Kreizberg speelt met zijn musici

Klassiek Ned. Philharmonisch Orkest o.l.v. Yakov Kreizberg m.m.v. Léon Bosch (klarinet). Gehoord: 31/5 Concertgebouw, Amsterdam. Herh.: 2 en 3/6, aldaar.

Nog één programma dirigeert Yakov Kreizberg vandaag en morgen bij het Nederlands Philharmonisch Orkest, dan zit zijn vijfde seizoen er op. Donderdag volgt nog wel een opmerkelijk recital: de chef-dirigent speelt dan zelf piano in een kamermuziekprogramma met onder anderen concertmeester Vadim Tsibulevsky.

Ook in de reguliere concerten geeft het Nederlands Philharmonisch Orkest steeds vaker de ruimte aan eigen musici. Zo soleerde soloklarinettist Léon Bosch zaterdag in het Concertgebouw in Mozarts Klarinetconcert – met als positef bijeffect dat Mozarts overbekende thema’ s juist fris klonken door de vertrouwdheid tussen Bosch en Kreizberg. Bosch heeft een boterzacht geluid met een typerend scherp randje in de hoogte. Alleen het magische moment in het Adagio, als na de cadens het hoofdthema terugkeert, kan nóg zachter en kwetsbaarder.

Mozarts veelal lichte concert werd geflankeerd door duisterder werken. Als ouverture klonk De Middagheks van Dvorák: een moeder maant haar zoontje tot kalmte door te dreigen met de heks. Haar woorden worden werkelijkheid en als de heks verschijnt, sterft het kind. Dvoráks muziek weerspiegelt het volkse en groteske karakter van het verhaal, en maakt daarbij effectief gebruik van leidmotieven. Wie deze niet paraat had, kon zich dankzij de dynamische uitvoering toch uitstekend inleven. In hoog tempo spande Kreizberg een boog tussen de pastorale opening en het dramatische slot, intussen alle ruimte latend voor een heksige basklarinetsolo.

Zijn affiniteit met sprookjes én Tsjaikovski bewees Kreizberg eerder al in de memorabele voorstellingen van diens opera Iolanta bij de Nederlandse Opera. Ook de Zesde symfonie ‘Pathétique’ kreeg nu een vlotte, dramatisch sterke uitvoering. Eerder melancholisch dan macaber klonken de eerste maten van fagot en contrabassen, waarna passie en terreur elkaar in scherp contrast opvolgden.

Adembenemend was de climax van het eerste deel, waarbij Kreizberg het fortissimo spelende orkest even van de grond deed komen alvorens het de afgrond in te laten razen. De schrikwekkende finale, vol opstandige levenslust gespeeld, smoorde in doodse stilte.