Intimidatie bij verkiezingen in Macedonië

De Macedonische parlementsverkiezingen zijn gisteren verstoord door geweld, intimidatie en onregelmatigheden. De centrum-rechtse partij van premier Nikola Gruevski heeft de verkiezingen gewonnen.

De VMRO-DPMNE van Gruevski stond, na telling van 97 procent van de stemmen, op ruim 48 procent, de sociaal-democraten op bijna 24 procent. Door het geweld en door berichten over fraude moesten 22 stembureaus (ongeveer 1 procent) worden gesloten. De kiescommissie wil in die districten later herverkiezingen organiseren.

Geweld en intimidatie waren er vooral in het noordwesten van het land, waar voornamelijk etnische Albanezen wonen. Bij een schietpartij in de stad Aracinovo, nabij de hoofdstad Skopje, viel één dode. In de hele regio werden dertien mensen gearresteerd.

Twee rivaliserende etnisch-Albanese partijen, de Democratische Unie voor Integratie (DUI) en de Democratische Partij van Albanezen (DPA, die samen met de partij van Gruevski een regeringscoalitie vormt), gaven elkaar en de politie de schuld van het geweld. De DPA kreeg ruim 10 procent van de stemmen, de DUI iets meer dan 11 procent.

DUI-leider Ali Ahmeti hield de DPA verantwoordelijk voor „provocaties, geweld en psychologische terreur”. Ahmeti was vorige maand tijdens de verkiezingscampagne het doelwit van een mislukte moordaanslag, die hij ook toeschreef aan de DPA.

De schietpartij in Aracinovo ontstond volgens de politie na een melding van een man die voor verschillende mensen tegelijk wilde stemmen. Toen de politie bij het stembureau arriveerde, zou zij door gewapende mannen onder vuur zijn genomen. Maar volgens de DUI opende politie in burger het vuur.

Het verloop van de Macedonische verkiezingen werd in Brussel gezien als een belangrijke test voor de gereedheid van het land om toe te treden tot de Europese Unie. Een woordvoerster van de Europese Commissie gaf gisteren aan „zeer bezorgd” te zijn over het geweld. Macedonië kreeg in december 2005 de formele status van EU-kandidaat-lidstaat. (AP, Reuters)