Verkrampt door de Nederlandse identiteit

Tentoonstelling Be(com)ing Dutch. T/m 14 sept. Van Abbemuseum, Bilderdijklaan 10, Eindhoven. Di t/m zo 11-17u, do 11-21u. Do avond toegang gratis. Bijbehorend boek verschijnt in november.

De oud-Griekse cynicus Diogenes ging met een lantaarn in z’n hand op zoek naar de laatste waarachtige mens. Bij klaarlichte dag duwde Diogenes de lamp in de gezichten van omstanders, maar hij vond niemand. Bij klaarlichte dag doet de in Israël geboren kunstenaar Ilya Rabinovich iets dergelijks. In het Van Abbemuseum in Eindhoven krijgt het publiek een minuscule lamp in de handen gedrukt. Daarmee uitgerust treed je binnen in een aardedonkere constructie, op zoek naar iets dat even duister en ongrijpbaar is als de mens naar wie Diogenes zocht.

Wat is de Nederlandse identiteit, vroeg Rabinovich zich af. Hoe word je Nederlander? Wie is er Nederlander? Rabinovich laat ons in zijn bouwwerk Rear Window, een van de hoogtepunten van de tentoonstelling Be(com)ing Dutch in het Van Abbemuseum in Eindhoven, op een sprookjesachtige manier nadenken over zulke zwaar beladen zaken als identiteit en staatsburgerschap. We schijnen hoog, we schijnen laag, we knielen en rekken ons uit, en zien in het donker piepkleine ramen oplichten waarachter leven schuilgaat dat te verschillend is om onder één noemer samen te brengen.

Rabinovic is een van de vijfendertig kunstenaars – zowel uit Nederland als daarbuiten – die nu in Eindhoven figureren op Be(com)ing Dutch. De tentoonstelling, ingericht door Van Abbe-directeur Charles Esche en conservator Annie Fletcher, is het klapstuk van een groot, twee jaar durend theoretisch onderzoek naar culturele identiteit in een multiculturele samenleving. Het Van Abbemuseum ontving daarvoor in 2006 een half miljoen euro extra subsidie van de Mondriaan Stichting. Met dat geld zijn conferenties gehouden, kunstenaars uitgenodigd, discussies georganiseerd over globalisering, migratiestromen en de vorming van culturele identiteit. Die discussies liggen in het verlengde van de filosofie van Esche dat het hedendaags museum vooral een denktank moet zijn, een marktplein waar belangrijke maatschappelijke thema’s aan de orde komen.

En nu is daar dan de tentoonstelling met kunst die, zoals Annie Fletcher het in weekblad De Groene Amsterdammer omschrijft, niet alleen maar ‘spectaculair hoeft te zijn of kunst is om naar te kijken.’ Be(com)ing Dutch is op te vatten als gedachtenexperiment.

Het resultaat is, zoals vaak op een groepstentoonstelling, wisselvallig. Dat ligt aan de kwaliteit van de kunst, aan de kennis van de kunstenaars, aan de gekozen werken, maar het ligt ook aan de opzet van de tentoonstelling. Het werk van Rabinovich is, zoals gezegd, een hoogtepunt. Een oude film van Hans van Houwelingen, Hot Air Hoekse Waard (1998) – over xenofobie in de Zuid-Hollandse

bible belt – is een pareltje. En ook de audio-installatie van de Libanese, in Enschede werkende jonge kunstenaar Rana Hamadeh, waarin ze aan de hand van vijf fictieve personages onbarmhartig de stereotypes ontrafelt die er bestaan rondom het begrip ‘buitenlandse kunstenaar’, behoort tot de beste bijdragen.

Maar er zijn veel kunstenaars die niet meer doen dan bevestigen wat al bekend is, of die flauwekul uithalen met letters, beelden en woorden. Alite Thijsen neemt nog eens door wat er in 1977 bij de treinkaping bij De Punt gebeurde. Daan van Golden toont een melige parodie op het toeristisch fenomeen ‘Word een Mona Lisa’. Kunstenaarsduo Bik Van der Pol verliest zich in spirituele vrijblijvendheid, als ze voorstellen het Evoluon te laten vliegen. En de New Yorker Michael Blum bricoleert in de klokkentoren van het museum een vluchtelingenkamp anno 2048 bij elkaar, dat wel een hoop rommel geeft maar weinig nieuws oplevert.

Vitalistische en intuïtief werkende kunstenaars, zoals Erik van Lieshout, Marc Bijl of Rachid Ben Ali, ontbreken in Eindhoven. Bevestiging van het oude, linkse gedachtengoed – allochtonen en vluchtelingen zijn slachtoffers van de kille bureaucratische Nederlandse cultuur – lijkt het criterium te zijn geweest op grond waarvan kunstenaars werden uitgenodigd. Die ‘linkse’ groef maakt niet alleen veel voorstellen oninteressant en voorspelbaar, het verhindert ook daadwerkelijk dieper kijken en analyseren. Be(com)ing Dutch geeft daardoor eerder blijk van de blinde vlekken en de politieke voorkeur van de organisatoren van de tentoonstelling dan van de open blik die kunstenaars op het fenomeen culturele identiteit kunnen hebben.

Charles Esche heeft het al vaker gezegd. Hij voelt zich wel bij de heldere principes van vrijheid, gelijkheid en broederschap, van zij versus wij,van centrum versus periferie. Maar we leven al lang niet meer in een wereld waarin het allemaal zo ondubbelzinnig ligt. Die conclusie had in een geldverslindend onderzoeksproject als dit het vertrekpunt moeten zijn.