Automobilistje pesten uit naam van ’t milieu

Het kabinet is akkoord met het plan om de belasting op auto’s deels om te zetten in een heffing op CO2-uitstoot.

Dat gaat nog allerlei bizarre gevolgen hebben.

Illustratie Bas van der Schot Schot, Bas van der

Vorige week ging de kogel door de kerk: het kabinet stemde in met de plannen van staatssecretaris De Jager (Financiën, CDA) voor de afbouw van de Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen (BPM) in het kader van het ‘Anders Betalen voor Mobiliteit’, en de vergroening van onder andere de heffingen op de auto.

De plannen moeten nog door de Tweede Kamer, maar ik houd mijn hart vast. Want staatssecretaris De Jager gaat wel vaker onbesuisd te werk. Zo is hij de man achter de bizarre verpakkingsbelasting en verraste hij autorijdend Nederland vorig jaar al met een lastenverzwaring in de vorm van de slurptaks. Auto’s die bovengemiddeld veel CO2 uitstoten werden door die maatregel opeens duizenden euro’s duurder.

In totaal komt de extra lastenverzwaring voor de autobranche volgens deskundigen gedurende deze kabinetsperiode al uit op zo’n 3 miljard euro. Onlangs rekende het CBS uit dat autorijdend Nederland vorig jaar 13,5 miljard euro bijdroeg aan de staatskas, ruim een half miljard meer dan in 2006. Automobilisten zijn daarmee inmiddels goed voor een tiende van de totale belastingopbrengsten.

Om in 2012 kilometerheffing te kunnen invoeren, is het nodig dat er nu wordt begonnen met het afbouwen van de BPM. De gedachte is immers dat we eerlijk gaan betalen voor het gebruik van de auto en niet voor het bezit ervan. De afspraak met de klankbordgroep Anders Betalen voor Mobiliteit (waarin de ANWB, de auto-industrie, lokale overheden maar ook VNO-NCW en Natuur en Milieu zijn vertegenwoordigd) is dat zowel de motorrijtuigenbelasting als de BPM volledig wordt afgebouwd. Onderzoek toont aan dat alleen in dát geval de milieueffecten en de vermindering van het aantal files optimaal zijn. En bovendien is het een eerlijk uitgangspunt.

De Jager wenst op die afspraak terug te komen. Hij wil in vier jaar tijd de BPM slechts gedeeltelijk afbouwen en de grondslag van het resterende deel ombouwen naar CO2-uitstoot. Zijn idee is daarbij om auto’s die heel weinig CO2 uitstoten helemaal niet te belasten en auto’s die veel uitstoten extra. Dat kan aardig oplopen, want voor elke gram die een auto meer uitstoot dan 270 gram, komt er dan 175 euro bij de nieuwprijs. Belangrijk is dat de omzetting van de ene belasting in de andere budgetneutraal verloopt: de fiscus mag niet minder belasting ontvangen.

Door dat omzetten van de BPM naar een CO2-heffing gebeuren er wonderlijke dingen met autoprijzen. Dure en grote, maar relatief zuinige auto’s worden aanmerkelijk goedkoper, terwijl compacte auto’s, die minder verbruiken maar relatief meer CO2 uitstoten, duurder worden.

Zo zou een grote BMW 520d van ruim 50.000 euro – vanwege zijn CO2-vriendelijke dieselmotor, die hem een zuinig B-label oplevert – zo’n 6.000 euro voordeliger worden. Tegelijkertijd wordt een veel compactere auto als de Fiat Punto 1.3 met multi-jet dieselmotor – die stukken zuiniger is dan de BMW, maar ook een B-label heeft – 700 euro duurder op een aanschafprijs van slechts 17.000 euro. Een compacte auto als de Toyota Auris stijgt 1.500 euro op een nieuwprijs van 25.000 euro.

Rare plannen dus, die alles te maken hebben met het feit dat staatssecretaris De Jager de 3,7 miljard, die de BPM nu jaarlijks opbrengt, per se niet wil zien verdampen. Die miljarden zullen door de automobilist moeten worden opgebracht. Jammer is ook dat de plannen die er nu liggen, tevens de aanschaf van kleine, zuinige diesels ontmoedigen. En die zijn straks hard nodig om de gemiddelde CO2-uitstoot van het complete wagenpark naar beneden te krijgen.

Dit nog los van het feit dat de burger weinig zal begrijpen van de grondslag van het Anders Betalen voor Mobiliteit. Kilometerbeprijzing kan alleen worden ingevoerd bij volledige afschaffing van belastingen op nieuwe auto’s. Als het ministerie van Financiën dat draagvlak nu al op zijn merites wil gaan testen, is er weer een hoofdstuk toegevoegd aan het dossier ‘de onbetrouwbare’ overheid.

Tot slot is het opmerkelijk dat bij dit dossier de vakministers – Cramer (PvdA) van Milieu en Eurlings (CDA) van Verkeer – vrijwel onzichtbaar zijn. Financiën maakt de dienst uit, waardoor het beeld blijft dat de auto in Den Haag nog steeds wordt beschouwd als een melkkoe. Dit doet het ergste vrezen voor het geval dat de op CO2-gebaseerde heffing straks een succes wordt. Want, als Nederlanders dan eindelijk minder gaan rijden in ook nog eens zuiniger auto’s en de opbrengsten voor de kas moeten gelijk blijven, zullen de CO2-tarieven hoger en hoger moeten worden. Totdat rijden volledig onbetaalbaar is geworden.

Guus Peters is journalist en schrijft voor nrc.next en NRC Handelsblad.