‘Soms kan ik het zelf ook moeilijk geloven’

Jelena Jankovic (23) begon pas op haar negende te tennissen. Nu is ze nummer drie van de wereld. „Ik ben een heel slechte verliezer”, vertelt zij in Parijs.

‘Haar tíende nederlaag op rij. Meen je dat nou?” Jelena Jankovic lijkt oprecht begaan als ze hoort dat Michaëlla Krajicek zich eerder deze week niet voor de tweede ronde op Roland Garros wist te plaatsen. „Ik weet precies hoe zij zich voelt”, zegt de Servische tennisster met de blauw gekleurde vingernagels en het paarse trainingspak. „Iedere keer als ze de baan op stapt denkt ze: als ik maar niet wéér ga verliezen. Ze is ervan overtuigd dat ze geen bal meer kan raken. Dat al haar tegenstanders beter tennissen dan zij. En dan is het, geloof me, een verschrikking om de baan op te moeten.”

Jelena Jankovic weet waarover ze praat. De vrouw die met Maria Sjarapova en Ana Ivanovic als de belangrijkste kanshebbers voor de titel in Parijs wordt beschouwd, maakte twee jaar geleden eenzelfde periode door als de halfzus van Richard Krajicek. In vijf maanden tijd leed ze tien nederlagen op rij, tegen opponenten die soms 150 plaatsen lager op de wereldranglijst stonden. „Ik ben een hele slechte verliezer”, vertelt zij na haar zege op de Nieuw-Zeelandse Marina Erakovic in de tweede ronde van het Franse graveltoernooi. „En tien nederlagen op rij is dan een hele hoop. Het had weinig gescheeld of ik had hier nu niet tegenover jou gezeten.”

Waarmee de nummer drie van de wereld maar wil aangeven hoeveel moeite het haar heeft gekost om de weg terug omhoog te vinden. „In die periode was ik mentaal en fysiek gebroken”, zegt zij terugkijkend. „Ik ben van nature een optimistisch en goedlachs mens. Maar toen was ik ronduit depressief. Ik dacht erover om mijn studie mediamanagement, economie en business in Belgrado weer op te pakken om bij een van de bedrijven van mijn ouders te gaan werken. Het was dat mijn moeder mij constant moed in sprak. ‘Je hebt volop talent’, zei ze. ‘Maar als jíj niet in jezelf gelooft, wie dan wel?”

De ommekeer kwam in Rome, op 21 mei 2006. Jankovic speelde in de eerste ronde tegen de als veertiende geplaatste Elena Likhovtseva en stevende na ruim een uur op de overwinning af. „Ik keek naar het scorebord: 6-4 en 6-3. Ik keek naar mijn moeder. En ik keek weer naar het scorebord. Even dacht ik dat de cijferspecialisten een vergissing hadden gemaakt. Toen sprong ik letterlijk een gat in de lucht. Het voelde die dag alsof ik een grandslamtoernooi had gewonnen. Die mate van geluk heb ik nadien zelden meer gevoeld.” Ze weegt haar woorden. „Wie weet komt dat weer als mijn droom uitkomt: de eerste Servische vrouw worden die een grandslam wint.”

Jelena Jankovic werd 23 jaar geleden geboren in een welgesteld gezin in Belgrado. Ze is de middelste van drie kinderen. „Mijn ouders zijn allebei economen”, zegt ze niet zonder trots. Mijn vader is heel slim – mijn moeder ook trouwens. Ik ben echt een vaderskindje. Maar het is mijn moeder die mij naar veel van mijn toernooien begeleidt. We zijn als twee handen op één buik.”

Het was ook haar moeder die haar elf jaar geleden voor de deur van de befaamde Nick Bollettieri Tennis Academy afzette. „Ik tenniste pas drie jaar, bij de Red Star tennis academie in Belgrado. Maar al na een half jaar bleek dat ik over onvermoede kwaliteiten beschikte. ‘Uw dochter heeft de potentie om tot een van de grootste tennissters van de wereld uit te groeien’, zeiden ze bij Red Star tegen mijn ouders.”

Aanvankelijk namen haar ouders die mededeling niet echt serieus. Want alles draaide in huize Jankovic om een gedegen opleiding. En bovendien: hoeveel van die miljoenen tennissers in de wereld haalden nou eigenlijk de top? „Maar naarmate ik beter ging presteren, begonnen zij zich meer en meer in mijn nieuwe hobby te verdiepen (Jankovic speelde piano tot haar negende, red.). Toen ik 12,5 jaar oud was, meldden ze me in Florida aan. Met drie maanden aan lesgeld op zak. Daarna kreeg ik een beurs en een contract van IMG aangeboden.”

