Een ruil mag het officieel niet heten

Israël liet een spion van Hezbollah vrij; Hezbollah de lijken van Israëlische soldaten

De stap vormt volgens deskundigen de opmaat naar een grote gevangenenruil.

Een Israëlisch politiebusje met de Hezbollah-spion Nasim Nisr steekt de grens met Libanon over. Foto AP An Israeli police car, carrying a convicted Hezbollah spy Nasim Nisr, crosses the Rosh Hanikra border crossing between Israel and Lebanon Sunday, June 1, 2008. The Red Cross says it has received a box of human remains, believed to be the remains of Israeli soldiers who were killed during the Israel-Hezbollah war in 2006, from Hezbollah and has turned it over to Israel. The box was handed to the Red Cross just after Israel deported Nisr back to Lebanon. (AP Photo/Ariel Schalit) Associated Press

Vlak nadat gisteren een wit busje vanuit Israël de grens met Libanon overstak, werd aan de andere kant een grote bruine kist in een ambulance geladen. De ambulance reed naar Israël. In het busje zat de 40-jarige Nasim Nisr, door Israël veroordeeld wegens spionage voor de shi’itische organisatie Hezbollah. Na zes jaar gevangenschap werd hij vrijgelaten. De ambulance van het Rode Kruis bevat, zegt Hezbollah, de stoffelijke overschotten van in Libanon omgekomen Israëlische militairen.

Een ruil mag deze gebeurtenis niet heten. Officieel is het toeval dat de vrijlating van Nisr en de overhandiging van de stoffelijke overschotten op dezelfde dag vallen. Hezbollah was tot niets verplicht, zei leider Wafik Safa tijdens een persconferentie. Het was een eenzijdig gebaar van de beweging, zei ook een anonieme woordvoerder van de Israëlische regering tegen persbureau Associated Press. De stoffelijke overschotten zijn van soldaten die tijdens de oorlog tussen Israël en Hezbollah in 2006 zijn omgekomen. Nasim Nisr, de vrijgelaten spion, stond naast Hezbollah-leider Wafik Safa toen die zijn gebaar aankondigde. Nisr geldt in Israël als een kleine vis, een relatief onbekende spion. De toenmalige Israëliër werd in 2002 gearresteerd. Hij werd niet verdacht van actieve spionage, maar van het feit dat hij contact zou hebben met Hezbollah.

Hoewel het officieel dus niet zo mag heten, is er geen Israëlische militair deskundige die eraan twijfelt dat de onverwachte gebeurtenissen van zondag in het licht staan van een mogelijke grote gevangenenruil. Israël wil twee in 2006 ontvoerde militairen terug: Ehud Goldwasser en Eldad Regev. Sinds hun verdwijning ontbreekt ieder spoor, onbekend is ook of de militairen nog in leven zijn. Net als de door Hamas in de Gazastrook ontvoerde soldaat Gilad Shalit, houden Goldwasser en Regev de gemoederen in Israël sindsdien bezig. Hun kidnapping was immers de aanleiding tot de voor Israël onbevredigend verlopen Libanonoorlog van 2006.

Hezbollah heeft een ander belang. De shi’itische organisatie wil door Israël gevangen Libanezen terug, waarschijnlijk zijn het er nog zeven. Het gaat de organisatie met name om Samir Kuntar, die in Israël doorgaans de bijnaam ‘het monster’ krijgt. Kuntar werd in 1979 gevangengenomen en tot vele malen levenslang veroordeeld, nadat hij met een groepje militanten vier Israëliërs had gedood. Daarbij ging hij volgens het vonnis buitengewoon bruut te werk. Zo sloeg hij een vierjarig meisje dood.

Een eventuele vrijlating van deze Kantar leidt in Israël tot emotionele debatten. Kortweg komt de discussie hierop neer: kiezen we voor de eer van de familie van de gestorven Israëliërs, of kiezen we voor de terugkeer van Goldwasser en Regev? „Laat het monster vrij. Laat hen [de militairen, red.] leven”, schreef de linkse columnist Bradley Burston twee jaar geleden in de krant Ha’aretz. Sommige deskundigen wijzen erop dat Hezbollah na een vrijlating van Kuntar eigenlijk niet zo veel redenen meer heeft om de wapens tegen Israël op te nemen. Bij eerdere deals heeft Israël altijd geweigerd over Kuntar te praten.

Onder leiding van Duitse onderhandelaars proberen de partijen voldoende vertrouwen te winnen om een ruil tussen de echt interessante figuren mogelijk te maken. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Steinmeier, die in de Libanese hoofdstad Beirut was, zei te hopen dat er na gisteren een „positieve atmosfeer” tussen beide partijen is ontstaan, waardoor er nu echt zaken gedaan kunnen worden.