Gelukkig ben ik roze

Filmrecensent Peter de Bruijn bezocht enige weken geleden voor het eerst het filmfestival van Cannes. Hij geeft nog enkele flashbacks.

Clint Eastwood Foto AP Actor and director Clint Eastwood arrives at a screening for the DVD box set release of the "Dirty Harry" film franchise on Thursday, May 29, 2008, in Los Angeles. (AP Photo/Chris Weeks) Associated Press

Het gekkenwerk begint al vóór het festival. Aan de competitie van het filmfestival van Cannes deden dit jaar 22 films mee, waaronder één debuut. Dan blijven er dus 21 regisseurs over waarvan je toch ten minste één vorige film moet hebben gezien, om iets zinnigs over hun werk te kunnen zeggen. Dat is doorhalen – en af en toe de dvd een stukje vooruit spoelen.

De volgende kwestie is: ben ik roze, roze met een stip, blauw of, het allerergst, geel? De vierduizend geaccrediteerde journalisten zijn onderverdeeld in een kastenstelsel, dat loopt van Halfgod tot Broodkruimel op de Rok van het Universum, al naar gelang de kleur van het pasje. Elke kleur heeft bij de persvoorstellingen een eigen wachtrij. De gelukkigen met een witte pas kunnen altijd doorlopen. Blauw en geel mogen als laatste naar binnen en lopen veel risico voor het gevreesde bord te komen staan: ‘Complet’. Gelukkig ben ik roze (zonder stip). Goed genoeg.

Een beetje duwen en trekken kan weleens helpen, maar is niet zonder gevaar. Voor je het weet hebben de kleerkasten van de beveiliging hun oog op je laten vallen en dan kom je er juist niét meer door, zo is mij gebleken.

Het duurt een dag of drie voordat je als nieuweling enigszins de weg kunt vinden in de strak geregisseerde chaos. Met hulp van de ANP-collega die weet waar je moet gaan zitten in de zaal, waardoor je na de film een binnenweggetje kunt nemen, en toch nog op tijd bij de persconferentie bent. Of de radiocollega die een goed visrestaurant kent. Iedereen is tijdens het festival steeds zijn agenda aan het bijwerken. Net wanneer je de planning op orde hebt, blijkt dat die regisseur van die mooie film morgen toch beschikbaar is voor een interview – twintig minuten met zes andere journalisten.

Maar dan kun je weer niet naar die veelbelovende competitiefilm. Een dag later inhalen dan maar. Wacht, dat valt samen met de persconferentie van filmlegende Clint Eastwood – daar zal de redactie in Rotterdam vast naar vragen. Oké, dan moet er iets worden verschoven, of wijken, maar wat? Dit ritueel herhaalt zich elke dag ten minste drie keer.

Toch is Cannes voor een filmjournalist het leukste wat er is. Door de lichtelijk uitgelaten sfeer – we zitten hier toch maar mooi in Cannes – en vooral door de sterke films, die allemaal splinternieuw zijn. Er is nog geen gevestigde mening, om het wel of niet mee eens kunt zijn. Elke film zou weleens een grote ontdekking kunnen zijn. Dat is iedere keer spannend. Volgend jaar wil ik een stip.

De Bruijns artikelen zijn na te lezen op: nrc.nl/cannes