Luchtvaart lijdt dit jaar 1,5 mld verlies

De internationale luchtvaart raakt door de hoge olieprijs dit jaar in een diepe crisis. De organisatie van luchtvaartmaatschappijen, IATA, verwacht dat de sector een verlies zal lijden van ten minste 1,5 miljard euro.

De terugval ten opzichte van vorig jaar is 5,1 miljard euro; in 2007 boekten de maatschappijen nog een gezamenlijke winst van 3,6 miljard euro. De directeur van IATA, Giovanni Bisignani, sprak vandaag op de jaarvergadering van zijn organisatie over „een hevige storm”. Eenderde van de kosten van luchtvaartmaatschappijen gaat in 2008 op aan brandstof – in 2002 was dit nog 13 procent.

Het geschatte verlies voor dit jaar is gebaseerd op een gemiddelde olieprijs van 106,50 dollar per vat. Maar de werkelijke prijs ligt alweer aanzienlijk hoger en liep vorige week op tot 135 dollar, om daarna weer licht te dalen. Vandaag kostte een vat rond de 127 dollar. IATA heeft becijferd dat de verliezen van de sector daarom nog veel hoger kunnen uitvallen. Een olieprijs van 135 dollar komt neer op een negatief resultaat van 4 miljard euro. „De situatie is dramatisch en vormt een grotere bedreiging voor onze industrie dan alle rampen van de afgelopen jaren bij elkaar”, aldus Bisignani. September 2001 noemde hij een „verkeersprobleem”, dat kon worden opgelost. Nu is er volgens Bisignani sprake van een „double whammy”: de hoge olieprijs heeft het kostenniveau opgedreven, terwijl tegelijkertijd een vertraging in de economische groei, met name in de Verenigde Staten, heeft geleid tot lagere opbrengsten.

Bisignani deed een oproep aan „regeringen” (zonder namen te noemen) om zijn sector te steunen. „Regeringen moeten stoppen met hun krankzinnige belastingheffingen en inzien wat de impact op de wereldeconomie zal zijn als de luchtvaartindustrie niet meer goed kan functioneren.”

De IATA wil dit jaar een topontmoeting houden met regeringen om oplossingen te zoeken. De luchtvaart kan nog veel economische vooruitgang boeken door verdere deregulering, denkt Bisignani. Maar hij constateert juist een omgekeerde beweging: er komen alleen maar meer regels. „We moeten overstappen van politieke akkoorden naar merken en handel.”