Mannen, vrouwen, seks en motoronderhoud

Als kind was ik een noodgedwongen leeswurm, omdat ik amper tv mocht kijken. Ik begon met de goeiiger klassiekers zoals Kees de Jongen, dat ik las als een zelfhulpboek, waarna ik maandenlang in de door Kees uitgevonden zwembadpas ging lopen.

Op een dag trok ik een ander boek uit de kast, Ik Jan Cremer, en dat verslond ik in een week. Ik was toen twaalf. Uit Ik Jan Cremer, dat ik ook opvatte als zelfhulpboek, leerde ik alles wat ik dacht te moeten weten over mannen, vrouwen, seks en motoronderhoud. Het verhaal kan ik niet meer precies reproduceren; het was een stream of consciousness waarin Jan en zijn motorvriend steeds op de motor sprongen, in een bar belandden en daar twee of meer lekkere wijven oppikten met wie ze het in allerlei ingewikkelde standen en figuren gingen doen.

Het meest indrukwekkend vond ik de scène waarin Jan en de motorvriend twee vrouwen oppikten van wie de een een mooi gezicht had en een lelijk lichaam, en de ander een lelijk gezicht en een mooi lichaam. Ze legden de vrouwen zo in bed dat de voeten van de een bij het hoofd van de ander lagen. Zo had je aan de ene kant van het bed een mooi gezicht met een mooi lichaam ernaast, en aan de andere kant van het bed een lelijk gezicht en lelijk lichaam. De mannen gooiden een muntje op, en de winnaar mocht naar bed met het mooie gezicht en het mooie lichaam ernaast.

Dit alles vatte ik op als exemplarisch voor de man: oké, dus zo gingen grote mensen met elkaar om; ze legden elkaar als sardines in bed en gooiden dan muntjes op. Het heeft me een paar decennia gekost om los te komen van dit niet al te florissante manbeeld.

Dit weekeinde was ik in de boekhandel en daar lag in enorme stapels Ik Jan Cremer Derde Boek. Ik kocht het. Misschien zou het jeugdsentiment oproepen. Na vijftig bladzijden, waarin Jan een legioen pronte vrouwen ontmoet die van alles kunnen met colaflesjes, onder wie eentje met de naam Booby Banana, en hij aanbeden wordt vanwege Ik Jan Cremer, had ik het gehad met Jan. Wat een saaie man, met al zijn geneuk en ge-opschep over zijn eerste boek, dat hij steeds ‘de onverbiddelijke bestseller’ noemt. Ja, dat weten we nou wel, Jan!

Achteraf gezien is Kees toch leuker.

Lees oude columns van Aaf via de site: nrcnext.nl/aaf