Arabische wereld stikt van de Richards

Op het Holland Festival, dit weekeinde geopend, staat een Arabische versie van Richard III.

Joris Luyendijk zag de voorstelling onlangs in Syrië.

Scène uit de Arabische versie van Richard III. Foto Ellie Kurttz Kurtzz, Ellie

„Mijn toneelstuk! Mijn toneelstuk voor een paard!” Regisseur Sulayman Al-Bassam stopt zijn ene mobiele telefoon terug in zijn broekzak, besluit de twaalf gemiste oproepen op zijn andere te negeren, en trekt dan de grimas van een man die niet meer kan geloven dat de vooruitzichten voor zijn opvoering in Damascus van Shakespeare’s Richard III opnieuw zijn verslechterd. Toch is dat net gebeurd. Het decorstuk waarover Richard zijn onsterfelijk geworden jammerkreet ‘my kingdom for a horse’ slaakte, zit achter slot en grendel bij de Syrische douane, twintig kilometer verderop.

Dat was al een week duidelijk, nu is ook de hoop vervlogen dat het reservepaard uit Koeweit er op tijd is. Oh ja, en een muzikant is gestrand in Koeweit. Wie vergeet zijn rekeningen te betalen, krijgt daar een reisverbod. Had Al-Bassam al verteld dat de echtgenote van een andere muzikant met bloedingen is opgenomen?

Het wordt steeds meer een toneelstuk in een toneelstuk: een groep Libanese, Syrische, Iraakse en Koeweitse acteurs en een half-Britse, half-Koeweitse regisseur proberen in Syrië een Arabische bewerking van Richard III op te voeren, Shakespeare’s meesterwerk over de tiran die met satanisch genoegen zijn rivalen tegen elkaar opzet en uitmoordt.

Saboteert het Syrische regime de opvoering? De gedachte is verleidelijk, want er zijn wel wat overeenkomsten tussen Richard III en de heersende familie Assad. Wijlen Hafez al-Assad rekende sinds zijn machtsgreep in 1970 meedogenloos af met rivalen in binnen- en buitenland. Begin jaren tachtig overleefde Hafez ternauwernood een putsch van broer Rifaat. Zijn moeder overreedde hem Rifaat te verbannen in plaats van te vermoorden. Sinds 2000 heerst Hafez’ zoon Bashar, maar geruchten over Shakespeareaanse intriges in het presidentieel paleis zoemen onverminderd rond. Er zijn aanwijzingen dat zijn zwager Ahmed Shakwat achter de moord op de Libanese premier Hariri zit.

Al-Bassam wil sabotage door de Syrische autoriteiten uitsluiten noch bevestigen. „Het is bij me opgekomen, maar het lijkt onwaarschijnlijk. Daar zijn andere manieren voor.” Damascus is Arabische culturele hoofdstad 2008 en in dat verband werd Al-Bassam uitgenodigd. De directrice van het festival is nog niet langs geweest, en heeft hem zelfs niet gebeld om kennis te maken. Een overvol programma? Of angst? Als straks het toneelstuk slecht valt, kan ze altijd beweren dat zij ook niet wist dat het zo antirevolutionair, anti-Syrisch of anti-wat dan ook was. Feit is dat Al-Bassam nu niet haar hulp kan vragen met de douane en de visa.

Al-Bassam is vijfendertig, een boomlange en kettingrokende man met een bijna terloops soort charisma. Eigenlijk zou morgen de première zijn, maar die is een dag uitgesteld. Al-Bassam pakt een telefoon en vraagt een smid in de Oude Stad een alternatief paard in elkaar te knutselen. „Je kunt hier niet op plannen”, verzucht hij. „Maar we gaan door, dit is onze enige kans om buiten Koeweit voor een Arabisch publiek te spelen. In Europa hebben we straks de decors, dat is een ander verhaal. ”

Oorspronkelijk zou Richard gaan over Saddam Hussein, maar dat idee werd verlaten toen Irak zo ontaardde dat de parallel meer ging verdoezelen dan verhelderen. Gelukkig was er voor Al-Bassam keuze te over, want de Arabische wereld wordt beheerst door Richard-achtige types. Met uitzondering van de Libanese regering, de Palestijnse Autoriteiten en Hamas zijn alle leiders met geweld aan de macht gekomen. Ze heersen met een combinatie van onderdrukking, coöptatie en misleiding.

Deborah Shaw van de Royal Shakespeare Company is naar Damascus gevlogen voor de voorstelling. Hoe meer ze van de Arabische en islamitische wereld ziet, hoe meer ze getroffen wordt door de overeenkomsten met de wereld van Shakespeare.

Hoeveel krachtiger Shakespeare spreekt tot een Arabisch-islamitisch publiek zie je het best bij de scène die bekend staat als de ‘wooing of Anne’, vertelt Shaw. Hier maakt Richard Anne het hof, terwijl het lijk van haar echtgenoot nog nauwelijks koud is. Om het nog erger te maken is Anne’s echtgenoot ook nog eens vermoord door Richard. „Voor westerlingen is het moeilijk te geloven dat Anne voor Richard valt. Zij gaan er instinctief van uit dat personages opties hebben in het leven, want ze hebben zelf opties. Hoe kan iemand zich zo makkelijk geven aan de moordenaar van haar geliefde? In de Arabisch-islamitische wereld is dat een minder grote stap omdat de norm is dat vrouwen weinig te kiezen hebben.”

