Het smartegeld voor de vermoorde dochter

Kan een nabestaande smartegeld innen bij de moordenaar en diens ouders?

Een moeder werd door de moord op haar dochter arbeidsongeschikt.

De zaak:

De 25-jarige studente Nadia wordt door haar huisgenoot Pascal vermoord. De moeder van Nadia wordt door het verdriet arbeidsongeschikt en lijdt inkomensverlies. Pascal, die met zijn ouders mede-eigenaar is van het huis, krijgt twintig jaar cel en tbs. Het huis wordt door zijn ouders verkocht; zij incasseren 490.000 euro. Een tweede huis, alleen van Pascal, levert zo’n 200.000 euro op.

De moeder van Nadia eist in totaal 20.000 euro smartegeld en vergoeding van inkomensschade. De ouders zouden zich negatief over Nadia hebben uitgelaten en hun eigen zoon hebben beschermd. Ook beheren ze zijn geld. De moeder van Nadia wil zich op het vermogen van de ouders kunnen verhalen. Ze legt daarom beslag op de bankrekening en de woning van de familie.

Heeft de moordenaar de moeder wel schade berokkend?

De Hoge Raad vindt sinds 2002 dat ‘shockschade’ bij een derde een grond voor smartegeld kan zijn, mits er sprake is van een „nauwe affectieve relatie”, geestelijk letsel, een hevige emotionele schok, veroorzaakt door het waarnemen van de moord, of „directe confrontatie met de gevolgen ervan”. Met andere woorden: er moet dus een „rechtstreeks verband” zijn tussen de moord en het letsel dat is veroorzaakt.

Pascal betwist dat de moeder zo’n aanspraak heeft. Ze was niet bij de moord en de gevolgen ervan raakten haar ook niet direct. De rechtbank vindt dat onzin. De moeder heeft haar dochter moeten identificeren en haar lichaam afgelegd, en zo de verminkingen en de littekens van de autopsie gezien. Ze woonde alle strafzittingen bij en zag alle foto’s uit het dossier. De Arnhemse rechters verfijnen de maatstaf van de Hoge Raad: hoe erger de daad, hoe minder hoog de eisen aan de „rechtstreeksheid”.

Maar heeft de moeder inderdaad shockschade geleden?

Hier deelt de rechtbank de twijfels die dader Pascal heeft opgeworpen. Van een psychische schok was zeker sprake. Maar was de schok zo erg dat er een psychiatrisch ziektebeeld uit voortkwam? Dat is namelijk nodig om smartegeld en materiële schade door shock te kunnen toekennen. Voor vergoeding van verdriet om het verlies van een dierbare bestaat geen wettelijke grond. De rechtbank stelt een oordeel hierover uit. De partijen moeten een deskundige benoemen. Maar als psychiatrisch letsel aannemelijk blijkt, dan is de dader daarvoor aansprakelijk, zegt de rechtbank.

Kan de moeder het recht op smartegeld van haar dochter hebben geërfd?

Het recht op smartegeld is een vermogensrecht en zou dus deel uit kunnen maken van de erfenis van Nadia. Over háár letsel is bovendien geen twijfel mogelijk. Maar om zo’n „hoogstpersoonlijk” recht uit te oefenen moet het slachtoffer er zelf eerst aanspraak op maken, zegt de wet. Pas daarna kan het vererven. De moeder claimt dat uit het gillen van haar dochter tijdens de moord zo’n aanspraak afgeleid kan worden. Dat ze gilde is bekend omdat Nadia werd neergeschoten toen ze handsfree belde en de verbinding openbleef. De rechtbank is het niet eens met die redenering: je mag niet aannemen dat schreeuwen in doodsnood hetzelfde is als vergoeding vragen.

Hebben de ouders zich onrechtmatig gedragen?

Nee. Wie is betrokken bij een strafproces moet vrijuit kunnen spreken, behalve in „zeer bijzondere omstandigheden”. Welke dat zijn, zegt de rechtbank niet. In het strafrecht mogen bloedverwanten elkaar helpen, binnen grenzen. Dat de opbrengst van het huis naar de ouders ging, inclusief het deel van de dader, is juist. Dat half miljoen behoort tot het vermogen van de ouders. De ouders hebben dus niet onrechtmatig gehandeld. Maar Pascal wel. De twee ton die de verkoop van zijn huis opbracht en nu door zijn ouders wordt beheerd, kan dus worden aangesproken. Maar dan moet het „geestelijk letsel” van de moeder psychiatrisch nog wel worden vastgesteld. Wordt vervolgd.