Ban de clusterbom

Nederland heeft als het goed is in 1999 voor het laatst clusterbommen afgeworpen, op Servië. Als het zich houdt aan de afspraken van een internationale conferentie die vorige week in Dublin werd gehouden, zal dat niet meer gebeuren.

Het is opmerkelijk dat de regering heeft aangekondigd een totaalverbod van clustermunitie te ondersteunen en dat ze dit in december in Oslo, net als 110 andere landen, met een handtekening onder een verdrag zal bekrachtigen. Vorige week nog ontried minister Van Middelkoop (Defensie, ChristenUnie) in de Tweede Kamer moties die een totaalverbod van clustermunitie suggereerden „ten zeerste”, omdat ze „onvruchtbaar zo niet contraproductief” waren. Clustermunitie is er in gradaties. De minister wilde de lichtere varianten uit oogpunt van onderhandelingsstrategie blijven toestaan. Op voorhand was al duidelijk dat China, Israël, Rusland en de Verenigde Staten, „zeer relevante landen”, zoals Van Middelkoop ze noemde, niet aan een verdrag zouden meedoen. Wil daar in de toekomst wel een kans op zijn, dan is een absoluut verbod van clustermunitie een sta-in-de-weg.

Het is ook om een andere reden verrassend dat de 111 landen nu toch een akkoord hebben bereikt en dat Nederland zich bij dat gezelschap heeft gevoegd. In oktober 2007 liet minister Van Middelkoop in antwoord op Kamervragen (SP) namelijk nog weten dat de regering de inzet van clustermunitie onder bepaalde omstandigheden en na zorgvuldige afweging verantwoord en legitiem vindt. En in 2005 kondigde toenmalig staatssecretaris van Defensie, Van der Knaap (CDA), aanvankelijk ook staatssecretaris in het huidige kabinet, nog aan dat de F-16’s zouden worden uitgerust met clusterwapens waarmee een grotere precisie kon worden bereikt.

Uit humanitair oogpunt is een totaalverbod van clusterwapens toe te juichen, ook al kunnen ze in militair-strategisch opzicht effectief zijn. Clusterwapens in hun gevreesde vorm veroorzaken een soort regen aan bommen die soms jaren later nog tot ontploffing komen en waarvan bijvoorbeeld spelende kinderen het slachtoffer kunnen worden.

Nederlandse F-16’s wierpen in 1999 173 CBU-87 bommen boven Servië af. Dat gebeurde in het kader van een NAVO-operatie en daarmee wordt het dilemma geschetst dat in de toekomst kan ontstaan. De belangrijkste militaire bondgenoot van Nederland en andere NAVO-partners zijn de Verenigde Staten. Dat land wil niets van een verbod op clusterwapens weten. Straks kan bij gezamenlijke militaire acties het gebruik van clusterbommen aan de orde komen. Doet Nederland dan aan zulke operaties niet mee of houdt het slechts de handen schoon in de wetenschap dat anderen minder scrupules hebben?

Het verdrag dat straks in Oslo zal worden getekend, staat samenwerking met landen die wel clusterbommen wensen te gebruiken, toe. Dat is op zichzelf logisch. Een implicatie is dan wel dat de afspraken in Dublin mogelijk een eerste stap op de goede weg zijn, maar in het slechtste geval niet meer dan een loos gebaar blijken te zijn.