Onrust op rechterflank laat CDA niet onberoerd

Het CDA, dat vandaag in Utrecht een congres houdt, heeft in peilingen ook last van Rita Verdonk en Geert Wilders. Wat stelt de partij daartegenover? „In de nuance ligt onze kracht”.

Dertien CDA-leden zitten in een benauwd klaslokaal van een scholengemeenschap in Sittard. Onderwerp van gesprek: ‘samen leven – waarden en normen’.

Waar gaat het dan over? Over strenge scholen in België. „Ik ging in België naar school”, zegt de twintiger van het gezelschap. „We stonden netjes in de rij, maar ze hebben daar echt niet meer respect voor elkaar.” Het gaat over de overheid: „Het kost me moeite om burgers ervan te overtuigen dat de overheid goed is voor de mensen”, zegt de wethouder. Het gaat ook over de Haagse politiek. „Het gaat alleen maar over futiliteiten”, zegt een oudere man. En het gaat over Geert Wilders en Rita Verdonk. „Verdonk heeft ook normen en waarden. Ze zegt nooit iets negatiefs over andere politici”, zegt de schooldirecteur. De twintiger: „Wat Wilders zegt is soms best waar.”

De onrust op de rechterflank van het politieke spectrum laat ook het CDA niet onberoerd. Rechts van het CDA heeft de VVD het zwaar, links heeft de PvdA last van concurrentie van de SP. „Maar wij gaan ook niet flitsend door het leven”, vindt Kamerlid Jan Schinkelshoek. „Ook wij worden beproefd. Het oude politieke centrum moet perspectief bieden. Dat is niet makkelijk. In een radicaliserende omgeving krijgt de nuance weinig aandacht. En daar ligt wel onze kracht.”

Het CDA (nu 41 zetels) is in peilingen nog de grootste partij, maar staat rond 35 zetels wel op verlies. Rita Verdonk ‘scoort’ rond de 25 zetels. Een deel van de kiezers waarmee het CDA de laatste verkiezingen won, overweegt nu op Verdonk te stemmen, weet campagnestrateeg Michael Sijbom op basis van onderzoek dat voor zijn partij wordt gedaan. Wat is het antwoord van het CDA op de rechterflank? „Resultaten laten zien”, zegt Sijbom. „Jezelf blijven, vooral geen gekke dingen doen”, aldus Jos Werner, de voorzitter van de CDA-senaatsfractie. „Meer zichtbaar worden in het integratiedebat, en zorgen dat het CDA sterker wordt in de grote steden”, meent Doekle Terpstra, CDA-lid en actief met zijn integratie-initiatief Benutten en Bouwen. „We zouden meer moeten uitdragen dat we tot het activistisch midden behoren”, vindt voorzitter Harry van der Molen van de CDA-jongeren. Fractievoorzitter Pieter van Geel was vorige week op bezoek bij het CDJA. „Bij hem mis ik wel een beetje de gepassioneerde betrokkenheid.”

Het CDA: de klassieke ledenpartij die alweer zes jaar in het centrum van de macht zit. Vandaag is het CDA-voorjaarscongres in Utrecht. En in een debatreeks onder het motto Morgen begint vandaag mogen de 70.000 leden deze maanden meepraten over de thema’s voor de verkiezingen van 2011, zoals afgelopen woensdag in Sittard. Want dat is in feite het belangrijkste antwoord op het onrustige maatschappelijke klimaat: het CDA is de partij van de stabiliteit die hamert op normen en waarden, op respect, op ‘fatsoen moet je doen’ – een vaste leus van leider Balkenende. Respect is ook het thema van het congres. Maar juist met ‘Nederlandse normen en waarden’ profileren ook Verdonk en Wilders zich.

Wat houden deze abstracte termen bij het CDA in? Bij de normenkant is dat niet zo ingewikkeld: streng zijn voor degene die zich niet aan de regels houdt. Maar bij de waardenkant is het lastiger. Schinkelshoek: „Dan krijgt het al snel iets prekerigs. Dat verwijt krijgt Balkenende ook vaak. Nou, dat moet dan maar”.

Het CDA is een meester in het kanaliseren van de interne discussie, zegt CDA-jongere Van der Molen. Daarom woedt er ook niet een echt debat over integratie, over de rol van religie, over problemen in de grote steden. Zeker in de huidige coalitie is dat minder geworden. „Dat betreurt hij. Het burkaverbod, het generaal pardon. Het CDA was in de vorige kabinetsperiode wel duidelijk. Nu niet meer.” Hij noemt het voorbeeld van de Marokkaanse straatcoaches die vrouwen weigeren een hand te geven. „Ons standpunt daarover weet ik niet. We krijgen als antwoord: we moeten respectvol met elkaar omgaan, maar wat zegt dat?” Hij gebruikt de metafoor van de snelweg: het CDA wil dat je netjes invoegt, maar hoe je moet invoegen, en waar je dat moet doen, dat wordt er niet bij verteld.

In het klaslokaal in Sittard probeert de gepreksleider ook steeds concreet te krijgen wat respect dan politiek inhoudt. Het valt niet mee. „Respect moet een werkwoord worden”, zegt de één. „Als je je misdraagt, dan is daar de grens”, zegt een man met Limburgs accent. Meteen wordt hij gecorrigeerd. „Iedereen wordt hier gelijk behandeld”, zegt een godsdienstleraar. Dan zegt iemand anders dat in Limburg decennia lang Italianen, Slovenen en allerlei andere nationaliteiten in de mijnen hebben gewerkt. „Dat gaf nooit grote problemen. Waarom zouden we nu wel problemen hebben met Turken en Marokkanen?”

De schooldirecteur verwoordt even later een algemeen gevoel. De politiek moet het goede voorbeeld geven. „Waarom durft het CDA als de oppositie een goed idee heeft, niet gewoon een keer te zeggen: dat gaan we doen. Ze zijn elkaar vooral vliegen aan het afvangen.”

Aan het eind van de avond rapporteert de notuliste bij de deelsessie ‘samen leven’ hoe de discussie is verlopen. Het was interessant, zegt ze, maar iets eenduidigs was er niet uitgekomen. Dan zegt partijvoorzitter Van Heeswijk: „Een praktisch voorbeeld vind ik zelf altijd ons idee voor een maatschappelijke stage.”