Op die manier houden we het janhagel natuurlijk niet tegen

‘Ik ben vanochtend om half negen eerst nog naar de kerk geweest’, zei de nieuwe voorzitter van het NOS-bestuur in het zondagse programma Buitenhof van de NPS. Henk Hagoort. ’t Leek me een belezen man, maar ja, wat al in de lucht hing: ’t is een christen. Een EO-christen zelfs.

Politiek gesproken was dat geen verrassing. Destijds deed Aad Nuis media voor D66, en bij de eerste de beste vacature benoemde hij Gerrit Jan Wolffensperger, fractievoorzitter van zijn partij. Daarvoor had je hetzelfde met de PPR meegemaakt. Harry van Doorn was minister, de functie kwam vrij, en partijgenoot Erik Jurgens kreeg ’m. Het zijn niet altijd de belangwekkendste baantjes die zo worden rondgeschoven, maar volgens de traditie zijn het ook altijd de kleinste coalitiegenoten die ermee bedeeld worden. En nu was de ChristenUnie aan de beurt.

Onder normale omstandigheden zou er geen haan naar gekraaid hebben. Het lijkt misschien een aardige betrekking, maar het schijnt weinig voor te stellen. De dienst in Hilversum wordt al sinds de jaren twintig van de vorige eeuw uitgemaakt door de voorzitters van de zendgemachtigden, en eens in de week mag de voorzitter van de gezamenlijke Publieke Omroep de vergadering van de diverse verenigingsvoorzitters voorzitten. En Hagoort kan daar niet zeggen: ik ben christen, dus ik wil de hele dag kerkdiensten uitzenden, afgewisseld met Knevel en Van den Brink.

Maar stel nou dat hij het met de christelijke wind van Balkenende, Donner, Hirsch Ballin en Rouvoet in de rug, en vanwege de klinkende overwinning in de recente embryowedstrijd, ineens wel zou durven zeggen? Daar kan een mens ’s nachts weleens benauwd van wakker schrikken...

Het is in de vaderlandse geschiedenis één keer eerder gebeurd, en toen goed afgelopen. Dat was in de dagen van het Twaalfjarig Bestand, toen de theologen ruzieden over de predestinatieleer. Die ging over de vraag of je tijdens je leven met onberispelijk gedrag bij Onze-Lieve-Heer nog een wit voetje zou kunnen halen, of dat je al bij voorbaat was verdoemd. De orthodoxen geloofden het laatste, wat minstens zo erg is als letterlijk geloven wat in de Koran staat. Maar ze kregen de meeste stemmen, ze lieten Oldenbarnevelt onthoofden (1619), en ze probeerden alle schilderijen, geschriften en satirische cabaretgezelschappen te verbieden die hun Rechte Geloof ontkenden.

‘Oldenbarnevelt vreesde een predikantenregering’,schreef Busken Huet in Het Land van Rembrandt . ‘Alles zette hij op het spel, zijn hoofd niet uitgezonderd, om deze ramp te keren. Hij meende aan de horizont reeds het gouvernement van de kerkelijke Jan Hagel te zien rijzen’.

Maar los van het hoofd dat de landsadvocaat verloor, viel ten slotte alles mee. De Rouvoeten van de vroege zeventiende eeuw probeerden wel hun christelijke sharia in te voeren, maar gelukkig zat er veel libertairs in de samenleving, en tegen de geest van Coornhert, Hugo de Groot, Vondel, Rembrandt en Spinoza was het gereformeerde janhagel op den duur niet opgewassen.

Stelt me dat gerust?

Ik weet het niet. Ik zag de afgelopen dagen Mark Rutte telkens activiteiten ontplooien die me moesten doen geloven dat zijn liberale VVD, ofschoon met al die nette burgerheren natuurlijk op geen stukken na meer libertair, toch nog een zekere vrijzinnigheid herbergt. Mark opende op zijn fractie-etage een vrijdenkershoek voor alle slachtoffers van christen-democratische censuur, en hij schreef bovendien een opinieartikel waarin hij ook nog eens geestelijk onderdak beloofde aan alle Coornherten, Hugo de Groten, Vondels, Rembrandts en Spinoza’s waar hij zo gauw op kon komen. En wie waren dat? Dat waren Kopspijkers, Nekschot, Opinio, Ellen Vroegh, en de Geert Wilders van Fitna.

Van zulke libertijnen hebben de christenen op het Binnenhof weinig te vrezen.