Olivier Messiaen verenigt aarde en hemel met muziek

De preek tot de vogels: links Armand Arapian als broeder Bernard, n het midden Rod Gilfry als Franciscus, rechts Thomas Randle als broeder Masseus Foto Ruth Walz Rod Gilfry (Saint François), Tom Randle (Frère Massée), kinderen Walz, Ruth

Opera Saint François d’Assise van O. Messiaen door Ned. Opera en Residentie Orkest o.l.v. Ingo Metzmacher. Decor/licht: Jean Kalman; kostuums: Angelo Figus; regie: Pierre Audi. Gezien: 1/6 Muziektheater Amsterdam. Herh.: t/m 29/6. Res. 020 6255455. Radio 4: 7/6 17.45 uur; 16/6 op het digitale tv-kanaal Cultura.

Sint Franciscus is in zijn navolging van Christus de sympathiekste aller heiligen. Namen pausen, bisschoppen en andere christenen maar eens een voorbeeld aan zijn nederigheid en menslievendheid, zijn armelijke levensstijl, zijn kinderlijke vreugde over de vogels die vliegen tussen aarde en hemel en de lof zingen van de wonderen van Gods schepping.

In de opera Saint François d’Assise van Olivier Messiaen omhelst Franciscus een melaatse, afschuwwekkend en woedend gespeeld door Hubert Delamboye. Hij is een verstotene, vol stinkende puisten. Prompt geneest hij. Een wonder! Kleppende klokken klinken. De man, die God eerst zulke felle verwijten maakte over zijn lot, is een ideale boeteling: hij werpt zich op een kruis. Later zal hij, samen met de Engel die hem de liefde van God voorhield, Sint Franciscus verwelkomen in de hemel.

Saint François d’Assise is een verhaal op de flinterdunne grens tussen hemel en aarde. ‘Cielo e terra’ is het thema van het Holland Festival van Pierre Audi, waarin de door hem geregisseerde opera van Messiaen veruit de omvangrijkste voorstelling is. Het tot honderdtwintig musici uitgebreide Residentie Orkest speelt fenomenaal onder de koepel van de kerk die in het Muziektheater is gebouwd. Verder: drie maal een ondes martenot, het vroege elektronische instrument met ijle, surrealistische klanken. En dan nog honderd koorzangers en tal van figuranten.

Dirigent Ingo Metzmacher, tijdens zijn laatste productie als chef-dirigent geheel in zijn element, pakte telkens opnieuw dikke folianten met nog veel meer noten. Saint François lijkt met alleen al ruim vier uur muziek een beproeving van de toeschouwer. Maar de Nederlandse geënsceneerde première van het werk uit 1983 is een markant moment in de Hollandse operahistorie, na vijfeneenhalf uur begroet met veel applaus.

Messiaen schildert in zijn zelfgeschreven verhaal met heftige en vaak hardvochtige muziek de ontberingen van het aardse leven en de problemen om ondanks alles te geloven in een goedwillende God. Het decor toont een ontredderde grauwe wereld, waarin de minderbroeder Franciscus vooral eenzaam is, al heeft hij wat volgelingen, zoals de bange Léon, de intens zingende Henk Neven.

Maar al lijkt het vaak onzichtbaar, het hemelse is nooit ver. Aarde en hemel overlappen elkaar, het aardse leven is bij Messiaen een voorafschaduwing van van het hemelse leven.

De muziek pendelt onophoudelijk tussen fel en driftig en mild en beschouwelijk. Enkele scènes lichten muzikaal en visueel etherisch en stralend op: de genezing van de melaatse, de musicerende Engel, de preek tot de vogels en de dood van Franciscus.

De zeer lange tweede acte is een wonder in het oeuvre van Pierre Audi. Eerst is daar de ontroerende verstilde magie van de musicerende Engel, de personificatie van het geloof van de componist Messiaen. De esthetische schittering van zijn muziek zorgt via éblouissement (verblinding, bedwelming) voor een doorbraak naar gene zijde.

Dat ziet, hoort en ervaart men hier enkele malen op overweldigende wijze. Schoonheid, muziek en geloof zijn één bij de Engel, de prachtig hoog zingende Camilla Tilling: ‘Hoor deze muziek die het leven ophangt aan de toonladders van de hemel, hoor de muziek van het onzichtbare’. En aan het slot, na de dood van Franciscus te midden van een woud van kruisen, is er verblindend hemels licht.

Een meestergreep is de vertederende scène met de beroemde preek tot de vogels. Er zijn vogels in de vorm van houten speelgoed, maar kinderen spelen ook als vogels in een schoolklasje. Ze zwermen om Franciscus, er worden overal vogels getekend. Audi laat hier Franciscus een uitspraak van Christus in de praktijk brengen: „Laat de kinderen tot mij komen, want voor hen is het koninkrijk der hemelen.” Hartveroverend is de naïviteit van broeder Masseus, de extraverte Thomas Randle.

Het is de enige ontspannen scène met Franciscus, die zich zó vereenzelvigt met Christus dat hij de pijn van zijn kruisdood wil herleven. Franciscus wordt door Rod Gilfry vooral getypeerd als een introverte man met gesublimeerde emoties, zich erg bewust van zijn predestinatie als heilige.

Helaas trilde, haperde en brak bij de première nogal eens de stem van Gilfry, die herstellend is van een keelaandoening. Maar het maakte Franciscus wel aandoenlijker en menselijker.

Lees ook het artikel van Mischa Spel over Saint François d’Assise op nrc.nl/kunst