Een land waarin je Shakespeare probleemloos kunt opvoeren, is een land waar Shakespeare veel van zijn zeggingskracht heeft verloren. Tegelijkertijd is een land waarin Shakespeare wel overkomt, een land waar de chaos en tegenwerking een opvoering bijna onmogelijk maken. Als het dan toch lukt, is dat op het ontroerende af onvergetelijk, zoals de opvoering in Damascus zal bewijzen. Maar zover is het nog niet als kostuumontwerper Abdallah Awadi plaatsneemt in een restaurant in Alhamadiya. Awadi: „Niemand gaat alles meekrijgen wat we in deze uitvoering hebben gestopt. Richard III gaat ook over veranderingen, over buitenstaanders die de macht grijpen. In Koeweit denk je dan meteen aan de wereld van voor de olie, en van erna. Daarnaar verwijzen we met een loflied op de Koeweiti’s van toen, de ‘mannen van de zee.’”

Nadat het idee was verlaten om Richard te spiegelen aan Saddam Hussein, viel het besluit hem te situeren aan het hof van een olierijke Golfstaat. Awadi: „Egyptenaren, Syriërs en Irakezen zullen echter hun eigen dictator erin herkennen, en veel subtiele toespelingen naar de Golfstaten missen. Lord Hastings heeft als ringtone het deuntje van The Godfather, dat zullen meer westerlingen dan Arabieren begrijpen. ”

Dan is het zover. Het licht gaat uit. De zaal is voor driekwart gevuld, Sulayman legt aan het publiek uit dat het decor er niet is en ze het zonder generale repetitie hebben moeten doen, en dan wordt geschiedenis geschreven. Richard III opgevoerd in Damascus.

Pas dan wordt echt duidelijk hoeveel de Arabische wereld deelt met die van Shakespeare. Bijna moeiteloos heeft Al-Bassam de bijbelse verwijzingen kunnen vervangen door verwijzingen naar de Koran. Nog authentieker wordt alles door de taal, het Modern Standaard Arabisch; de taal van Al-Jazeera – waardoor het begrijpelijk is voor Arabieren van alle dialecten – en het is de taal waarin de dictators zich tot hun onderdanen richten.

Eén moment steekt die avond boven alles uit. Richard is in een talkshow net ‘gesmeekt’ om Leider te worden. Meteen volgt een internetpeiling. En wat blijkt? De steun voor Richard is maar liefst… 99,7 procent. Het Syrische publiek schampert en dan volgt, bijna aarzelend, een applaus. Want ook in Syrië zijn ‘verkiezingen’ met dat soort percentages gewonnen. In de zaal zitten zonder twijfel agenten en rapporteurs van de geheime dienst, en dat maakt zo’n applaus tot een dappere daad. „En die 0,3 procent?”, wil Richard nog weten over de opiniepeiling. „Die hadden geen internet.”

Iedereen krijgt een veeg uit de pan in deze bewerking. De religieuze Clarence wordt niet verdronken in zijn bad, maar in het water waarin hij zich net ritueel wast voor het gebed. Daarna stuurt een spion voor de Amerikaanse ambassade een e-mail: ‘Clarence uitgeschakeld, klap voor de gematigde fundamentalisten’. De Amerikaanse adviseur oppert om het laatste bloedbad voor te stellen als een glorieuze stap richting democratie, de tiran gebruikt de Oorlog tegen Terreur als rechtvaardiging voor een bloedbad, en de pastiche op zo’n potsierlijke bekentenis waartoe terroristen in Irak hun gijzelaars dwingen is onnavolgbaar. Het venijn zit hem in de staart. Als Richard ten val komt, blijkt zijn nemesis geen Arabier, maar een Amerikaan. Waarmee Al-Bassam de vraag stelt: staan Arabieren voor de keus tussen dictatuur van eigen grond en koloniale overheersing?

Het publiek applaudisseert enthousiast en een paar uur later blaast Al-Bassam moe maar tevreden uit:. „Het blijft moeilijk. We hebben in de hele wereld gespeeld, maar nauwelijks in Arabische landen.”

De grootste verrassing voor Al-Bassam komt de volgende dag, in de laatste voorstelling, zoals hij schrijft in een e-mail: ‘De laatste avond, de magie van de zwarte pantomime doet zijn intrede. Twee uur voor de voorstelling komen twaalf bodyguards alle gangen en stoelen te doorzoeken. Iemand zal komen. Een kwartier voor aanvang fluistert de festivaldirecteur tegen me dat de President van de Syrische Arabische Republiek en zijn vrouw eraan komen. Weer een half uur later komt hij het theater binnenschrijden, hij ontvangt een staande ovatie en wordt geëscorteerd door dertig bewapende wachters. Hij gaat op de eerste rij zitten. De acteurs spelen met stalen zenuwen. Hij kijkt, geïnteresseerd. Als Richard in de tweede scène naar zijn pistool reikt, om het aan Anne te geven, grijpen de bodyguards, die net buiten zicht naast het podium de artiesteningang blokkeren, naar hun borstzak. Maar de president is binnen. En hij is geboeid. Hij lacht zelfs om sommige grappen: ‘99,7 procent van het volk wil U!’ Hij blijft tot het einde – ons de eer gunnende hem toe te spreken, via Richard III, een Arabische tragedie.’

7-9 juni Stadsschouwburg, Amsterdam, hollandfestival.nl.