De eerste maanden aan de Bollettieri-academie hebben haar gevormd, zegt Jankovic in het tennispark in Parijs. „Ik kende de taal niet, ik kende de mensen niet. Op school voelde ik mij een buitenstaander als klasgenoten weigerden mij met mijn Engels te helpen. In die tijd heb ik veel brieven aan mezelf geschreven. En uren liggen huilen op mijn kamertje. Maar het maakte me ook tot wie ik nu ben: een vrouw die goed voor zichzelf kan opkomen. Als puber was ik veel sterker en volwassener dan veel van mijn leeftijdsgenoten.”

Een van hen was Maria Sjarapova, de Russische tennisster die na het plotselinge afscheid van Justine Henin, eerder deze maand, doorschoof naar de eerste plaats op de wereldranglijst. Op de vraag of de voormalige buitenlandse academiegenoten met elkaar op konden schieten, haalt Jankovic haar schouders op.

„Ach, opschieten, opschieten. Maria en ik waren aan elkaar gewaagd – nog steeds trouwens. We deden er alles aan de ander te verslaan. Anders dan ik heeft Maria nooit haar middelbare school afgemaakt. Haar leven draaide om trainen, trainen, trainen. Ik speelde alleen na schooltijd, en in de zomermaanden schreef ik mij in voor toernooien. Pas vanaf mijn vijftiende ben ik mij volledig op het tennis gaan richten.”

In de jaren daarna ging het bergopwaarts met Mongolian Princess, zoals de Britten haar liefkozend noemen. Op haar vijftiende bereikte ze via de kwalificaties het hoofdtoernooi van Philadelphia, op haar zeventiende drong ze door tot de kwartfinale in Stanford via een overwinning op de toenmalige nummer zeventien van de wereld, Daja Bedanova. Sinds november 2003 staat Jankovic onafgebroken in de tophonderd.

Terwijl zij haar haar in een paardenstaart bindt, concludeert ze dat het snel is gegaan. „Soms kan ik het zelf ook moeilijk geloven. Als jong meisje in Belgrado was het nooit mijn droom om proftennisster te worden. Ik had gewoon plezier in wat ik deed. Genoot van elk uur dat ik op de baan stond. En dat is nu niet anders – al staat er in deze fase van mijn leven natuurlijk veel meer op het spel.”

Dat zij voor tennis koos in plaats van piano had te maken met het feit dat de muziekschool verder van haar ouderlijk huis lag dan de Red Star-academie. „En dat was niet onbelangrijk in de tijd dat ik opgroeide. Door de Balkanoorlog was er een tekort aan benzine. En hoewel mijn ouders niet onbemiddeld zijn, vergden die autoritjes toch wat te veel van hun portemonnee.”

Over die oorlog praat ze niet graag, zegt de tennisster die in Florida via CNN de bommen op haar geboorteland zag vallen. „Mensen vragen altijd naar mijn politieke standpunten. Maar de werkelijkheid is dat ik geen politieke standpunten héb. In ons gezin wordt niet over politiek gesproken.” Wel ergert zij zich aan het feit dat Servië vaak in een kwaad daglicht wordt gesteld. „Mijn land wordt vereenzelvigd met oorlog en criminaliteit. Dat doet mij pijn. Wie weet kunnen Ana [Ivanovic], Novak [Djokovic] en ik daar tegenwicht aan bieden. Wij zijn tenslotte drie jonge Serviërs met een goed karakter die een aardig balletje kunnen slaan.”

Denkt Jankovic wel eens aan een leven zonder tennis? En kan zij zich iets voorstellen bij de beslissing van Henin om op 25-jarige leeftijd een punt achter haar carrière te zetten? „Ja”, zegt zij opverend. „Weet je wat mij nou leuk lijkt? Acteren. Ik heb niet zo lang geleden een aantal acteerlessen gevolgd en mijn instructeur concludeerde dat ik aanleg heb. Door mijn levendige fantasie kan ik mij in alle mogelijke situaties inleven. Als ik op commando moest huilen, dan huilde ik. Ik vind acteren heel cool. Maar voorlopig ben ik nog niet op het tennis uitgekeken.”

Eerst dus die grandslamdroom. Wordt die komende week in Parijs bewaarheid? Zonder Henin, de tennisster van wie zij vijf halve finales en één finale verloor en nooit wist te winnen? Voor het eerst in het gesprek stelt Jelena Jankovic zich bescheiden op. „Zonder Justine staat de deur voor mij op een kier. Maar het veld ligt wijd open. De strijd om de nummer-één-positie zal hevig worden.”