onderweg, acht adviezen’, van uitgeverij Meinema, € 15.