Blij dat de tweede direct een keizersnee was

Nederlandse vrouwen willen anders bevallen. Ze voelen zich een nummer, en willen kunnen kiezen voor pijnstilling. „Daar zat ik toen, met bebloede lakens in een vuilniszak.”

Wat Nederlandse vrouwen graag anders hadden gezien bij hun bevalling:

„De verloskundige moest direct weg naar de volgende bevalling en de kraamhulp vertrok direct. Daar zat ik toen: met het huis in puinhoop en bebloede lakens in een vuilniszak.”

„Niet met negen centimeter ontsluiting in eigen auto naar ziekenhuis.”

„De eerste bevalling was zo vreselijk, met 42 weken ingeleid en dan tangverlossing en uiteindelijk een keizersnee, dat ik blij was dat de tweede bevalling meteen een keizersnee was.”

„Ik voelde me echt een nummer bij de gynaecoloog. Hij legde totaal niets uit en deed maar gewoon alles, zodat ik niet meer wist waar ik aan toe was.”

Onderzoekers van TNO wilden weten hoe vrouwen denken over de zorg rond de bevalling. Er was al wel eens onderzocht hoe Nederlandse vrouwen hun bevalling ervaren, maar nooit erg uitgebreid en altijd in de eerste zes weken na de geboorte, als ze nog euforisch zijn – de bevalling is voorbij, het kind is gezond.

Een Engels onderzoek had laten zien dat als je vrouwen drie jaar later nog eens vraagt hoe ze hun bevalling ervaren, ze er kritischer over zijn. Ze hebben dan tijd gehad om over de bevalling te praten en verhalen van anderen te horen. Zo’n 11 procent van de Engelse vrouwen is dan negatief.

Dat doen we in Nederland beter, dachten TNO-onderzoekers Marlies Rijnders (voorheen verloskundige) en Simone Buitendijk. Nederlandse vrouwen mogen staand of zittend bevallen, in een bad, of op een baarkruk. Thuis, in het kraamhotel of in het ziekenhuis. Ze krijgen niet automatisch een ruggenprik, maar het kán wel.

Het onderzoek van TNO werd opgezet zoals het Engelse. Zo’n 1.300 vrouwen vertelden over hun bevalling in 2001. De resultaten worden vandaag gepubliceerd in het Amerikaanse wetenschappelijk tijdschrift Birth.

Wat blijkt: 16 procent van de Nederlandse vrouwen is negatief over de zorg rondom de bevalling. Van de vrouwen die voor het eerst bevallen is dat zelfs ruim 23 procent. Grootste klacht: ze worden niet gehoord in hun wensen. Rijnders: „We hebben het wel twintig keer nageteld. Ik was in shock.” Dat Nederlandse vrouwen in de eerste zes weken na de geboorte van hun kind kritischer waren over hun bevalling dan Belgische vrouwen, was wel al bekend.

De klachten gaan vooral over het gebrek aan continuïteit in de zorg, zeggen de onderzoekers. De overgang van geplande thuisbevalling naar ziekenhuisbevalling blijkt te groot. Vrouwen die onverhoopt worden doorverwezen zien hun bevalling vaker als een negatieve ervaring – gecorrigeerd voor de nare dingen waarvoor ze naar het ziekenhuis gaan.

Buitendijk: „Als vrouwen naar het ziekenhuis moeten, gaat de verloskundigen vaak niet mee, of tot aan de deur. De werkdruk is enorm. Nederlandse verloskundigen doen 110 bevallingen per jaar, in Groot-Brittannië doen ze er 70.” Het aantal vrouwen dat naar het ziekenhuis wordt doorverwezen stijgt al jaren.

Ook de gynaecologen en arts-assistenten in het ziekenhuis worden „gehaast” of „niet-empathisch” genoemd. Ze luisteren niet naar wat de vrouwen willen – pijnstilling bijvoorbeeld. Vrouwen die kunnen kiezen voor pijnstilling, kijken met meer plezier op hun bevalling terug dan vrouwen die die keuze niet hebben. Maar vrouwen die pijnstilling krijgen zijn niet per se tevredener dan vrouwen zonder pijnstilling.

Veel van de onvrede kan worden weggenomen, zeggen de onderzoekers. Gynaecologen en verloskundigen zouden beter moeten samenwerken. Verloskundigen – bijna altijd vrouwen – vinden dat vrouwen het best op een zo natuurlijk mogelijke manier kunnen bevallen. Gynaecologen – vaak mannen – grijpen eerder medisch in. Rijnders: „Beiden redeneren vanuit hun eigen positie. Het is een verschil in visie, maar het is ook een kwestie van wie de baas is, en van broodnijd.”

Vrouwen blijken ook niet altijd goed voorbereid. Verloskundigen vertellen vrouwen liever niet te veel over wat er tijdens de bevalling zou kunnen gebeuren. Bij TNO zeggen ze dat wanneer Engelse of Belgische vrouwen zelf mogen bepalen hoe ze bevallen, ze dat heel bijzonder vinden en dat Nederlandse vrouwen het vanzelfsprekend vinden. Als het anders loopt zien ze dat als falen.

Simone Buitendijk: „We moeten de hele keten van zorg rondom de bevalling verbeteren.”

Marlies Rijnders: „Als vrouwen verkeerde verwachtingen hebben, moeten we ze óf vooraf beter informeren, of beter proberen aan die verwachtingen te voldoen.”

Zeuren Nederlandse vrouwen misschien meer dan anderen? Bij TNO hebben ze dat niet onderzocht. Heel waarschijnlijk vinden ze het niet.

    • Esther Rosenberg