Die indianenpijlen waren net zo goed op ons gericht

De nieuw ontdekte indianenstam wordt bedreigd door houtkap, meent Tim Boekhout van Solinge. Nederland moet alleen import van duurzaam tropisch hardhout toestaan.

De nieuwe indianenstam die ontdekt is in de Amazone, richt zijn pijlen op een vliegtuig. Die angst voor vreemdelingen is zeker terecht: op allerlei plekken in de tropen zijn er conflicten tussen bosbewoners en ‘indringers’, de multinationals die de leefomgeving van de bosbewoners willen exploiteren.

Bosbewoners zijn jagers en verzamelaars. Alle levensbenodigdheden halen zij uit het woud: vlees of vis, fruit, kruiden, geneesmiddelen, huisvesting en vuur. Geen bos betekent voor hen geen voedsel. Houtkappers zijn daarom hun grootste vijanden, onder meer doordat zij ook de beken en rivieren vervuilen en zelfs stremmen, doordat ze dammen aanleggen voor het vrachtverkeer.

De bosnomaden leven in het grensgebied van Peru en Brazilië. In beide landen is de meeste houtkap illegaal, maar aan beide kanten wordt er op grote schaal gekapt. Mahoniebomen aan Peruaanse zijde tropisch hardhout in Brazilië. Jaarlijks verdwijnt in Brazilië een oppervlakte aan regenwoud zo groot als België.

Ons koopgedrag moedigt deze houtkappraktijken aan. In 2004 liep ik op de kades van de Amazonehaven Santarem, ze stonden vol met hardhout klaar om te worden geladen op de grote vrachtschepen. Weinig houtstapels hadden een keurmerk als FSC, Forest Stewardship Council (Raad voor Goed Bosbeheer). De bestemmingen waren er met verf op bedrukt, vooral Europese havens, Flushing, Vlissingen, de belangrijkste.

Landconversie, bosgrond omzetten in landbouwgrond, is de andere oorzaak van ontbossing. In de Amazone verdwijnt regenwoud voor de vleesindustrie. Bos verdwijnt voor veeteelt of om er veevoer als soja te verbouwen. De Braziliaanse veestapel is gegroeid tot 200 miljoen koeien (meer dan mensen) en Brazilië is behalve de grootste rundvleesproducent, ook ’s werelds grootste soja-exporteur geworden. Amerika, de tweede vleesproducent, is de voornaamste afnemer. Nederland, met zijn omvangrijke varkensindustrie, de tweede.

In politiek Nederland is duurzaamheid tegenwoordig een modewoord, zonder dat altijd duidelijk is wat het inhoudt. Ook het kabinet ‘zet in’ op duurzaamheid. Feitelijk zijn er nog weinig projecten die dit predicaat werkelijk verdienen en behoud van natuur en biodiversiteit garanderen, zeker de landbouw- en voedselindustrie niet.

Er is weinig terechtgekomen van het ooit zo ambitieuze ‘Regeringsstandpunt Tropisch Regenwoud (RTR)’ uit 1991, dat inhoudt dat alleen hardhout uit beschermde en duurzaam beheerde bossen geïmporteerd mag worden. Anno 2008 geldt dat voor minder dan 20 procent, en slechts ten dele als gevolg van overheidsbeleid. Het Nederlandse en Europese plan om in de toekomst alleen nog legaal hout in Europa te importeren (zou dat niet vanzelfsprekend moeten zijn?), is ook niet gebaseerd op duurzaamheidcriteria.

Zolang wij in Nederland en Europa illegale en niet-duurzame tropische grondstoffen of producten kopen, zijn wij betrokken bij de tropische ontbossing en het uitsterven van zowel de inheemse bevolking als van talloze dieren.

Tropische bossen kennen een extreme biodiversiteit. Zij vertegenwoordigen zes procent van het aardoppervlak, maar herbergen meer dan de helft van alle dier- en plantensoorten. Houtkap op grote schaal is een ramp die zich onder onze ogen afspeelt.

In Indonesië gaat de tropische ontbossing met enkele voetbalvelden per minuut. Dit verklaart onder andere waarom er de laatste jaren verschillende diersoorten zijn ontdekt. Als hun leefgebied kleiner wordt, springen zeldzame dieren eerder in het oog.

Opvallend vaak zijn bij illegale houtkap in Indonesië Maleisische houtkappers betrokken. In 2005 was ik in de binnenlanden van Borneo, aan de Indonesische kant (Kalimantan), vlakbij de grens met Oost-Maleisië. Hoe dichter ik bij de grens kwam, hoe hoger de stapels merantihout uit de nabijgelegen nationale parken, die dagelijks per truck richting Maleisië werden gesmokkeld, voor de export naar onder meer Nederland.

In Afrika stimuleert de ontbossing via door multinationals aangelegde houtwegen de stroperij en daarmee de problematiek van de bushmeat, gestroopt vlees van veelal bedreigde diersoorten,ook mensapen, die in veel steden op het menu staat.

In Liberia, het enige resterende regenwoud in West-Afrika, met de Nederlander Kouwenhoven als grootste houtbaron, verdween in vijf jaar de helft van het regenwoud, onder andere richting Europa en Nederland. Deze exporten waren legaal, omdat president Charles Taylor de wet daarvoor had aanpast. In de Democratische Republiek Congo draagt, naast ontbossing, ook het gebruik van consumentenelektronica bij aan het verdwijnen van de meest bedreigde gorilla (er zijn er minder dan 700 over). De bodem van het leefgebied van de gorilla in Congo bevat namelijk de grootste wereldreserves in ertsen als coltan en kobalt, die gebruikt worden voor laptops en mobiele telefoons.

De ontbossing van de tropen is uiteraard ook niet in ons belang. Veel medicijnen komen bijvoorbeeld oorspronkelijk uit het biodiverse regenwoud. Met het verdwijnen van regenwoud en bijzondere planten- en dierensoorten, dreigt hetzelfde voor potentiële medicijnen. Ontbossing is bovendien verantwoordelijk voor 20 procent van de CO2-uitstoot, met Indonesië als de derde CO2-uitstoter van de wereld (na China en de VS). Ontbossing is hiermee een mondiaal vraagstuk geworden.

Om inheemse volken en tropische bossen te behouden, is een goed, duurzaam beleid vereist. De officiële EU-uitgangspunten moeten daadwerkelijk worden geïmplementeerd. Laten we beginnen met een importstop op illegaal hout, wat wel degelijk mogelijk is, in tegenstelling tot wat wordt beweerd. Implementatie van het Regeringsstandpunt Tropisch Regenwoud (RTR) uit 1991 zou een mooie volgende stap zijn.

Burgers die intussen een bijdrage willen leveren, kunnen dat doen via hun koopgedrag, bijvoorbeeld door minder vlees en industrievoedsel te consumeren en uitsluitend duurzaam hout te kopen. Dan worden de Amazone-Indianen ook minder in hun voortbestaan bedreigd.

Dr. Tim Boekhout van Solinge doceert criminologie aan de Universiteit Utrecht waar hij onderzoek doet naar ‘eco-crime’.

Het Regeringsstandpunt Tropisch Regenwoud uit 1991 is na te lezen op nrc.nl/opinie