‘Hopen dat ik niet te klunzig overkom’

Tennisster Esther Vergeer reageert op de kwalificaties van gehandicapte sporters in een BOCOG-publicatie.

De organisatie van de Olympische Spelen in Peking heeft vandaag openlijk excuses aangeboden aan de gehandicapte sporters. BOCOG had voor de vrijwilligers een training georganiseerd hoe ze met de deelnemers aan de Paralympics moeten omgaan. In een publicatie hierover werd gewaarschuwd dat sommige sporters met een lichamelijke beperking ‘lastig’ en ‘klunzig’ kunnen zijn.

„Schandelijk”, reageert Esther Vergeer, die in september namens Nederland aan het rolstoeltennis deelneemt in Peking. „Hiermee worden alle sporters met een handicap over één kam geschoren.”

Je hebt vorig jaar een bezoek aan China gebracht. Was je verbaasd toen je dit nieuws hoorde?

„Niet echt. Tijdens mijn bezoek merkte ik dat Chinezen geen flauw benul hebben wat mensen met een handicap allemaal kunnen. Waarschijnlijk heeft de organisatie bij het opstellen van die publicatie gedacht: we gaan van het ergste uit, dan kan het straks alleen meevallen.”

Heb je als sporter vaker last van dit soort vooroordelen?

„Niet in deze extreme mate. In Nederland kijken we daar heel anders tegen aan. Maar in Japan merkte ik ook dat ze een wat wereldvreemde houding hebben als het op sporters met een handicap aankomt.”

Nemen excuses de boosheid weg?

„Het maakt niets goed. Maar ja, wat moeten ze anders? Misschien dat die felle reacties de organisatie wakker schudden. Dat ze nu eindelijk een draai gaan maken.”

Ga je niet met een ander gevoel naar Peking als je weet hoe er daar over gehandicapten gedacht wordt?

„Nee. Ik ga voor de gouden medaille. En dan maar hopen dat ik niet al te klunzig over kom.”