Pinkpop: alleen gitaren en rock

Greg Hetson, al sinds 1984 bij Bad Religion Foto Isabel Nabuurs Nederland, Landgraaf, 31-05-08 Pinkpop 2008, Bad Religion Foto: Isabel Nabuurs Nabuurs, Isabel

Pop Pinkpop Gehoord: 30/5 t/m 1/6 Landgraaf.

Het was niet vernieuwend. Er was geen hiphop. Ook geen techno of elektro. Er viel weinig te dansen.

Maar er waren wel gitaren. Of beter: er waren alleen maar gitaren. En niet onbelangrijk: dat was kennelijk wat 95.000 mensen wilden, want de negenendertigste editie van Pinkpop trok meer bezoekers dan ooit. Die vierden drie dagen lang niets anders dan: R-O-C-K.

Het begon met Metallica, waarbij vrijdagavond duizend bommen en granaten knalden en steekvlammen de fans tot aan de geluidstoren verwarmden.

Het was Metallica’s War Against Trauma. Immers: zanger-gitarist James Hetfield werd zelf ooit geroosterd door zijn vlammenwerpers. En belangrijker: het viertal uit San Francisco heeft er een onderlinge loopgravenstrijd opzitten, die alleen door een therapeut én een afschuwelijke verwerkingsplaat (St. Anger, 2003) kon worden gestaakt.

Maar van die plaat speelde de band geen enkel nummer. En van het nieuwe album dat in september verschijnt evenmin. „You want some old shit?” luidde de retorische vraag waarmee Hetfield ‘De Grote Metalkaraoke’ aankondigde. En het publiek brulde mee: Master of Puppets, For Whom The Bell Tolls of gewoon: „Hey! Hey! Hey! Hey!”

De vraag of een band die teert op oude successen een waardige afsluiter van een festivaldag kan zijn, hoor je op Pinkpop niet te stellen. Daar staat muzikale vernieuwing al lang niet meer voorop. In Landgraaf geldt gewoon dat grote namen publiek trekken. Vandaar dat Pinkpop dit jaar niet tijdens de vroege Pinksteren werd gehouden: twee weken uitstel paste beter in het Europese tourschema van de bands.

En zo werd het vorig jaar herenigde Rage Against The Machine de ultieme headliner, ook al stamt hun laatste plaat uit 2000. Het moet gezegd: de opkomst was weergaloos. Onder loeiend luchtalarm werden vier Guantanamo-verdachten opgebracht en in oranje overalls met over het hoofd getrokken zwarte zak naast elkaar gezet. Zo stonden ze roerloos, totdat ze instrumenten kregen omgehangen en begonnen aan een stampende versie van Bombtrack, zonder daarbij de gevangenispakken uit te trekken. „Burn! Burn!” klonk het uit de zwarte zakken.

Overweldigend was het zeker. Maar wie een ‘War on War on Terror’ wil winnen, zal op zijn minst nieuwe nummers moeten verzinnen. Toen de pakken uitgingen, werd het optreden een herhalingsoefening die in Landgraaf voor de vierde keer was te zien. Dat gold ook voor de band die voor RATM speelde: Counting Crows.

Was Pinkpop daarom slecht? Welnee. Er viel genoeg te genieten: bijvoorbeeld van Kaiser Chiefs-zanger Ricky Wilson, die bijna twintig meter in een mast naast het podium klom. Of van het Amsterdamse trio Voicst dat met zijn eigengereide springpop het gezelligste feestje bouwde.

Howlin’ Pelle Amquist, zanger van Zweedse garagerockers The Hives, bleef als een dreinende kleuter zelfbevestiging zoeken bij het publiek dat hij allang in zijn broekzak had zitten. „I’m leaving showbusiness right now if you don’t start clapping”, dreigde hij.

De grote gebaren van Tom Smith, zanger van Editors, getuigden van iets minder zelfrelativering. Maar hoe theatraal zijn klaagzangen ook waren: An End Has A Start zinderde wel.

Allemaal prachtig, maar nieuw was het niet. Afgezien van de tienerliefdesproblemen van Kate Nash en de onbezonnenheid waarmee The Wombats hun rammelende gitaarpop eruit persten, waren er te weinig jeugdige uitschieters. Toen de Schotse wondergirl Amy MacDonald drie kwartier te laat kwam, bood haar overgebleven half uurtje melanchofolk onvoldoende troost.

Dan deden De Groten het beter. Bij Queens of the Stone Age vlogen de gebroken drumstokken en bekkens in het rond, met dank aan de barbaarse drumgorilla Joey Castillo. Dave Grohl ontpopte zich op zaterdagavond tot hedendaagse rockmessias met lange haren en zware baard. De zanger-gitarist van Foo Fighters kondigde het maar meteen aan: hij ging weinig praten. Er moest worden gespeeld. Dus aftellen, even een schietgebedje en krijsen maar: „Okay... Here we go.... Whooeaaaaahh!”

Grohl kende zijn klassiekers en wist zo zelfs het gemis aan Nederlandse bands (naast Voicst alleen Racoon, Moke en het piepjonge Limburgse SAT2D) goed te maken. Het Foo-nummer Stacked Actors ging plotseling over in Hocus Pocus – de jaren zeventig-hit van Focus, destijds aangevoerd door de meervoudig ‘beste gitarist ter wereld’ Jan Akkerman.

Soms sprintte Grohl solerend, dan weer hing hij zittend met de benen over de podiumrand de plagerige bluespatser uit. En toch vermeed hij een domme rockshow dankzij kalme uitvoeringen van Skin and Bones en My Hero waarin piano, percussie, viool en trekharmonica opdoken zonder dat bombast toesloeg. Grohl keek toe en zag dat het goed was.

Het was een welkome afwisseling binnen de driedaagse dienst ter ere van de gitaar. Alleen al om die reden verdiende de enige echte dansact, Groove Armada, de poedelprijs voor sympathiekste underdog. Tijdens hun show, mét nostalgische lasershow, steeg er stoom op uit de festivaltent.