Te dure boeken

Illustratie anki posthumus Posthumus, Anki

Het verstrekkenvan gratis schoolboeken scheen aanvankelijk te stuiten op de juridische voetangels en klemmen van het openbaar aanbesteden. Die klip blijkt inmiddels omzeild en niets staat uitvoering van het plan meer in de weg. Maar als een onderwerp zo veel politiek tumult heeft veroorzaakt, is het niet zomaar één, twee drie uit de publicitaire aandacht verdwenen. Dan is elk hobbeltje, hoe klein en onbenullig ook, groot nieuws. Bijvoorbeeld het bedrag dat de regering voor de gratis schoolboeken heeft uitgetrokken. Dat bedraagt 308 euro, maar in werkelijkheid, zo heeft de VO-Raad berekend, moet dat zijn, schrik niet, liefst 318 euro.

Waar hebben we het in hemelsnaam over? En daarnaast blijkt er nóg zo’n verschrikkelijke onrechtvaardigheid te bestaan: het bedrag dat ervoor wordt uitgetrokken, lijkt niet voldoende te zijn voor de gymnasiumleerlingen. Want die hebben niet alleen relatief dure boeken, daarnaast doen ze vaak ook extra vakken. Maar zo gaat het nu eenmaal met gemiddelden. Als het voor het ene type leerling te weinig is, is het voor andere leerlingen te veel. Overigens ben ik van mening dat die 308 euro per leerling meer dan genoeg is.

In Nederland zijn de kosten voor schoolboeken explosief gestegen. Ze zijn in vergelijking met die in andere landen schreeuwend duur. Dat kan ook moeilijk anders: de leraar kiest de boeken en de ouders van de leerlingen betalen. A kiest, B betaalt. Een dergelijke procedure zal elk willekeurig artikel peperduur maken. Nu er sprake is van een beperkt budget moeten leraren zich dus de vraag stellen: is dat boek echt wel nodig? Die vraag geldt met name de melkkoe die de uitgevers een aantal jaren geleden hebben bedacht: het eenmalig bruikbare werkboek. Dat kenden we vroeger niet en ik herinner me niet dat het onderwijs toen zo veel slechter was dan nu.

In deze krant vertelde Hans van Drunen, leraar aardrijkskunde aan het Sint-Oelbert gymnasium in Oosterhout, dat de prijs van het leerboek van zijn keuze 50 euro bedraagt en dat daar nog eens 30 euro bij komt voor het werkboek. Ik denk dat het buitengewoon nuttig is als alle leraren van zijn school hun wensen op tafel leggen en vervolgens bekijken in hoeverre daaraan tegemoet kan worden gekomen. Gewoon zoals zoiets in elke organisatie gedaan wordt. Ongetwijfeld zal dan blijken dat sommige boeken gewoon niet kunnen, omdat ze te duur zijn. Met, op termijn, als zegenrijk effect dat de uitgevers op hun beurt gaan bekijken of al die toeters en bellen waar ze de boeken mee hebben opgetuigd, niet wat minder kunnen.

Van Drunen is bekend met Belgische en Ierse lesboeken. Veel goedkoper inderdaad, geeft hij toe: grove papiersoort, weinig plaatjes. Maar die boeken sluiten in zijn ogen, en ook in die van zijn rector Hanneke Blom, niet aan bij wat de hedendaagse leerling nodig heeft. Blom: De leerling van nu doet vaak drie dingen tegelijk. De boeken moeten daarom de concurrentie met internet aankunnen.

Hiermee zijn we gekomen bij een levensgroot misverstand. Maar dat ga ik u niet uitleggen, want ik ga er van uit dat u ook zonder mijn commentaar beseft hoe verschrikkelijk onzinnig het is wat dit duo hier te berde brengt. Interessant in dit verband is natuurlijk de vraag hoe te verklaren dat veel Nederlandse ouders in de grensstreek de voorkeur geven aan een school in België. Dat zou, denk ik, wel eens kunnen zijn omdat ze daar de school vinden waar leerlingen niet geacht worden drie dingen tegelijk te doen. Omdat ze daar beseffen dat het onzin is te menen dat een leerboek moet kunnen concurreren met internet.

Leo Prick

lgm.prick@worldonline.nl